Jeremiah 3:20
“Waarlijk,403 [gelijk] een vrouw802 trouwelooslijk898 8804 scheidt van haar vriend,7453 alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld,898 8804 gij huis1004 Israels!3478 spreekt5002 8803 de HEERE.3068”
Jeremiah 3:20 — Statenvertaling (1637)
Verse 20 of 25 in Jeremiah chapter 3 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 3 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Men zegt:559 8800 Zo een man376 zijn huisvrouw802 verlaat,7971 8762 en zij gaat1980 8804 van hem, en wordt eens anderen312 mans,376 zal hij ook tot haar nog wederkeren?7725 8799 datzelve land776 niet grotelijks2610 8800 ontheiligd worden?2610 8799 nu hebt [met] veel7227 boeleerders7453 gehoereerd,2181 8804 keer nochtans weder7725 8800 tot , spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Hef5375 8798 uw ogen5869 op naar de hoge plaatsen,8205 en zie toe,7200 8798 waar375 zijt gij niet beslapen?7693 8795 8676 7901 8795 hebt voor hen gezeten3427 8804 aan de wegen,1870 als een Arabier6163 in de woestijn;4057 alzo hebt gij het land776 ontheiligd2610 8686 met uw hoererijen2184 en met uw boosheid.7451 Daarom zijn de regendruppelen7241 ingehouden,4513 8735 en er is geen spade regen4456 geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd,2181 8802 802 4696 gij weigert3985 8765 schaamrood te worden.3637 8736 Zult gij niet van nu af tot roepen:7121 8804 !1 zijt de leidsman441 mijner jeugd!5271 Zal in eeuwigheid5769 [den] [toorn] behouden?5201 8799 [dien] gestadig5331 bewaren?8104 8799 , gij spreekt1696 8765 en doet6213 8799 die boosheden,7451 en neemt de overhand.3201 8799 Voorts zeide559 8799 de HEERE3068 tot mij, in de dagen3117 van den koning4428 :2977 gij gezien,7200 8804 wat de afgekeerde4878 3478 gedaan heeft?6213 8804 ging henen1980 8802 op allen hogen1364 berg,2022 en tot onder8478 allen groenen7488 boom,6086 en hoereerde2181 8799 aldaar. En Ik zeide,559 8799 nadat310 zij zulks alles gedaan had:6213 8800 u7725 8799 tot ; maar zij bekeerde zich7725 8804 niet. Dit zag7200 8799 de trouweloze,901 haar zuster269 .3063 En Ik zag,7200 8799 als Ik ter oorzake182 van alles, waarin de afgekeerde4878 3478 overspel bedreven had,5003 8765 haar verlaten,7971 8765 en haar haar scheidbrief5612 3748 gegeven had,5414 8799 dat de trouweloze,898 8802 haar zuster269 ,3063 niet vreesde,3372 8804 maar ging henen,3212 8799 en hoereerde2181 8799 zelve ook. Ja, het geschiedde, vanwege het gerucht6963 harer hoererij,2184 dat zij het land776 ontheiligde;2610 8799 want zij bedreef overspel5003 8799 met steen68 en met hout.6086 En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze901 zuster269 Juda3063 tot niet bekeerd7725 8804 met haar ganse hart,3820 maar valselijk,8267 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Dies de HEERE3068 tot mij zeide:559 8799 De afgekeerde4878 3478 heeft haar ziel5315 gerechtvaardigd,6663 8765 meer de trouweloze898 8802 .3063 Ga henen,1980 8800 en roep7121 8804 deze woorden1697 uit tegen het noorden,6828 en zeg:559 8804 u,7725 8798 gij afgekeerde4878 !3478 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 zo zal Ik toorn6440 op ulieden niet doen vallen;5307 8686 want Ik ben goedertieren,2623 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Ik zal [den] [toorn] niet in eeuwigheid5769 behouden.5201 