Jeremiah 32:13
“En ik beval6680 8762 Baruch1263 voor hun ogen,5869 zeggende:559 8800”
Jeremiah 32:13 — Statenvertaling (1637)
Verse 13 of 44 in Jeremiah chapter 32 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 32 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Het woord,1697 dat tot Jeremia3414 geschied is van den HEERE,3068 in het tiende6224 jaar8141 van ,6667 koning4428 van ;3063 dit jaar8141 was het achttiende8083 6240 jaar8141 van .5019 (Het heir2428 nu des konings4428 van 894 belegerde6696 8802 toen ,3389 en de profeet5030 Jeremia3414 was besloten3607 8803 in het voorhof2691 der bewaring,4307 dat in het huis1004 des konings4428 van Juda3063 is. Want ,6667 de koning4428 van ,3063 had hem besloten,3607 8804 zeggende:559 8800 profeteert gij,5012 8737 zeggende:559 8800 Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 , Ik geef5414 8802 deze stad5892 in de hand3027 des konings4428 van ,894 en hij zal ze innemen;3920 8804 En ,6667 de koning4428 van ,3063 zal van de hand3027 der Chaldeen3778 niet ontkomen;4422 8735 maar hij zal zekerlijk5414 8736 gegeven worden5414 8735 in de hand3027 des konings4428 van ,894 en zijn mond6310 zal tot deszelfs mond6310 spreken,1696 8765 en zijn ogen5869 zullen deszelfs ogen5869 zien;7200 8799 En hij zal Zedekia6667 naar 894 voeren,3212 8686 en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek,6485 8800 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen3778 strijdt,3898 8735 gij zult [toch] geen geluk hebben.6743 8686) Jeremia3414 zeide:559 8799 HEEREN3068 woord1697 is tot mij geschied, zeggende:559 8800 Zie, Hanameel,2601 de zoon1121 van ,7967 uw oom,1730 zal tot u komen,935 8802 zeggende:559 8800 Koop7069 8798 u mijn veld,7704 dat bij Anathoth6068 is, want gij hebt het recht4941 van lossing,1353 om te kopen.7069 8800 Alzo kwam935 8799 ,2601 mijns ooms1730 zoon,1121 naar des HEEREN3068 woord,1697 tot mij, in het voorhof2691 der bewaring,4307 en zeide559 8799 tot mij: Koop7069 8798 toch mijn veld,7704 hetwelk is bij ,6068 dat in het land776 van 1144 is; want gij hebt het erfrecht,4941 3425 en gij hebt de lossing,1353 koop7069 8798 [het] voor u. Toen merkte ik,3045 8799 dat het des HEEREN3068 woord1697 was. Dies kocht ik7069 8799 van ,2601 mijns ooms1730 zoon,1121 het veld,7704 dat bij Anathoth6068 is; en ik woog8254 8799 hem het geld3701 toe, zeventien7651 6235 zilveren3701 sikkelen.8255 En ik onderschreef3789 8799 den brief5612 en verzegelde2856 8799 [dien], en deed [het] getuigen5707 betuigen,5749 8686 als ik het geld3701 op de weegschaal3976 gewogen had.8254 8799 En ik nam3947 8799 den koopbrief,5612 4736 die verzegeld was2856 8803 [naar] het gebod4687 en de inzettingen,2706 en den open1540 8803 [brief]; En ik gaf5414 8799 den koopbrief5612 4736 aan ,1263 den zoon1121 van ,5374 den zoon1121 van ,4271 voor de ogen5869 van ,2601 mijns ooms1730 [zoon], en voor de ogen5869 der getuigen5707 die den koopbrief5612 4736 hadden onderschreven;3789 8802 voor de ogen5869 van al de ,3064 die in het voorhof2691 der bewaring4307 zaten.3427 8802 En ik beval6680 8762 1263 voor hun ogen,5869 zeggende:559 8800 Zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 Neem3947 8800 deze brieven,5612 dezen koopbrief,5612 4736 zo den verzegelden2856 8803 als dezen open1540 8803 brief,5612 en doe5414 8804 ze in een aarden2789 vat,3627 opdat zij vele7227 dagen3117 mogen