Jeremiah 30:16
“Daarom, allen, die u opeten,398 8802 zullen opgegeten worden,398 8735 en al uw wederpartijders,6862 zij allen zullen gaan3212 8799 in gevangenis;7628 en die u beroven,7601 8802 8675 8154 8802 zullen ter beroving4933 zijn, en allen, die u plunderen,962 8802 zal Ik ter plundering957 overgeven.5414 8799”
Jeremiah 30:16 — Statenvertaling (1637)
Verse 16 of 24 in Jeremiah chapter 30 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 30 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Het woord,1697 dat tot Jeremia3414 geschied is van den HEERE,3068 zeggende:559 8800 Zo spreekt559 8804 de HEERE,3068 de God430 ,3478 zeggende:559 8800 Schrijf3789 8798 u al de woorden,1697 die Ik tot u gesproken heb,1696 8765 in een boek.5612 Want zie, de dagen3117 komen,935 8802 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 dat Ik de gevangenis7622 van volk,5971 3478 en ,3063 wenden zal,7725 8804 zegt559 8804 de HEERE;3068 en Ik zal hen wederbrengen7725 8689 in het land,776 dat Ik hun vaderen1 gegeven heb,5414 8804 en zij zullen het erfelijk bezitten.3423 8804 En dit zijn de woorden,1697 die de HEERE3068 gesproken heeft1696 8765 van 3478 en van .3063 Want zo zegt559 8804 de HEERE:3068 horen8085 8804 een stem6963 der verschrikking;2731 er is vrees6343 en geen vrede.7965 Vraagt7592 8798 toch en ziet,7200 8798 of een manspersoon2145 baart?3205 8802 zie Ik7200 8804 [] eens iegelijken mans1397 handen3027 op zijn lenden,2504 als van een barende3205 8802 [vrouw], en alle aangezichten6440 veranderd2015 8738 in bleekheid?3420 O wee!1945 want die dag3117 is zo groot,1419 dat zijns gelijke niet geweest is;369 en het is een tijd6256 van benauwdheid6869 voor ;3290 nog zal hij daaruit verlost worden.3467 8735 Want het zal te dien dage3117 geschieden, spreekt5002 8803 de HEERE3068 der heirscharen,6635 [dat] Ik zijn juk5923 van uw hals6677 verbreken,7665 8799 en uw banden4147 verscheuren zal;5423 8762 en vreemden2114 8801 zullen zich niet meer van hem doen dienen.5647 8799 Maar zij zullen dienen5647 8804 den HEERE,3068 hun God,430 en hun koning4428 ,1732 dien Ik hun verwekken zal.6965 8686 Gij , vrees3372 8799 niet, o knecht5650 !3290 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 ontzet u2865 8735 niet, !3478 want zie, Ik zal u uit verre7350 [landen] verlossen,3467 8688 en uw zaad2233 uit het land776 hunner gevangenis;7628 en Jakob3290 zal wederkomen,7725 8804 en stil8252 8804 en gerust zijn,7599 8768 en er zal niemand zijn, die [hem] verschrikke.2729 8688 Want Ik ben met u, spreekt5002 8803 de HEERE,3068 om u te verlossen;3467 8687 want Ik zal een voleinding3617 maken6213 8799 met al de heidenen,1471 waarhenen Ik u verstrooid heb;6327 8689 maar met u zal Ik geen voleinding3617 maken;6213 8799 maar Ik zal u kastijden3256 8765 met mate,4941 en u niet gans5352 8763 onschuldig houden.5352 8762 Want zo zegt559 8804 de HEERE:3068 Uw breuk7667 is dodelijk,605 8803 uw plage4347 is smartelijk.2470 8737 Er is niemand, die uw zaak1779 oordeelt,1777 8802 aangaande het gezwel;4205 gij hebt geen heelpleisters.8585 7499 Al uw liefhebbers157 8764 hebben u vergeten,7911 8804 zij vragen1875 8799 niet naar u; want Ik heb u geslagen5221 8689 [met] eens vijands341 8802 plage,4347 [met] de kastijding4148 eens wreden;394 om de grootheid7230 uwer ongerechtigheid,5771 [omdat] uw zonden2403 machtig veel zijn.6105 8804 Wat krijt gij2199 8799 over uw breuk,7667 [dat] uw smart4341 dodelijk605 8803 is? Om de grootheid7230 uwer ongerechtigheid,5771 [omdat] uw zonden2403 machtig veel zijn,6105 8804 heb Ik u deze dingen gedaan.6213 8804 Daarom, allen, die u opeten,398 8802 zullen opgegeten worden,398 8735 en al uw wederpartijders,6862 zij allen zullen gaan3212 8799 in gevangenis;7628 en die u beroven,7601 8802 8675 8154 8802 zullen ter beroving4933 zijn, en allen, die u plunderen,962 8802 zal Ik ter plundering957 overgeven.5414 8799 Want Ik zal u de gezondheid724 doen rijzen,5927 8686 en u van uw plagen4347 genezen,7495 8799 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 omdat zij u noemen:7121 8804 De verdrevene.5080 8737 is ,6726 [zeggen] [zij]; niemand vraagt1875 8802 naar haar. Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 , Ik zal de gevangenis7622 der tenten168 Jakobs3290 wenden,7725 8802 en over hun woningen4908 ontfermen;7355 8762 en de stad5892 zal herbouwd worden1129 8738 op haar hoop,8510 en het paleis759 zal liggen3427 8799 naar zijn wijze.4941 En van hen zal dankzegging8426 uitgaan,3318 8804 en een stem6963 der spelenden;7832 8764 en Ik zal hen vermeerderen,7235 8689 en zij zullen niet verminderd worden,4591 8799 en Ik zal hen verheerlijken,3513 8689 en zij zullen niet gering worden.6819 8799 En zijn zonen1121 zullen zijn als eertijds,6924 en zijn gemeente5712 zal voor aangezicht6440 bevestigd worden;3559 8735 en Ik zal bezoeking doen6485 8804 over al zijn onderdrukkers.3905 8801 En zijn Heerlijke117 zal uit hem zijn, en zijn Heerser4910 8802 uit het midden7130 van hem voortkomen;3318 8799 en Ik zal hem doen naderen,7126 8689 en hij zal tot genaken;5066 8738 want wie is hij, die met zijn hart3820 borg worde,6148 8804 om tot te genaken?5066 8800 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 En gij zult tot een volk5971 zijn, en Ik zal u tot een God430 zijn. Ziet, een onweder5591 des HEEREN,3068 een grimmigheid2534 is uitgegaan,3318 8804 een aanhoudend1641 8706 onweder;5591 het zal blijven2342 8799 op het hoofd7218 der goddelozen.7563 De hittigheid2740 van des HEEREN3068 toorn639 zal zich niet afwenden,7725 8799 totdat gedaan,6213 8800 en totdat daargesteld zal hebben6965 8687 de gedachten4209 harten;3820 in het laatste319 der dagen3117 zult gij daarop letten.995 8709