Jeremiah 34:10

“Nu hoorden8085 8799 al de vorsten8269 en al het volk,5971 die het verbond1285 hadden ingegaan,935 8804 dat zij, een iegelijk376 zijn knecht,5650 en een iegelijk376 zijn maagd8198 zouden laten vrijgaan,7971 8763 2670 zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen;5647 8800 zij hoorden8085 8799 dan, en lieten hen gaan;7971 8762”

Jeremiah 34:10 — Statenvertaling (1637)

Verse 10 of 22 in Jeremiah chapter 34 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Jeremiah 34 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het woord,1697 dat tot Jeremia3414 geschied is van den HEERE3068 (als ,5019 koning4428 van ,894 en zijn ganse heir,2428 en alle koninkrijken4467 der aarde,776 die [onder] de heerschappij4475 zijner hand3027 waren, en al de volken5971 tegen Jeruzalem3389 streden,3898 8737 en tegen al haar steden5892), zeggende:559 8800 Zo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 :3478 Ga henen1980 8800 en spreek559 8804 tot ,6667 den koning4428 van ,3063 en zeg559 8804 tot hem: Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 , Ik geef5414 8802 deze stad5892 in de hand3027 des konings4428 van ,894 en hij zal ze met vuur784 verbranden.8313 8804 En gij zult van zijn hand3027 niet ontkomen,4422 8735 maar zekerlijk8610 8800 gegrepen,8610 8735 en in zijn hand3027 gegeven worden;5414 8735 en uw ogen5869 zullen de ogen5869 des konings4428 van 894 zien,7200 8799 en zijn mond6310 zal tot uw mond6310 spreken,1696 8762 en gij zult te 894 komen.935 8799 Maar hoor8085 8798 des HEEREN3068 woord,1697 o ,6667 koning4428 van !3063 zo zegt559 8804 de HEERE3068 van u: Gij zult door het zwaard2719 niet sterven.4191 8799 Gij zult sterven4191 8799 in vrede,7965 en naar de brandingen4955 van uw vaderen,1 de vorige7223 koningen,4428 die voor6440 u geweest zijn, alzo zullen zij over u branden,8313 8799 en u beklagen,5594 8799 [zeggende]: Och1945 heer!113 want Ik heb het woord1697 gesproken,1696 8765 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 En de profeet5030 Jeremia3414 sprak1696 8762 al deze woorden1697 tot ,6667 den koning4428 van ,3063 te .3389 Als het heir2428 des konings4428 van 894 streed3898 8737 tegen ,3389 en tegen al de overgeblevene3498 8737 steden5892 van ,3063 tegen Lachis3923 en tegen ;5825 want deze, [zijnde] vaste4013 steden,5892 waren overgebleven7604 8738 onder de steden5892 van .3063 Het woord,1697 dat tot Jeremia3414 geschied is van den HEERE,3068 nadat310 de koning4428 Zedekia6667 een verbond1285 gemaakt had3772 8800 met het ganse volk,5971 dat te Jeruzalem3389 was, om vrijheid1865 voor hen uit te roepen.7121 8800 Dat een iegelijk376 zijn knecht,5650 en een iegelijk376 zijn maagd,8198 zijnde een Hebreer5680 of een ,5680 zou laten vrijgaan;7971 8763 2670 zodat niemand zich van hen, van een ,3064 zijn broeder,251 zou doen dienen.5647 8800 Nu hoorden8085 8799 al de vorsten8269 en al het volk,5971 die het verbond1285 hadden ingegaan,935 8804 dat zij, een iegelijk376 zijn knecht,5650 en een iegelijk376 zijn maagd8198 zouden laten vrijgaan,7971 8763 2670 zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen;5647 8800 zij hoorden8085 8799 , en lieten hen gaan;7971 8762 Maar zij keerden7725 daarna310 wederom,7725 8799 en deden de knechten5650 en maagden8198 wederkomen,7725 8686 die zij hadden laten vrijgaan,7971 8765 2670 en zij