Jeremiah 27:14
“Hoort8085 8799 dan niet naar de woorden1697 der profeten,5030 die tot u spreken,559 8802 zeggende:559 8800 Gij zult den koning4428 van Babel894 niet dienen;5647 8799 want zij profeteren5012 8737 u valsheid.8267”
Jeremiah 27:14 — Statenvertaling (1637)
Verse 14 of 22 in Jeremiah chapter 27 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 27 — full chapter (Statenvertaling (1637))
In het begin7225 des koninkrijks4467 van ,3079 zoon1121 van ,2977 koning4428 van ,3063 geschiedde dit woord1697 tot ,3414 van den HEERE,3068 zeggende:559 8800 Alzo zeide559 8804 de HEERE3068 tot mij: Maak6213 8798 u banden4147 en jukken,4133 en doe5414 8804 die aan uw hals.6677 En zend7971 8765 ze tot den koning4428 van ,123 en tot den koning4428 van ,4124 en tot den koning4428 der kinderen1121 ,5983 en tot den koning4428 van ,6865 en tot den koning4428 van ;6721 door de hand3027 der boden,4397 die te Jeruzalem3389 tot ,6667 den koning4428 van ,3063 komen.935 8802 En beveel6680 8765 hun aan hun heren113 te zeggen:559 8800 Zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 Zo zult gij tot uw heren113 zeggen:559 8799 Ik heb gemaakt6213 8804 de aarde,776 den mens120 en het vee,929 die op6440 den aardbodem776 zijn, door grote1419 kracht,3581 en door uitgestrekten5186 8803 arm,2220 en Ik geef5414 8804 ze aan welken het recht is3474 8804 in ogen.5869 En nu, Ik heb al deze landen776 gegeven5414 8804 in de hand3027 van ,5019 den koning4428 van ,894 knecht;5650 zelfs ook het gedierte2416 des velds7704 heb Ik hem gegeven,5414 8804 om hem te dienen.5647 8800 En alle volken1471 zullen hem, en zijn zoon,1121 en zijns zoons1121 zoon1121 dienen,5647 8804 totdat ook de tijd6256 zijns eigenen lands776 kome;935 8800 zullen zich machtige7227 volken1471 en grote1419 koningen4428 van hem doen dienen.5647 8804 En het zal geschieden, het volk1471 en het koninkrijk,4467 dat hem, Nebukadnezar,5019 den koning4428 van ,894 niet zal dienen,5647 8799 en dat zijn hals6677 niet zal geven5414 8799 onder het juk5923 des konings4428 van ;894 over datzelve volk1471 zal Ik, spreekt5002 8803 de HEERE,3068 bezoeking doen6485 8799 door het zwaard,2719 en door den honger,7458 en door de pestilentie,1698 totdat Ik ze zal verteerd hebben8552 8800 door zijn hand.3027 Gijlieden , hoort8085 8799 niet naar uw profeten,5030 en naar uw waarzeggers,7080 8802 en naar uw dromers,2472 en naar uw guichelaars,6049 8781 en naar uw tovenaars,3786 dewelke tot u spreken,559 8802 zeggende:559 8800 zult den koning4428 van 894 niet dienen.5647 8799 Want zij profeteren5012 8737 u valsheid,8267 om u verre7368 uit uw land127 te brengen,7368 8687 en dat Ik u uitstote,5080 8689 en gij omkomt.6 8804 Maar het volk,1471 dat zijn hals6677 zal brengen935 8686 onder het juk5923 des konings4428 van ,894 en hem dienen,5647 8804 datzelve zal Ik in zijn land127 laten,3240 8689 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 en het zal dat bouwen5647 8804 en daarin wonen.3427 8804 Daarna sprak ik1696 8765 tot ,6667 den koning4428 van ,3063 naar al deze woorden,1697 zeggende:559 8800 Brengt935 8685 uw halzen6677 onder het juk5923 des konings4428 van ,894 en dient5647 8798 hem en zijn volk,5971 zo zult gij leven.2421 8798 Waarom zoudt gij sterven,4191 8799 gij en uw volk5971 door het zwaard,2719 door den honger7458 en door de pestilentie,1698 gelijk als de HEERE3068 gesproken heeft1696 8765 van het volk,1471 dat den koning4428 van 894 niet zal dienen.5647 8799 Hoort8085 8799 niet naar de woorden1697 der profeten,5030 die tot u spreken,559 8802 zeggende:559 8800 zult den koning4428 van 894 niet dienen;5647 8799 want zij profeteren5012 8737 u valsheid.8267 Want Ik heb ze niet gezonden,7971 8804 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 en zij profeteren5012 8737 valselijk8267 in ;8034 opdat Ik u uitstote,5080 8687 en gij omkomt,6 8804 gij en de profeten,5030 die u profeteren.5012 8737 Ook sprak ik1696 8765 tot de priesteren,3548 en tot dit ganse volk,5971 zeggende:559 8800 Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 Hoort8085 8799 niet naar de woorden1697 uwer profeten,5030 die u profeteren,5012 8737 zeggende:559 8800 , de vaten3627 van des HEEREN3068 huis1004 zullen nu haast4120 uit 894 wedergebracht worden;7725 8716 want zij profeteren5012 8737 u valsheid.8267 Hoort8085 8799 niet naar hen, [maar] dient5647 8798 den koning4428 van ,894 zo zult gijlieden leven;2421 8798 waarom zou deze stad5892 [tot] een woestheid2723 worden? Maar zo zij profeten5030 zijn, en zo des HEEREN3068 woord1697 bij hen is,3426 laat hen nu bij den HEERE3068 der heirscharen6635 voorbidden,6293 8799 opdat de vaten,3627 die in het huis1004 des HEEREN,3068 en in het huis1004 des konings4428 van ,3063 en te Jeruzalem3389 zijn overgebleven,3498 8737 niet naar 894 komen.935 8804 Want zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 van de pilaren,5982 en van de zee,3220 en van de stellingen,4350 en van het overige3499 der vaten,3627 die in deze stad5892 zijn overgebleven.3498 8737 Die ,5019 de koning4428 van ,894 niet heeft weggenomen,3947 8804 als hij ,3204 den zoon1121 van ,3079 koning4428 van ,3063 van ,3389 naar 894 gevankelijk wegvoerde,1540 8687 mitsgaders al de edelen2715 van Juda3063 en ;3389 Ja, zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 ,3478 van de vaten,3627 die [in] het huis1004 des HEEREN,3068 en in het huis1004 des konings4428 van ,3063 en te Jeruzalem3389 zijn overgebleven:3498 8737 Naar 894 zullen zij gebracht worden,935 8714 en aldaar zullen zij zijn, tot den dag3117 toe, dat Ik ze bezoeken zal,6485 8800 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 zal Ik ze opvoeren,5927 8689 en zal ze wederbrengen7725 8689 tot deze plaats.4725