Jeremiah 40:11
“Als ook al de Joden,3064 die in Moab,4124 en onder de kinderen Ammons,5983 en in Edom,123 en die in al die landen776 waren, hoorden,8085 8804 dat de koning4428 van Babel894 in Juda3063 een overblijfsel7611 gelaten had;5414 8804 en dat hij Gedalia,1436 den zoon1121 van Ahikam,296 den zoon1121 van Safan,8227 over hen gesteld had;6485 8689”
Jeremiah 40:11 — Statenvertaling (1637)
Verse 11 of 16 in Jeremiah chapter 40 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 40 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Het woord,1697 dat van den HEERE3068 geschied is tot ,3414 nadat310 ,5018 de overste7227 der trawanten,2876 hem had laten gaan7971 8763 van ;7414 als hij hem had laten halen,3947 8800 daar hij met ketenen246 gebonden was631 8803 in het midden8432 aller gevangenen1546 van Jeruzalem3389 en ,3063 die naar 894 gevankelijk werden weggevoerd.1540 8716 Want de overste7227 der trawanten2876 liet Jeremia3414 halen,3947 8799 en zeide559 8799 tot hem: De HEERE,3068 uw God,430 heeft dit kwaad7451 over deze plaats4725 gesproken.1696 8765 En de HEERE3068 heeft het doen komen,935 8686 en gedaan,6213 8799 gelijk als gesproken had;1696 8765 want gijlieden hebt gezondigd2398 8804 tegen den HEERE,3068 en stem6963 niet gehoorzaamd;8085 8804 daarom is ulieden deze zaak1697 geschied. Nu , zie, ik heb u heden3117 losgemaakt6605 8765 van de ketenen,246 die aan uw hand3027 waren; indien het goed2896 is in uw ogen5869 met mij naar 894 te komen,935 8800 zo kom,935 8798 en ik zal mijn oog5869 op u stellen;7760 8799 maar indien het kwaad is7489 8804 in uw ogen5869 met mij naar 894 te komen,935 8800 zo laat2308 8798 het; zie,7200 8798 het ganse land776 is voor uw aangezicht,6440 waarhenen413 het goed2896 en recht3477 in uw ogen5869 is te gaan,3212 8800 ga3212 8798 daar. En dewijl hij nog niet zal wederkeren,7725 8799 zo keer gij7725 8798 tot ,1436 den zoon1121 van ,296 den zoon1121 van ,8227 dien de koning4428 van 894 over de steden5892 van Juda3063 gesteld heeft;6485 8689 en woon3427 8798 bij hem in het midden8432 des volks;5971 of overal, waar het in uw ogen5869 recht3477 is te gaan,3212 8800 ga3212 8798 er henen. En de overste7227 der trawanten2876 gaf5414 8799 hem reiskost737 en een geschenk,4864 en liet hem gaan.7971 8762 Alzo kwam935 8799 Jeremia3414 tot ,1436 den zoon1121 van ,296 te ;4708 en hij woonde3427 8799 bij hem in het midden8432 des volks,5971 die in het land776 waren overgelaten.7604 8737 Toen nu alle oversten8269 der heiren,2428 die in het veld7704 waren, zij en hun mannen,582 hoorden,8085 8799 dat de koning4428 van 894 ,1436 den zoon1121 van ,296 over het land776 gesteld had,6485 8689 en dat hij aan hem bevolen had6485 8689 de mannen,582 en de vrouwen,802 en de kinderkens,2945 en van de armsten1803 des lands,776 van degenen, die niet naar 894 gevankelijk waren weggevoerd;1540 8717 Zo kwamen zij935 8799 tot Gedalia1436 te ,4708 namelijk, Ismael,3458 de zoon1121 van ,5418 en Johanan3110 en ,3129 de zonen1121 van ,7143 en ,8304 de zoon1121 van ,8576 en de zonen1121 van ,5778 den ,5200 en ,3153 de zoon1121 eens ,4602 zij en hun mannen.582 En ,1436 de zoon1121 van ,296 den zoon1121 van ,8227 zwoer7650 8735 hun en hun mannen,582 zeggende:559 8800 Vreest3372 8799 niet van de Chaldeen3778 te dienen;5647 8800 blijft3427 8798 in het land,776 en dient5647 8798 den koning4428 van ,894 zo zal het u welgaan.3190 8799 En ziet, ik woon3427 8802 te ,4709 om te staan5975 8800 voor het aangezicht6440 der ,3778 die tot ons zullen komen;935 8799 gijlieden verzamelt622 8798 wijn,3196 en zomervruchten,7019 en olie,8081 en doet7760 8798 ze in uw vaten,3627 en woont3427 8798 in uw steden,5892 die gij hebt ingenomen.8610 8804 Als ook al de ,3064 die in ,4124 en onder de kinderen ,5983 en in ,123 en die in al die landen776 waren, hoorden,8085 8804 dat de koning4428 van 894 in Juda3063 een overblijfsel7611 gelaten had;5414 8804 en dat hij ,1436 den zoon1121 van ,296 den zoon1121 van ,8227 over hen gesteld had;6485 8689 Zo keerden7725 al de Joden3064 weder7725 8799 uit al de plaatsen,4725 waarhenen zij gedreven waren,5080 8738 en kwamen935 8799 in het land776 van Juda3063 tot Gedalia1436 te ;4708 en zij verzamelden622 8799 zeer3966 veel7235 8687 wijns3196 en zomervruchten.7019 Doch ,3110 de zoon1121 van ,7143 en alle oversten8269 der heiren,2428 die in het veld7704 waren, kwamen935 8804 tot Gedalia1436 te ;4708 En zeiden559 8799 tot hem: Weet gij3045 8799 wel,3045 8800 dat ,1185 de koning4428 der kinderen1121 ,5983 ,3458 den zoon1121 van ,5418 uitgezonden heeft,7971 8804 om u aan het leven5315 te slaan?5221 8687 ,1436 de zoon1121 van ,296 geloofde539 8689 hen niet. Johanan3110 nochtans, de zoon1121 van ,7143 sprak559 8804 tot ,1436 in het verborgene,5643 te ,4709 zeggende:559 8800 mij toch henengaan,3212 8799 en ,3458 den zoon1121 van ,5418 slaan,5221 8686 en niemand376 zal het weten;3045 8799 waarom zou hij u aan het leven5315 slaan,5221 8686 en gans ,3064 die tot u vergaderd zijn,6908 8737 verstrooid worden,6327 8738 en het overblijfsel7611 van Juda3063 verloren gaan?6 8804 Maar ,1436 de zoon1121 van ,296 zeide559 8799 tot ,3110 den zoon1121 van :7143 Doe6213 8799 deze zaak1697 niet, want gij spreekt1696 8802 vals8267 van .3458