Jeremiah 22:27
“En in het land,776 naar hetwelk hun ziel5315 verlangt5375 8764 8676 om daar weder te komen,7725 8800 daarhenen zullen zij niet wederkomen.7725 8799”
Jeremiah 22:27 — Statenvertaling (1637)
Verse 27 of 30 in Jeremiah chapter 22 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 22 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Alzo zegt559 8804 de HEERE:3068 Ga af3381 8798 [in] het huis1004 des konings4428 van ,3063 en spreek1696 8765 aldaar dit woord.1697 En zeg:559 8804 Hoor8085 8798 het woord1697 des HEEREN,3068 gij koning4428 van ,3063 gij, die zit3427 8802 op Davids1732 troon,3678 gij, en uw knechten,5650 en uw volk,5971 die door deze poorten8179 ingaan!935 8802 Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 Doet6213 8798 recht4941 en gerechtigheid,6666 en redt5337 8685 den beroofde1497 8803 uit de hand3027 des verdrukkers;6216 en onderdrukt3238 8686 den vreemdeling1616 niet, den wees3490 noch de weduwe;490 doet geen geweld2554 8799 en vergiet8210 8799 geen onschuldig5355 bloed1818 in deze plaats.4725 Want indien gijlieden deze zaak1697 ernstiglijk6213 8800 zult doen,6213 8799 zo zullen door de poorten8179 van dit huis1004 koningen4428 ingaan,935 8804 zittende3427 8802 den 1732 op zijn troon,3678 rijdende7392 8802 op wagens7393 en op paarden,5483 hij, en zijn knechten,5650 en zijn volk.5971 Indien gij daarentegen deze woorden1697 niet zult horen,8085 8799 zo heb Ik bij gezworen,7650 8738 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 dat dit huis1004 tot een woestheid2723 worden zal. Want zo zegt559 8804 de HEERE3068 van het huis1004 des konings4428 van :3063 zijt een ,1568 een hoogte7218 van ;3844 [maar] zo Ik u niet zette7896 8799 [als] een woestijn4057 [en] onbewoonde3427 8738 8675 3427 8737 steden!5892 Want Ik zal verdervers7843 8688 tegen u heiligen,6942 8765 elk376 met zijn gereedschap;3627 die zullen uw uitgelezen4005 cederen730 omhouwen,3772 8804 en in het vuur784 werpen.5307 8689 zullen veel7227 heidenen1471 voorbij5674 deze stad5892 gaan,5674 8804 en zullen zeggen,559 8804 een ieder376 tot zijn naaste:7453 heeft de HEERE3068 alzo gedaan6213 8804 aan deze grote1419 stad?5892 En zij zullen zeggen:559 8804 zij het verbond1285 des HEEREN,3068 huns ,430 hebben verlaten,5800 8804 en hebben zich voor andere312 goden430 nedergebogen,7812 8691 en die gediend.5647 8799 Weent1058 8799 niet over den dode,4191 8801 en beklaagt5110 8799 hem niet; weent1058 8798 vrij1058 8800 over dien, die weggegaan is,1980 8802 want hij zal nimmermeer wederkomen,7725 8799 dat hij het land776 zijner geboorte4138 zie.7200 8804 Want zo zegt559 8804 de HEERE3068 van413 ,7967 den zoon1121 van ,2977 koning4428 van ,3063 die in de plaats van zijn vader1 Josia2977 regeerde,4427 8802 die uit deze plaats4725 is uitgegaan:3318 8804 zal daar nimmermeer wederkomen.7725 8799 Maar in de plaats,4725 waarhenen zij hem gevankelijk hebben weggevoerd,1540 8689 zal hij sterven,4191 8799 en dit land776 zal hij niet meer zien.7200 8799 Wee1945 dien, die zijn huis1004 bouwt1129 8802 met ongerechtigheid,3808 6664 en zijn opperzalen5944 met onrecht;4941 die zijns naasten7453 dienst5647 om niet2600 gebruikt,5647 8799 en geeft5414 8799 hen zijn arbeidsloon6467 niet! Die daar zegt:559 8802 Ik zal mij een zeer hoog4060 huis1004 bouwen,1129 8799 en doorluchtige7304 8794 opperzalen;5944 en hij houwt zich7167 vensteren2474 uit,7167 8804 en het is