Jeremiah 4:26
“Ik zag,7200 8804 en ziet, het vruchtbare land3759 was een woestijn,4057 en al zijn steden5892 waren afgebroken,5422 8738 vanwege6440 den HEERE,3068 vanwege de hittigheid2740 Zijns toorns.639”
Jeremiah 4:26 — Statenvertaling (1637)
Verse 26 of 31 in Jeremiah chapter 4 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 4 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Zo gij u bekeren zult,7725 8799 !3478 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 bekeer u7725 8799 tot ; en zo gij uw verfoeiselen8251 van aangezicht6440 zult wegdoen,5493 8686 zo zwerft niet om.5110 8799 Maar zweer:7650 8738 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft!2416 in waarheid,571 in recht4941 en in gerechtigheid;6666 zo zullen zich de heidenen1471 in zegenen,1288 8694 en zich in beroemen.1984 8691 Want zo zegt559 8804 de HEERE3068 tot de mannen376 van ,3063 en tot :3389 Braakt5214 8798 ulieden een braakland,5215 en zaait2232 8799 niet onder de doornen.6975 Besnijdt u4135 8734 den HEERE3068 en doet weg5493 8685 de voorhuiden6190 uwer harten,3824 gij mannen376 van Juda3063 en inwoners3427 8802 van !3389 opdat grimmigheid2534 niet uitvare3318 8799 als een vuur,784 en brande,1197 8804 dat niemand blussen kunne,3518 8764 vanwege6440 de boosheid7455 uwer handelingen.4611 Verkondigt5046 8685 in ,3063 en laat het horen8085 8685 te ,3389 en zegt559 8798 het; ja, blaast8628 8798 de bazuin7782 in het land;776 roept7121 8798 met volle4390 8761 [stem] en zegt:559 8798 ulieden,622 8734 en laat ons ingaan935 8799 in de vaste4013 steden!5892 Werpt5375 de banier5251 op5375 8798 naar ,6726 vlucht met hopen,5756 8685 blijft niet staan!5975 8799 want Ik breng935 8688 een kwaad7451 aan van het noorden,6828 en een grote1419 breuk.7667 De leeuw738 is opgekomen5927 8804 uit zijn haag,5441 en de verderver7843 8688 der heidenen1471 is opgetrokken,5265 8804 hij is uitgegaan3318 8804 uit zijn plaats,4725 om uw land776 te stellen7760 8800 in verwoesting;8047 uw steden5892 zullen verstoord worden,5327 8799 dat er niemand in wone.3427 8802 Hierom, gordt2296 zakken8242 aan,2296 8798 bedrijft misbaar5594 8798 en huilt;3213 8685 want de hittigheid2740 van des HEEREN3068 toorn639 is niet van ons afgekeerd.7725 8804 En het zal te dier tijd3117 geschieden, spreekt5002 8803 de HEERE,3068 [dat] het hart3820 des konings4428 en het hart3820 der vorsten8269 vergaan zal;6 8799 en de priesters3548 zullen zich ontzetten,8074 8738 en de profeten5030 zich verwonderen.8539 8799 Toen zeide ik:559 8799 ,162 Heere136 HEERE!3069 waarlijk,403 hebt dit volk5971 en Jeruzalem3389 grotelijks5377 8687 bedrogen,5377 8689 zeggende:559 8800 zult vrede7965 hebben; daar het zwaard2719 tot aan de ziel5315 raakt.5060 8804 Te dier tijd6256 zal tot dit volk5971 en tot Jeruzalem3389 gezegd worden:559 8735 dorre6703 wind7307 van de hoge plaatsen8205 in de woestijn,4057 van den weg1870 der dochter1323 volks;5971 niet om te wannen,2219 8800 noch om te zuiveren.1305 8687 Er zal een wind7307 komen,935 8799 die hun te sterk4392 zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen4941 tegen hen uitspreken.1696 8762 Ziet, hij komt op5927 8799 als wolken,6051 en zijn wagenen4818 zijn als een wervelwind,5492 zijn paarden5483 zijn sneller7043 8804 arenden;5404 wee188 ons, want wij zijn verwoest!7703 8795 Was3526 8761 uw hart3820 van boosheid,7451 o !3389 opdat gij behouden wordt;3467 8735 hoe lang zult gij de