brachten hen ten onder3533 8799 8675 3533 8686 tot knechten5650 en tot maagden.8198 Daarom geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot ,3414 van den HEERE,3068 zeggende:559 8800 Zo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 :3478 Ik heb een verbond1285 gemaakt3772 8804 met uw vaderen,1 ten dage,3117 als Ik hen uit ,776 4714 uit het diensthuis1004 5650 uitvoerde,3318 8687 zeggende:559 8800 Ten einde7093 van zeven7651 jaren8141 zult gij laten gaan,7971 8762 een iegelijk376 zijn broeder,251 een ,5680 die u zal verkocht zijn,4376 8735 en u zes8337 jaren8141 gediend heeft;5647 8804 gij zult hem van u laten vrijgaan;7971 8765 2670 maar uw vaders1 hoorden8085 8804 niet naar , en neigden5186 8689 hun oor241 niet. Gijlieden nu waart heden3117 wedergekeerd,7725 8799 en hadt gedaan,6213 8799 dat recht3477 is in ogen,5869 vrijheid1865 uitroepende,7121 8800 een iegelijk376 voor zijn naaste;7453 en gij hadt een verbond1285 gemaakt3772 8799 voor aangezicht,6440 in het huis,1004 dat naar Naam8034 genoemd is.7121 8738 Maar gij zijt weder omgekeerd,7725 8799 en hebt Naam8034 ontheiligd,2490 8762 en doen wederkomen,7725 8686 een iegelijk376 zijn knecht,5650 en een iegelijk376 zijn maagd,8198 die gij hadt laten vrijgaan7971 8765 2670 naar hun lust;5315 en gij hebt hen ten ondergebracht,3533 8799 om ulieden te wezen tot knechten5650 en tot maagden.8198 Daarom zegt559 8804 de HEERE3068 alzo: Gijlieden hebt naar niet gehoord,8085 8804 om vrijheid1865 uit te roepen,7121 8800 een iegelijk376 voor zijn broeder,251 en een iegelijk376 voor zijn naaste;7453 ziet, zo roep Ik uit7121 8802 tegen ulieden, spreekt5002 8803 de HEERE,3068 een vrijheid1865 ten zwaarde,2719 ter pestilentie,1698 en ten honger,7458 en zal u overgeven5414 8804 ter beroering2189 8675 2113 allen koninkrijken4467 der aarde.776 En Ik zal de mannen582 overgeven,5414 8804 die verbond1285 hebben overtreden,5674 8802 die niet bevestigd hebben6965 8689 de woorden1697 des verbonds,1285 dat zij voor aangezicht6440 gemaakt hadden,3772 8804 [met] het kalf,5695 dat zij in tweeen8147 hadden gehouwen,3772 8804 en waren tussen zijn stukken1335 doorgegaan:5674 8799 De vorsten8269 van ,3063 en de vorsten8269 van ,3389 de kamerlingen,5631 en de priesteren,3548 en al het volk5971 des lands,776 die door de stukken1335 des kalfs5695 zijn doorgegaan.5674 8802 Ja, Ik zal hen overgeven5414 8804 in de hand3027 hunner vijanden,341 8802 en in de hand3027 dergenen, die hun ziel5315 zoeken;1245 8764 en hun dode lichamen5038 zullen het gevogelte5775 des hemels8064 en het gedierte929 der aarde776 tot spijze3978 zijn. Zelfs ,6667 den koning4428 van ,3063 en zijn vorsten,8269 zal Ik overgeven5414 8799 in de hand3027 hunner vijanden,341 8802 en in de hand3027 dergenen, die hun ziel5315 zoeken,1245 8764 te weten, in de hand3027 van het heir2428 des konings4428 van ,894 die van ulieden [nu] zijn opgetogen.5927 8802 Ziet, Ik zal bevel geven,6680 8764 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 en zal hen weder7725 tot deze stad5892 brengen,7725 8689 en zij zullen tegen haar strijden,3898 8738 en zullen ze innemen,3920 8804 en zullen ze met vuur784 verbranden;8313 8804 en Ik zal de steden5892 van Juda3063 stellen5414 8799 [tot] een verwoesting,8077 dat er niemand in wone.3427 8802

Every verse in Jeremiah 34

Chapter navigation

0:000:00