bedekt5603 8803 met ceder,730 en aangestreken4886 8800 met menie.8350 Zoudt gij regeren,4427 8799 omdat gij u mengt8474 8808 met den ceder?730 niet uw vader1 gegeten398 8804 en gedronken,8354 8804 en recht4941 en gerechtigheid6666 gedaan,6213 8804 [en] het ging hem toen wel?2896 Hij heeft de rechtzaak1779 des ellendigen6041 en nooddruftigen34 gericht,1777 8804 toen ging het [hem] wel;2896 is dat niet te kennen?1847 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Maar uw ogen5869 en uw hart3820 zijn niet op uw gierigheid,1215 en op onschuldig5355 bloed,1818 om dat te vergieten,8210 8800 en op verdrukking6233 en overlast,4835 om [die] te doen.6213 8800 Daarom zegt559 8804 de HEERE3068 alzo van ,3079 zoon1121 van ,2977 koning4428 van :3063 zullen hem niet beklagen:5594 8799 Och1945 mijn broeder!251 of, och1945 zuster!269 zullen hem niet beklagen:5594 8799 ,1945 heer!113 of, och1945 zijn majesteit!1935 Met een ezelsbegrafenis6900 2543 zal hij begraven worden;6912 8735 men zal [hem] slepen5498 8800 en daarhenen werpen,7993 8687 verre weg1973 van de poorten8179 van .3389 Klim op5927 8798 den Libanon3844 en roep,6817 8798 en verhef5414 8798 uw stem6963 op den ;1316 roep6817 8798 ook van de veren;5676 maar al uw liefhebbers157 8764 zijn verbroken.7665 8738 Ik sprak1696 8765 u aan in uw groten voorspoed,7962 [maar] gij zeidet:559 8804 Ik zal niet horen.8085 8799 is uw weg1870 van uw jeugd5271 af, dat gij stem6963 niet hebt gehoorzaamd.8085 8804 De wind7307 zal al uw herders7462 8802 weiden,7462 8799 en uw liefhebbers157 8764 zullen in de gevangenis7628 gaan;3212 8799 zult gij zekerlijk beschaamd954 8799 en te schande worden,3637 8738 vanwege al uw boosheid.7451 O gij, die nu op den Libanon3844 woont,3427 8802 [en] in de cederen730 nestelt!7077 8794 hoe begenadigd zult gij zijn,2603 8738 als u de smarten2256 zullen aankomen,935 8800 het wee2427 als ener barende3205 8802 [vrouw]! [Zo] [waarachtig] [als] Ik leef,2416 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 ofschoon ,3659 de zoon1121 van ,3079 den koning4428 van ,3063 een zegelring2368 ware aan rechterhand,3225 3027 zo zal Ik u toch van daar wegrukken.5423 8799 En Ik zal u geven5414 8804 in de hand3027 dergenen, die uw ziel5315 zoeken,1245 8764 en in de hand3027 dergenen, voor welker aangezicht6440 gij schrikt,3016 8801 namelijk in de hand3027 van ,5019 den koning4428 van ,894 en in de hand3027 der .3778 En Ik zal u, en uw moeder,517 die u gebaard heeft,3205 8804 uitwerpen2904 8689 in een ander312 land,776 waarin gijlieden niet geboren zijt,3205 8795 en daar zult gij sterven.4191 8799 En in het land,776 naar hetwelk hun ziel5315 verlangt5375 8764 8676 om daar weder te komen,7725 8800 daarhenen zullen zij niet wederkomen.7725 8799 Is deze man376 Chonia3659 een veracht,959 8737 verstrooid,5310 8803 afgodisch beeld?6089 Of is hij een vat,3627 waaraan men geen lust2656 heeft? Waarom zijn hij en zijn zaad2233 uitgeworpen,7993 8717 ja, weggeworpen2904 8717 in een land,776 dat zij niet kennen?3045 8804 O land,776 land,776 land!776 hoor8085 8798 des HEEREN3068 woord!1697 Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 Schrijft3789 8798 dezen zelfden man376 kinderloos,6185 een man,1397 [die] niet voorspoedig zal zijn6743 8799 in zijn dagen;3117 want er zal niemand376 van zijn zaad2233 voorspoedig zijn,6743 8799 zittende3427 8802 op den troon3678 ,1732 en heersende4910 8802 meer in .3063