bestaan.5975 8799 Want zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 Er zullen nog huizen,1004 en velden,7704 en wijngaarden3754 in dit land776 gekocht worden.7069 8735 Voorts, nadat310 ik den koopbrief5612 4736 aan ,1263 den zoon1121 van ,5374 gegeven had,5414 8800 bad ik6419 8691 tot den HEERE,3068 zeggende:559 8800 Ach,162 Heere136 HEERE!3069 , Gij hebt de hemelen8064 en de aarde776 gemaakt,6213 8804 door Uw grote1419 kracht3581 en door Uw uitgestrekten5186 8803 arm;2220 geen ding1697 is U te wonderlijk.6381 8735 Gij, Die goedertierenheid2617 doet6213 8802 aan duizenden,505 en de ongerechtigheid5771 der vaderen1 vergeldt7999 8764 in den schoot2436 hunner kinderen1121 na310 hen; Gij grote,1419 geweldige1368 God,410 Naam8034 is HEERE3068 der heirscharen!6635 Groot1419 van raad6098 en machtig7227 van daad;5950 want Uw ogen5869 zijn open6491 8803 over alle wegen1870 der mensenkinderen,1121 120 om een iegelijk376 te geven5414 8800 naar zijn wegen,1870 en naar de vrucht6529 zijner handelingen.4611 Gij, Die tekenen226 en wonderen4159 gesteld hebt7760 8804 in ,776 4714 tot op dezen dag,3117 zo in ,3478 als onder [andere] mensen,120 en hebt U een Naam8034 gemaakt,6213 8799 als is te dezen dage!3117 En hebt Uw volk5971 3478 uit Egypteland776 4714 uitgevoerd,3318 8686 door tekenen226 en door wonderen,4159 en door een sterke2389 hand,3027 en door een uitgestrekten5186 8803 arm,248 en door grote1419 verschrikking.4172 En hebt hun dit land776 gegeven,5414 8799 dat hun vaderen1 gezworen hadt7650 8738 hun te zullen geven,5414 8800 een land776 vloeiende2100 8802 van melk2461 en honig;1706 Zij zijn er ook ingekomen935 8799 en hebben het erfelijk bezeten,3423 8799 maar hebben stem6963 niet gehoorzaamd,8085 8804 en in Uw wet8451 niet gewandeld;1980 8804 zij hebben niets gedaan6213 8804 van alles, wat hun geboden hadt6680 8765 te doen;6213 8800 dies hebt hun al dit kwaad7451 doen bejegenen.7122 8686 Zie, de wallen!5550 zij zijn gekomen935 8804 aan de stad,5892 om die in te nemen,3920 8800 en de stad5892 is gegeven5414 8738 in de hand3027 der ,3778 die tegen haar strijden;3898 8737 vanwege6440 het zwaard2719 en den honger7458 en de pestilentie;1698 en wat gesproken hebt,1696 8765 is geschied, en zie, Gij ziet7200 8802 [het]. Evenwel hebt tot mij gezegd,559 8804 Heere136 HEERE!3069 koop7069 8798 u dat veld7704 voor geld,3701 en doe [het] getuigen5707 betuigen;5749 8685 daar de stad5892 in der Chaldeen3778 hand3027 gegeven is.5414 8738 Toen geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot ,3414 zeggende:559 8800 Zie, Ik ben de HEERE,3068 de God430 van alle vlees;1320 zou enig ding1697 te wonderlijk zijn?6381 8735 Daarom zegt559 8804 de HEERE3068 alzo: Zie, Ik geef5414 8802 deze stad5892 in de hand3027 der ,3778 en in de hand3027 van ,5019 den koning4428 van ,894 en hij zal ze innemen.3920 8804 En de ,3778 die tegen deze stad5892 strijden,3898 8737 zullen er inkomen,935 8804 en deze stad5892 met vuur784 aansteken,3341 8689 en zullen ze verbranden,8313 8804 met de huizen,1004 op welker daken1406 zij aan Baal1168 gerookt,6999 8765 en anderen312 goden430 drankofferen5262 geofferd hebben,5258 8689 om te vertoornen.3707 8687 Want de kinderen1121 Israels3478 en de kinderen1121 van Juda3063 hebben van hun jeugd5271 aan alleenlijk gedaan,6213 8802 dat kwaad7451 was in ogen;5869 want de kinderen1121 Israels3478 hebben door