Jeremiah 24:6
“En Ik zal Mijn oog5869 op hen stellen7760 8804 ten goede,2896 en zal hen wederbrengen7725 8689 in dit land;776 en Ik zal hen bouwen,1129 8804 en niet afbreken;2040 8799 en zal hen planten,5193 8804 en niet uitrukken.5428 8799”
Jeremiah 24:6 — Statenvertaling (1637)
Verse 6 of 10 in Jeremiah chapter 24 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 24 — full chapter (Statenvertaling (1637))
De HEERE3068 deed mij zien,7200 8689 en ziet, er waren twee8147 vijgenkorven,1736 8384 gezet3259 8716 voor6440 den tempel1964 des HEEREN;3068 nadat310 ,5019 koning4428 van ,894 gevankelijk had weggevoerd1540 8687 ,3204 den zoon1121 van ,3079 den koning4428 van ,3063 mitsgaders de vorsten8269 van ,3063 en de timmerlieden,2796 en de smeden4525 van ,3389 en hen te 894 gebracht had.935 8686 [In] den enen259 korf1731 waren zeer3966 goede2896 vijgen,8384 als de eerste rijpe1073 vijgen8384 zijn; maar [in] den anderen259 korf1731 waren zeer3966 boze7451 vijgen,8384 die vanwege de boosheid7455 niet konden gegeten worden.398 8735 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot mij: Wat ziet gij,7200 8802 ?3414 En ik zeide:559 8799 ;8384 de goede2896 vijgen8384 zijn zeer3966 goed,2896 en de boze7451 zeer3966 boos,7451 die vanwege de boosheid7455 niet kunnen gegeten worden.398 8735 Toen geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Zo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 :3478 die goede2896 vijgen,8384 alzo zal Ik kennen5234 8686 de gevankelijk weggevoerden1546 van ,3063 die Ik uit deze plaats4725 naar het land776 der Chaldeen3778 heb weggeschikt,7971 8765 ten goede.2896 En Ik zal oog5869 op hen stellen7760 8804 ten goede,2896 en zal hen wederbrengen7725 8689 in dit land;776 en Ik zal hen bouwen,1129 8804 en niet afbreken;2040 8799 en zal hen planten,5193 8804 en niet uitrukken.5428 8799 En Ik zal hun een hart3820 geven5414 8804 om te kennen,3045 8800 dat Ik de HEERE3068 ben; en zij zullen tot een volk5971 zijn, en Ik zal hun tot een God430 zijn; want zij zullen zich tot met hun ganse hart3820 bekeren.7725 8799 En gelijk de boze7451 vijgen,8384 die vanwege de boosheid7455 niet kunnen gegeten worden398 8735 (want aldus zegt559 8804 de HEERE3068), alzo zal Ik maken5414 8799 ,6667 den koning4428 van ,3063 mitsgaders zijn vorsten,8269 en het overblijfsel7611 van ,3389 die in dit land776 zijn overgebleven,7604 8737 en die in Egypteland776 4714 wonen;3427 8802 En Ik zal hen overgeven5414 8804 tot een beroering2189 8675 2113 ten kwade,7451 allen koninkrijken4467 der aarde;776 tot smaadheid,2781 en tot een spreekwoord,4912 tot een spotrede,8148 en tot een vloek,7045 in al de plaatsen,4725 waarhenen Ik hen gedreven zal hebben;5080 8686 En Ik zal onder hen zenden7971 8765 het zwaard,2719 den honger7458 en de pestilentie,1698 totdat zij verteerd zullen zijn8552 8800 uit het land,127 dat Ik hun en hun vaderen1 gegeven had.5414 8804