Jeremiah 38:10
“Toen gebood6680 8762 de koning4428 den Moorman3569 Ebed-melech,5663 zeggende:559 8800 Neem3947 8798 van hier dertig7970 mannen582 onder uw hand,3027 en haal5927 den profeet5030 Jeremia3414 op5927 8689 uit den kuil,953 eer dat hij sterft.4191 8799”
Jeremiah 38:10 — Statenvertaling (1637)
Verse 10 of 28 in Jeremiah chapter 38 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 38 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Als ,8203 de zoon1121 van ,4977 en ,1436 de zoon1121 van ,6583 en ,3116 de zoon1121 van ,8018 en ,6583 de zoon1121 van ,4441 de woorden1697 hoorden,8085 8799 die Jeremia3414 tot al het volk5971 sprak,1696 8764 zeggende:559 8800 Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 in deze stad5892 blijft,3427 8802 zal door het zwaard,2719 door den honger7458 of door de pestilentie1698 sterven;4191 8799 maar wie tot de Chaldeen3778 uitgaat,3318 8802 die zal leven,2421 8804 want hij zal zijn ziel5315 tot een buit7998 hebben, en zal leven.2421 8799 8675 2425 8804 Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 stad5892 zal zekerlijk5414 8736 gegeven worden5414 8735 in de hand3027 van het heir2428 des konings4428 van ,894 datzelve zal ze innemen;3920 8804 Zo zeiden559 8799 de vorsten8269 tot den koning:4428 toch dezen man376 gedood worden;4191 8714 want aldus3651 maakt hij7503 de handen3027 der krijgslieden,582 4421 die in deze stad5892 zijn overgebleven,7604 8737 en de handen3027 des gansen volks5971 slap,7503 8764 alzulke woorden1697 tot hen sprekende;1696 8763 want deze man376 zoekt1875 8802 den vrede7965 dezes volks5971 niet, maar het kwaad.7451 En de koning4428 Zedekia6667 zeide:559 8799 , hij is in uw hand;3027 want de koning4428 zou geen ding1697 tegen u vermogen.3201 8799 Toen namen zij3947 8799 Jeremia3414 en wierpen7993 8686 hem in den kuil953 van ,4441 den zoon1121 van ,4428 die in het voorhof2691 der bewaring4307 was, en zij lieten7971 Jeremia3414 af7971 8762 met zelen;2256 in den kuil953 nu was geen water,4325 maar slijk;2916 en Jeremia3414 zonk2883 8799 in het slijk.2916 Als nu -melech,5663 de ,3569 een376 der kamerlingen,5631 die toen in des konings4428 huis1004 was, hoorde,8085 8799 dat zij Jeremia3414 in den kuil953 gedaan hadden5414 8804 (de koning4428 nu zat3427 8802 in de poort8179 van 1144); Zo ging3318 8799 -melech5663 uit het huis1004 des konings4428 uit, en hij sprak1696 8762 tot den koning,4428 zeggende:559 8800 Mijn heer113 koning!4428 deze mannen582 hebben kwalijk gehandeld7489 8689 in alles, wat zij gedaan hebben6213 8804 aan den profeet5030 ,3414 dien zij in den kuil953 geworpen hebben;7993 8689 daar hij toch in zijn plaats8478 zou gestorven zijn4191 8799 vanwege6440 den honger,7458 dewijl geen brood3899 meer in de stad5892 is. Toen gebood6680 8762 de koning4428 den Moorman3569 -melech,5663 zeggende:559 8800 Neem3947 8798 van hier dertig7970 mannen582 onder uw hand,3027 en haal5927 den profeet5030 Jeremia3414 op5927 8689 uit den kuil,953 eer dat hij sterft.4191 8799 Alzo nam3947 8799 -melech5663 de mannen582 onder zijn hand,3027 en ging935 8799 in des konings4428 huis1004 tot onder de schatkamer,214 en nam3947 8799 van daar enige oude1094 verscheurde5499 en oude1094 versleten lompen;4418 en hij liet7971 ze met zelen2256 af7971 8762 tot Jeremia3414 in den kuil.953 En -melech,5663 de ,3569 zeide559 8799 tot :3414 Leg7760 8798 nu deze oude1094 verscheurde5499 en versleten lompen4418 onder de oksels679 uwer armen,3027 van onder aan de zelen.2256 En Jeremia3414 deed6213 8799 alzo. En zij trokken4900 8799 Jeremia3414 bij de zelen,2256 en haalden hem op5927 8686 uit de kuil;953 en Jeremia3414 bleef3427 8799 in het voorhof2691 der bewaring.4307 Toen zond7971 8799 de koning4428 Zedekia6667 henen, en liet den profeet5030 Jeremia3414 tot zich halen,3947 