8799 Alleen ken3045 8798 uw ongerechtigheid,5771 dat gij tegen den HEERE,3068 uw God,430 hebt overtreden,6586 8804 en uw wegen1870 verstrooid hebt6340 8762 tot de vreemden,2114 8801 onder allen groenen7488 boom,6086 maar gij zijt stem6963 niet gehoorzaam geweest,8085 8804 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Bekeert u,7725 8798 gij afkerige7726 kinderen!1121 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 want Ik heb u getrouwd,1166 8804 en Ik zal u aannemen,3947 8804 een259 uit een stad,5892 en twee8147 uit een geslacht,4940 en zal u brengen935 8689 te .6726 En Ik zal ulieden herders7462 8802 geven5414 8804 naar hart;3820 die zullen u weiden7462 8804 [met] wetenschap1844 en verstand.7919 8687 En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd7235 8799 en vruchtbaar zult geworden zijn6509 8804 in het land,776 in die dagen,3117 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 zullen zij niet meer zeggen:559 8799 De 727 des verbonds1285 des HEEREN,3068 ook zal zij in het hart3820 niet opkomen;5927 8799 en zij zullen aan haar niet gedenken,2142 8799 en [haar] niet bezoeken,6485 8799 en zij zal niet weder gemaakt worden.6213 8735 Te dier tijd6256 zullen zij Jeruzalem3389 noemen,7121 8799 des HEEREN3068 troon;3678 en al de heidenen1471 zullen tot haar vergaderd worden,6960 8738 om des HEEREN3068 Naams8034 wil, te ;3389 en zij zullen niet meer wandelen3212 8799 naar310 het goeddunken8307 van hun boos7451 hart.3820 In die dagen3117 zal het huis1004 van Juda3063 gaan3212 8799 tot het huis1004 van ;3478 en zij zullen te zamen3162 komen935 8799 uit het land776 van het noorden,6828 in het land,776 dat Ik uw vaderen1 ten erve gegeven heb.5157 8689 Ik zeide559 8804 wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen1121 zetten,7896 8799 en u geven5414 8799 het gewenste2532 land,776 de sierlijke6643 erfenis5159 van de heirscharen6635 der heidenen?1471 Ik zeide:559 8799 zult tot roepen:7121 8799 !1 en gij zult van achter310 niet afkeren.7725 8799 Waarlijk,403 [gelijk] een vrouw802 trouwelooslijk898 8804 scheidt van haar vriend,7453 alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen gehandeld,898 8804 gij huis1004 !3478 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Er is een stem6963 gehoord8085 8738 op de hoge plaatsen,8205 een geween1065 [en] smekingen8469 der kinderen1121 ,3478 omdat zij hun weg1870 verkeerd,5753 8689 [en] den HEERE,3068 hun God,430 vergeten hebben.7911 8804 Keert weder,7725 8798 gij afkerige7726 kinderen!1121 Ik zal uw afkeringen4878 genezen.7495 8799 , [hier] zijn wij, wij komen857 8804 tot U, want zijt de HEERE,3068 onze God!430 Waarlijk,403 tevergeefs8267 [verwacht] [men] [het] van de heuvelen1389 [en] de menigte1995 der bergen;2022 waarlijk,403 in den HEERE,3068 onzen God,430 is Israels3478 heil!8668 Want de schaamte1322 heeft den arbeid3018 onzer vaderen1 opgegeten,398 8804 van onze jeugd5271 aan; hun schapen6629 en hun runderen,1241 hun zonen1121 en hun dochteren.1323 Wij liggen7901 8799 in onze schaamte,1322 en onze schande3639 overdekt3680 8762 ons, want wij hebben tegen den HEERE,3068 onzen God,430 gezondigd,2398 8804 wij en onze vaderen,1 van onze jeugd5271 aan tot op dezen dag;3117 en wij zijn der stem6963 des HEEREN,3068 onzes ,430 niet gehoorzaam geweest.8085 8804