het werk4639 hunner handen3027 alleenlijk vertoornd,3707 8688 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Want tot toorn639 en tot grimmigheid2534 is deze stad5892 geweest, van den dag3117 af, dat zij haar gebouwd hebben,1129 8804 tot op dezen dag3117 toe; opdat Ik haar van aangezicht6440 wegdeed;5493 8687 Om al de boosheid7451 der kinderen1121 Israels3478 en der kinderen1121 van ,3063 die zij gedaan hebben6213 8804 om te vertoornen,3707 8687 zij, hun koningen,4428 hun vorsten,8269 hun priesteren,3548 en hun profeten,5030 en de mannen376 van ,3063 en de inwoners3427 8802 van ;3389 Die den nek6203 hebben toegekeerd6437 8799 en niet het aangezicht;6440 hoewel Ik hen leerde,3925 8763 vroeg op zijnde7925 8687 en lerende,3925 8763 evenwel hoorden zij8085 8802 niet, om tucht4148 aan te nemen;3947 8800 Maar zij hebben hun verfoeiselen8251 gesteld7760 8799 in het huis,1004 dat naar Naam8034 genoemd is,7121 8738 om dat te verontreinigen.2930 8763 En zij hebben de hoogten1116 van Baal1168 gebouwd,1129 8799 die in het dal1516 des zoons1121 van Hinnom2011 zijn, om hun zonen1121 en hun dochteren1323 den Molech4432 door [het] [vuur] te laten gaan;5674 8687 hetwelk Ik hun niet heb geboden,6680 8765 noch in hart3820 is opgekomen,5927 8804 dat zij dezen gruwel8441 zouden doen;6213 8800 opdat zij Juda3063 mochten doen zondigen.2398 8687 En nu, daarom zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 ,3478 alzo van deze stad,5892 waar gij van zegt:559 8802 is gegeven5414 8738 in de hand3027 des konings4428 van ,894 door het zwaard,2719 en door den honger,7458 en door de pestilentie;1698 Ziet, Ik zal hen vergaderen6908 8764 uit al de landen,776 waarhenen Ik hen zal verdreven hebben5080 8689 in toorn,639 en in grimmigheid,2534 en in grote1419 verbolgenheid;7110 en Ik zal hen tot deze plaats4725 wederbrengen,7725 8689 en zal hen zeker983 doen wonen.3427 8689 Ja, zij zullen tot een volk5971 zijn, en Ik zal hun tot een God430 zijn. En Ik zal hun enerlei259 hart3820 en enerlei259 weg1870 geven,5414 8804 om te vrezen3372 8800 al de dagen,3117 hun ten goede,2896 mitsgaders hun kinderen1121 na310 hen. En Ik zal een eeuwig5769 verbond1285 met hen maken,3772 8804 dat Ik van achter310 hen niet zal afkeren,7725 8799 opdat Ik hun weldoe;3190 8687 en Ik zal vreze3374 in hun hart3824 geven,5414 8799 dat zij niet van afwijken.5493 8800 En Ik zal over hen verblijden,7797 8804 dat Ik hun weldoe;2895 8687 en Ik zal hen getrouwelijk571 in dat land776 planten,5193 8804 met ganse hart3820 en met ganse ziel.5315 Want zo zegt559 8804 de HEERE:3068 als Ik over dit volk5971 gebracht heb935 8689 al dit grote1419 kwaad,7451 alzo zal Ik over hen brengen935 8688 al het goede,2896 dat Ik over hen spreke.1696 8802 En er zullen velden7704 gekocht worden7069 8738 in dit land,776 waarvan gij zegt:559 8802 is woest,8077 dat er geen mens120 noch beest929 in is; het is in der Chaldeen3778 hand3027 gegeven.5414 8738 Velden7704 zal men voor geld3701 kopen,7069 8799 en de brieven5612 onderschrijven,3789 8800 en verzegelen,2856 8800 en getuigen5707 doen betuigen,5749 8687 in het land776 van ,1144 en in de plaatsen rondom5439 ,3389 en in de steden5892 van ,3063 en in de steden5892 van het gebergte,2022 en in de steden5892 der laagte,8219 en in de steden5892 van het zuiden;5045 want Ik zal hun gevangenis7622 wenden,7725 8686 spreekt5002 8803 de HEERE.3068