8799 in den derden7992 ingang,3996 die aan des HEEREN3068 huis1004 was; en de koning4428 zeide559 8799 tot :3414 Ik zal u een ding1697 vragen,7592 8802 verheel3582 8762 geen ding voor mij. En Jeremia3414 zeide559 8799 tot :6667 ik [het] u verklaren zal,5046 8686 zult gij mij niet zekerlijk4191 8687 doden?4191 8686 En als ik u raad zal geven,3289 8799 gij zult [toch] naar mij niet horen.8085 8799 Toen zwoer7650 8735 de koning4428 Zedekia6667 aan Jeremia3414 in het verborgene,5643 zeggende:559 8800 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 ons deze ziel5315 gemaakt heeft:6213 8804 ik u zal doden,4191 8686 of indien ik u zal overgeven5414 8799 in de hand3027 dezer mannen,582 die uw ziel5315 zoeken!1245 8764 Jeremia3414 zeide559 8799 tot :6667 Zo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 der heirscharen,6635 de God430 :3478 gij gewilliglijk3318 8800 tot de vorsten8269 des koning4428 van 894 zult uitgaan,3318 8799 zo zal uw ziel5315 leven,2421 8804 en deze stad5892 zal niet verbrand worden8313 8735 met vuur;784 en gij zult leven,2421 8804 gij en uw huis.1004 Maar indien gij tot de vorsten8269 des konings4428 van 894 niet zult uitgaan,3318 8799 zo zal deze stad5892 gegeven worden5414 8738 in de hand3027 der ,3778 en zij zullen ze met vuur784 verbranden;8313 8804 ook zult gij van hunlieder hand3027 niet ontkomen.4422 8735 En de koning4428 Zedekia6667 zeide559 8799 tot :3414 Ik ben bevreesd1672 8802 voor de ,3064 die tot de Chaldeen3778 gevallen zijn,5307 8804 dat zij mij misschien in derzelver hand3027 overgeven,5414 8799 en zij den spot met mij drijven.5953 8694 En Jeremia3414 zeide:559 8799 zullen [u] niet overgeven;5414 8799 wees toch gehoorzaam8085 8798 aan de stem6963 des HEEREN,3068 naar dewelke ik tot u spreek;1696 8802 zo zal het u welgaan,3190 8799 en uw ziel5315 zal leven.2421 8799 Maar indien gij weigert3986 uit te gaan,3318 8800 [zo] is dit het woord,1697 dat de HEERE3068 mij heeft doen zien;7200 8689 Ziedaar, al de vrouwen,802 die in het huis1004 des konings4428 van Juda3063 zijn overgebleven,7604 8738 zullen uitgevoerd worden3318 8716 tot de vorsten8269 des konings4428 van ;894 en dezelve zullen zeggen:559 8802 Uw vredegenoten582 7965 hebben u aangehitst,5496 8689 en hebben u overmocht;3201 8804 uw voeten7272 zijn in den modder1206 gezonken;2883 8717 zij zijn achterwaarts268 gekeerd!5472 8738 Zij zullen al uw vrouwen802 en al uw zonen1121 tot de Chaldeen3778 uitvoeren;3318 8688 ook zult gij zelf van hun hand3027 niet ontkomen;4422 8735 maar gij zult door de hand3027 des konings4428 van 894 gegrepen worden,8610 8735 en gij zult deze stad5892 met vuur784 verbranden.8313 8799 Toen zeide559 8799 Zedekia6667 tot :3414 niemand376 wete3045 8799 van deze woorden,1697 zo zult gij niet sterven.4191 8799 En als de vorsten8269 zullen horen,8085 8799 dat ik met u gesproken heb,1696 8765 en tot u komen,935 8804 en tot u zeggen:559 8804 Verklaar5046 8685 ons nu, wat hebt gij tot den koning4428 gesproken?1696 8765 verheel3582 8762 het niet voor ons, zo zullen wij u niet doden;4191 8686 en wat heeft de koning4428 tot u gesproken?1696 8765 Zo zult gij tot hen zeggen:559 8804 Ik wierp5307 8688 mijn smeking8467 voor des konings4428 aangezicht6440 neder, dat hij mij niet zou weder laten brengen7725 8687 in Jonathans3083 huis,1004 om aldaar te sterven.4191 8800 Als al de vorsten8269 tot Jeremia3414 kwamen,935 8799 en hem vraagden,7592 8799 verklaarde hij5046 8686 hun, naar al deze woorden,1697 die de koning4428 geboden had;6680 8765 en zij lieten van hem af,2790 8686 omdat de zaak1697 niet was gehoord.8085 8738 En Jeremia3414 bleef3427 8799 in het voorhof2691 der bewaring4307 tot op den dag,3117 dat Jeruzalem3389 werd ingenomen;3920 8738 en hij was er [nog], als Jeruzalem3389 was ingenomen.3920 8738