gedachten4284 uwer ijdelheid205 in het binnenste7130 van u laten vernachten?3885 8686 Want een stem6963 verkondigt5046 8688 van 1835 af, en doet ellende205 horen8085 8688 van het gebergte2022 van .669 Vermeldt2142 8685 den volke,1471 ziet, doet het horen8085 8685 tegen ;3389 daar komen935 8802 hoeders5341 8802 uit verren4801 lande;776 en zij verheffen5414 8799 hun stem6963 tegen de steden5892 van .3063 Als de wachters8104 8802 der velden7704 zijn zij rondom5439 tegen haar; omdat zij tegen wederspannig geweest is,4784 8804 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Uw weg1870 en uw handelingen4611 hebben u deze dingen gedaan;6213 8804 dit is uw boosheid,7451 dat het [zo] bitter4751 is, dat het tot aan uw hart3820 raakt.5060 8804 O mijn ingewand,4578 mijn ingewand!4578 ik heb barenswee,2342 8799 8675 3176 8686 o wanden7023 mijns harten!3820 mijn hart3820 maakt getier1993 8802 in mij, ik kan niet zwijgen;2790 8686 want gij, mijn ziel!5315 hoort8085 8804 het geluid6963 der bazuin7782 [en] het krijgsgeschrei.8643 4421 Breuk7667 op breuk7667 wordt er uitgeroepen;7121 8738 want het ganse land776 is verstoord;7703 8795 haastelijk6597 zijn mijn tenten168 verstoord,7703 8795 mijn gordijnen3407 in een ogenblik!7281 Hoe lang zal ik de banier5251 zien,7200 8799 het geluid6963 der bazuin7782 horen?8085 8799 Zekerlijk, Mijn volk5971 is dwaas,191 kennen zij3045 8804 niet; het zijn zotte5530 kinderen,1121 en zij zijn niet verstandig;995 8737 wijs2450 zijn zij om kwaad te doen,7489 8687 maar goed te doen3190 8687 weten zij3045 8804 niet. Ik zag7200 8804 het land776 aan, en ziet, het was woest8414 en ledig;922 ook naar den hemel,8064 en zijn licht216 was er niet. Ik zag7200 8804 de bergen2022 aan, en ziet, zij beefden;7493 8801 en al de heuvelen1389 schudden.7043 8701 Ik zag,7200 8804 en ziet, er was geen mens;120 en alle vogelen5775 des hemels8064 waren weggevlogen.5074 8804 Ik zag,7200 8804 en ziet, het vruchtbare land3759 was een woestijn,4057 en al zijn steden5892 waren afgebroken,5422 8738 vanwege6440 den HEERE,3068 vanwege de hittigheid2740 toorns.639 Want zo zegt559 8804 de HEERE:3068 ganse land776 zal een woestijn8077 zijn (doch Ik zal geen voleinding3617 maken6213 8799); Hierom zal de aarde776 treuren,56 8799 en de hemel8064 daarboven4605 zwart zijn;6937 8804 omdat Ik het heb gesproken,1696 8765 Ik heb het voorgenomen2161 8804 en het zal niet rouwen,5162 8738 en Ik zal daarvan niet afkeren.7725 8799 Van het geroep6963 der ruiteren6571 en boogschutters7198 7411 8802 vluchten1272 8802 al de steden;5892 zij gaan935 8804 in de wolken,5645 en klimmen5927 8804 op de rotsen;3710 al de steden5892 zijn verlaten,5800 8803 zodat niemand376 in dezelve2004 woont.3427 8802 Wat zult gij doen,6213 8799 gij verwoeste?7703 8803 Al kleeddet gij u3847 8799 met scharlaken,8144 al versierdet gij u5710 8799 met gouden2091 sieraad,5716 al schuurdet gij7167 8799 uw ogen5869 met blanketsel,6320 zo zoudt gij u [toch] tevergeefs7723 oppronken;3302 8691 de boelen5689 8802 versmaden3988 8804 u, zij zullen uw ziel5315 zoeken.1245 8762 Want ik hoor8085 8804 een stem6963 als van een [vrouw], die in arbeid is,2470 8802 een benauwdheid6869 als van een, die in des eersten kinds nood is,1069 8688 de stem6963 van de dochter1323 ;6726 zij hijgt,3306 8691 zij breidt6566 haar handen3709 uit,6566 8762 [zeggende]: O, wee188 mij nu, want mijn ziel5315 is moede5888 8804 vanwege de doodslagers!2026 8802