Jeremiah 35:11

“Maar het is geschied, als Nebukadrezar,5019 de koning4428 van Babel,894 naar dit land776 optoog,5927 8800 dat wij zeiden:559 8799 Komt,935 8798 en laat ons naar Jeruzalem3389 trekken935 8799 vanwege6440 het heir2428 der Chaldeen,3778 en vanwege6440 het heir2428 der Syriers;758 alzo zijn wij te Jeruzalem3389 gebleven.3427 8799”

Jeremiah 35:11 — Statenvertaling (1637)

Verse 11 of 19 in Jeremiah chapter 35 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Jeremiah 35 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het woord,1697 dat tot Jeremia3414 geschied is van den HEERE,3068 in de dagen3117 van ,3079 den zoon1121 van ,2977 den koning4428 van ,3063 zeggende:559 8800 Ga henen1980 8800 tot der Rechabieten7397 huis,1004 en spreek1696 8765 met hen, en breng935 8689 hen in des HEEREN3068 huis,1004 in een259 der kameren,3957 en geef hun wijn3196 te drinken.8248 8689 Toen nam ik3947 8799 ,2970 den zoon1121 van ,3414 den zoon1121 van ,2262 mitsgaders zijn broederen,251 en al zijn zonen,1121 en het ganse huis1004 der ;7397 En bracht935 8686 hen in des HEEREN3068 huis,1004 in de kamer3957 der zonen1121 van ,2605 den zoon1121 van ,3012 den man376 ;430 welke is bij681 de kamer3957 der oversten,8269 die daar is boven4605 de kamer3957 van ,4641 den zoon1121 van ,7967 den dorpelbewaarder.8104 8802 5592 En ik zette5414 8799 den kinderen1121 van het huis1004 der Rechabieten7397 koppen1375 vol4392 wijn3196 en bekers3563 voor;6440 en ik zeide559 8799 tot hen: Drinkt8354 8798 wijn.3196 Maar zij zeiden:559 8799 zullen geen wijn3196 drinken;8354 8799 want ,3122 de zoon1121 van ,7394 onze vader,1 heeft ons geboden,6680 8765 zeggende:559 8800 zult geen wijn3196 drinken,8354 8799 gij, noch uw kinderen,1121 tot5704 in eeuwigheid.5769 Ook zult gijlieden geen huis1004 bouwen,1129 8799 noch zaad2233 zaaien,2232 8799 noch wijngaard3754 planten,5193 8799 noch hebben; maar gij zult in tenten168 wonen3427 8799 al uw dagen;3117 opdat gij veel7227 dagen3117 leeft2421 8799 in6440 het land,127 alwaar gij als vreemdeling verkeert.1481 8802 Zo hebben wij der stemme6963 van ,3082 den zoon1121 van ,7394 onzen vader,1 gehoorzaamd8085 8799 in alles, wat hij ons geboden heeft;6680 8765 zodat wij geen wijn3196 drinken8354 8800 al onze dagen,3117 wij, onze vrouwen,802 onze zonen,1121 en onze dochteren;1323 En dat wij geen huizen1004 bouwen1129 8800 tot onze woning;3427 8800 ook hebben wij geen wijngaard,3754 noch veld,7704 noch zaad;2233 En wij hebben in tenten168 gewoond;3427 8799 alzo hebben wij gehoord8085 8799 en gedaan6213 8799 naar alles, wat ons onze vader1 Jonadab3122 geboden heeft.6680 8765 Maar het is geschied, als ,5019 de koning4428 van ,894 naar dit land776 optoog,5927 8800 dat wij zeiden:559 8799 ,935 8798 en laat ons naar Jeruzalem3389 trekken935 8799 vanwege6440 het heir2428 der ,3778 en vanwege6440 het heir2428 der ;758 alzo zijn wij te Jeruzalem3389 gebleven.3427 8799 Toen geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot ,3414 zeggende:559 8800 Zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 Ga henen1980 8800 en zeg559 8804 tot de mannen376 van Juda3063 en tot de inwoners3427 8802 van :3389 gijlieden geen tucht4148 aannemen,3947 8799 dat gij hoort8085 8800 naar woorden?1697 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 De woorden1697 van ,3082 den zoon1121 van ,7394 die hij zijn kinderen1121 geboden heeft,6680 8765 dat zij geen wijn3196 zouden drinken,8354 8800 zijn bevestigd;6965 8717 want zij hebben geen gedronken8354 8804 tot op dezen dag,3117 maar het gebod4687 huns vaders1 gehoord;8085 8804 en Ik heb tot ulieden gesproken,1696 8765 vroeg op zijnde7925 8687 en sprekende,1696 8763 maar gij hebt naar niet gehoord.8085 8804 En Ik heb tot u gezonden7971 8799 al knechten,5650 de profeten,5030 vroeg op zijnde7925 8687 en zendende,7971 8800 om te zeggen:559 8800 u7725 8798 toch, een iegelijk376 van zijn bozen7451 weg,1870 en maakt3190 uw handelingen4611 goed,3190 8685 en wandelt3212 8799 andere312 goden430 niet na,310 om hen te dienen,5647 8800 zo zult gij in het land127 blijven,3427 8798 dat Ik u en uw vaderen1 gegeven heb;5414 8804 maar gij hebt uw oor241 niet geneigd,5186 8689 en naar niet gehoord.8085 8804 Dewijl [] de kinderen1121 van ,3082 den zoon1121 van ,7394 het gebod4687 huns vaders,1 dat hij hun geboden heeft,6680 8765 bevestigd hebben,6965 8689 maar dit volk5971 naar niet hoort;8085 8804 Daarom alzo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 der heirscharen,6635 de God430 :3478 , Ik zal over Juda3063 en over alle inwoners3427 8802 van Jeruzalem3389 brengen935 8688 al het kwaad,7451 dat Ik tegen hen gesproken heb;1696 8765 omdat Ik tot hen gesproken heb,1696 8765 maar zij niet gehoord hebben,8085 8804 en Ik tot hen geroepen heb,7121 8799 maar zij niet hebben geantwoord.6030 8804 Tot het huis1004 nu der Rechabieten7397 zeide559 8804 :3414 Zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 gijlieden het gebod4687 van uw vader1 Jonadab3082 zijt gehoorzaam geweest,8085 8804 en hebt al zijn geboden4687 bewaard,8104 8799 en gedaan6213 8799 naar alles, wat hij ulieden geboden heeft;6680 8765 Daarom alzo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 Er zal ,3122 den zoon1121 van ,7394 niet worden afgesneden3772 8735 een man,376 die voor aangezicht6440 sta,5975 8802 al de dagen.3117

Every verse in Jeremiah 35

Chapter navigation

0:000:00