Jeremiah 37:16

“Als Jeremia3414 in de plaats1004 des kuils,953 en in de kotjes2588 gekomen was,935 8804 en Jeremia3414 aldaar veel7227 dagen3117 gezeten had;3427 8799”

Jeremiah 37:16 — Statenvertaling (1637)

Verse 16 of 21 in Jeremiah chapter 37 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Jeremiah 37 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En ,6667 zoon1121 van ,2977 regeerde,4427 8799 koning4428 zijnde, in plaats van ,3659 Jojakims3079 zoon,1121 welken [] ,5019 de koning4428 van ,894 koning gemaakt had4427 8689 in het land776 van .3063 Maar hij hoorde8085 8804 niet, hij, noch zijn knechten,5650 noch het volk5971 des lands,776 naar de woorden1697 des HEEREN,3068 die sprak1696 8765 door den dienst3027 van den profeet5030 .3414 Nochtans zond7971 8799 de koning4428 Zedekia6667 ,3081 den zoon1121 van ,8018 en ,6846 den zoon1121 van ,4641 den priester,3548 tot den profeet5030 ,3414 om te zeggen:559 8800 Bid6419 8690 toch voor ons tot den HEERE,3068 onzen God!430 (Want Jeremia3414 was [nog] ingaande935 8804 en uitgaande3318 8802 in het midden8432 des volks,5971 en zij hadden hem [nog] in het gevangenhuis1004 3628 niet gesteld.5414 8804 En 's6547 heir2428 was uit Egypte4714 uitgetogen;3318 8804 en de ,3778 die Jeruzalem3389 belegerden,6696 8802 als zij het gerucht8088 van hen gehoord hadden,8085 8799 zo waren zij van Jeruzalem3389 opgetogen5927 8735). Toen geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot den profeet5030 ,3414 zeggende:559 8800 Zo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 :3478 Zo zult gijlieden zeggen559 8799 tot den koning4428 van ,3063 die u tot gezonden heeft,7971 8802 om te vragen:1875 8800 , Farao's6547 heir,2428 dat u ter hulpe5833 uitgetogen is,3318 8802 zal wederkeren7725 8804 in zijn land,776 [in] ;4714 En de Chaldeen3778 zullen wederkeren,7725 8804 en tegen deze stad5892 strijden;3898 8738 en zij zullen ze innemen,3920 8804 en zullen ze met vuur784 verbranden.8313 8804 Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 Bedriegt5377 8686 uw zielen5315 niet, zeggende:559 8800 De Chaldeen3778 zullen zekerlijk1980 8800 van ons wegtrekken;3212 8799 want zij zullen niet wegtrekken.3212 8799 Want al sloegt gijlieden5221 8689 het ganse heir2428 der ,3778 die tegen u strijden,3898 8737 en er bleven7604 8738 van hen [enige] verwonde1856 8794 mannen582 over, zo zouden zich die, een iegelijk376 in zijn tent,168 opmaken,6965 8799 en deze stad5892 met vuur784 verbranden.8313 8804 Voorts geschiedde het, als het heir2428 der Chaldeen3778 van Jeruzalem3389 was opgetogen,5927 8736 vanwege6440 's6547 heir;2428 Dat Jeremia3414 uit Jeruzalem3389 uitging,3318 8799 om te gaan3212 8800 [in] het land776 van ,1144 om van daar te scheiden2505 8687 door het midden8432 des volks.5971 Als hij in de poort8179 van 1144 was, zo was daar de wachtmeester,1167 6488 wiens naam8034 was ,3376 de zoon1121 van ,8018 den zoon1121 van ;2608 die greep8610 8799 den profeet5030 ,3414 zeggende:559 8800 wilt tot de Chaldeen3778 vallen!5307 8802 En Jeremia3414 zeide:559 8799 is vals,8267 ik wil niet tot de Chaldeen3778 vallen.5307 8802 hij hoorde8085 8804 niet naar hem; maar Jerija3376 greep8610 8799 Jeremia3414 aan, en bracht935 8686 hem tot de vorsten.8269 En de vorsten8269 werden zeer toornig7107 8799 op Jeremia3414 en sloegen5221 8689 hem; en zij stelden5414 8804 hem in het gevangenhuis,612 ten huize1004 van ,3083 den schrijver;5608 8802 want zij hadden dat tot een gevangenhuis3608 gemaakt.6213 8804 Als Jeremia3414 in de plaats1004 des kuils,953 en in de kotjes2588 gekomen was,935 8804 en Jeremia3414 aldaar veel7227 dagen3117 gezeten had;3427 8799 Zo zond7971 8799 de koning4428 Zedekia6667 henen, en liet hem halen;3947 8799 en de koning4428 vraagde7592 8799 hem in zijn huis,1004 in het verborgene,5643 en zeide:559 8799 Is er ook een woord1697 van den HEERE?3068 En Jeremia3414 zeide:559 8799 Er is;3426 en hij zeide:559 8799 zult in de hand3027 des konings4428 van 894 gegeven worden.5414 8735 Voorts zeide559 8799 Jeremia3414 tot den koning4428 :6667 heb ik tegen u, of tegen uw knechten,5650 of tegen dit volk5971 gezondigd,2398 8804 dat gijlieden mij in het gevangenhuis1004 3608 gesteld hebt?5414 8804 Waar zijn nu346 ulieder profeten,5030 die u geprofeteerd hebben,5012 8738 zeggende:559 8800 De koning4428 van 894 zal niet tegen ulieden, noch tegen dit land776 komen.935 8799 Nu , hoor8085 8798 toch, o mijn heer113 koning!4428 laat toch mijn smeking8467 voor uw aangezicht6440 nedervallen,5307 8799 en breng mij niet weder7725 8686 [in] het huis1004 van ,3083 den schrijver,5608 8802 opdat ik aldaar niet sterve.4191 8799 Toen gaf6680 de koning4428 Zedekia6667 bevel;6680 8762 en zij bestelden6485 8686 Jeremia3414 in het voorhof2691 der bewaring,4307 en men gaf5414 8800 hem des daags3117 een bol3603 broods3899 uit de ,644 8802 2351 totdat al het brood3899 van de stad5892 op was.8552 8800 bleef3427 8799 Jeremia3414 in het voorhof2691 der bewaring.4307

Every verse in Jeremiah 37

Chapter navigation

0:000:00