Jeremiah 42:1

“Toen traden toe5066 8799 alle oversten8269 der heiren,2428 Johanan,3110 de zoon1121 van Kareah,7143 en Jezanja,3153 de zoon1121 van Hosaja,1955 en al het volk,5971 van den kleinste6996 tot den grootste1419 toe;”

Jeremiah 42:1 — Statenvertaling (1637)

Verse 1 of 22 in Jeremiah chapter 42 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Jeremiah 42 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen traden toe5066 8799 alle oversten8269 der heiren,2428 ,3110 de zoon1121 van ,7143 en ,3153 de zoon1121 van ,1955 en al het volk,5971 van den kleinste6996 tot den grootste1419 toe; En zij zeiden559 8799 tot den profeet5030 :3414 toch onze smeking8467 voor uw aangezicht6440 nedervallen,5307 8799 en bid6419 8690 voor ons tot den HEERE,3068 uw God,430 voor dit ganse overblijfsel;7611 want wij zijn weinigen4592 van velen7235 8687 overgelaten,7604 8738 gelijk als uw ogen5869 ons zien;7200 8802 Dat ons de HEERE,3068 uw God,430 bekend make5046 8686 den weg,1870 dien wij zullen ingaan,3212 8799 en de zaak,1697 die wij zullen doen.6213 8799 En de profeet5030 Jeremia3414 zeide559 8799 tot hen: Ik heb het gehoord;8085 8804 ziet, ik zal tot den HEERE,3068 uw God,430 bidden6419 8693 naar uw woorden;1697 en het zal geschieden, het ganse woord,1697 dat de HEERE3068 u zal antwoorden,6030 8799 zal ik u bekend maken,5046 8686 ik zal u niet een woord1697 onthouden.4513 8799 Toen zeiden zij559 8804 tot :3414 De HEERE3068 zij tussen ons tot een waarachtig571 en gewis539 8737 :5707 indien wij niet naar alle woord,1697 [met] hetwelk u de HEERE,3068 uw God,430 tot ons zal zenden,7971 8799 alzo zullen doen!6213 8799 Hetzij goed2896 of kwaad,7451 wij zullen der stem6963 des HEEREN,3068 onzes ,430 tot wij580 u zenden,7971 8802 gehoorzaam zijn;8085 8799 opdat het ons welga,3190 8799 wanneer wij der stem6963 des HEEREN,3068 onzes ,430 zullen gehoorzaam zijn.8085 8799 En het gebeurde ten einde7093 van tien6235 dagen,3117 dat des HEEREN3068 woord1697 tot Jeremia3414 geschiedde. Toen riep hij7121 8799 ,3110 den zoon1121 van ,7143 en alle oversten8269 der heiren,2428 die met hem waren, en al het volk,5971 van den kleinste6996 af tot den grootste1419 toe; En hij zeide559 8799 tot hen: Zo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 ,3478 tot gij mij gezonden hebt,7971 8804 om uw smeking8467 voor aangezicht6440 neder te werpen:5307 8687 Indien gijlieden in dit land776 zult blijven7725 8800 wonen,3427 8799 zo zal Ik u bouwen1129 8804 en niet afbreken,2040 8799 en u planten5193 8804 en niet uitrukken;5428 8799 want Ik heb berouw5162 8738 over het kwaad,7451 dat Ik u aangedaan heb.6213 8804 Vreest3372 8799 niet voor het aangezicht6440 des konings4428 van ,894 voor wiens aangezicht6440 gij vreest;3373 vreest3372 8799 niet voor hem, spreekt5002 8803 de HEERE;3068 want Ik zal met u zijn, om u te behouden3467 8687 en u van zijn hand3027 te redden.5337 8687 En Ik zal ulieden barmhartigheid7356 geven,5414 8799 dat hij zich uwer erbarme,7355 8765 en u weder7725 in uw land127 brenge.7725 8689 Maar zo gijlieden zult zeggen:559 8802 zullen in dit land776 niet blijven;3427 8799 opdat gij der stem6963 des HEEREN,3068 uws ,430 niet gehoorzaam zijt,8085 8800 Zeggende:559 8800 , maar wij zullen gaan935 8799 in ,776 4714 alwaar wij geen krijg4421 zullen zien,7200 8799 noch het geluid6963 der bazuin7782 horen,8085 8799 noch naar brood3899 hongeren,7456 8799 en daar zullen wij blijven;3427 8799 Nu , daarom hoort8085 8798 des HEEREN3068 woord,1697 gij overblijfsel7611 van !3063 Zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 gij ganselijk7760 8800 uw aangezichten6440 zult stellen7760 8799 om in Egypte4714 te gaan,935 8800 en zult henen ingaan,935 8804 om aldaar als vreemdelingen te verkeren;1481 8800 Zo zal het geschieden, dat het zwaard,2719 waar gij voor vreest,3373 u aldaar in Egypteland776 4714 zal achterhalen;5381 8686 en de honger,7458 waar gij voor zorgt,1672 8802 zal u aldaar [in] Egypte4714 achter310 aankleven,1692 8799 en gij zult aldaar sterven.4191 8799 Zo zullen al de mannen582 zijn, die hun aangezichten6440 stellen,7760 8804 om in Egypte4714 te gaan,935 8800 om aldaar als vreemdelingen te verkeren;1481 8800 zij zullen sterven4191 8799 door het zwaard,2719 door den honger7458 en door de pestilentie;1698 en zij zullen niemand hebben, die overblijve8300 of ontkome6412 van6440 het kwaad,7451 dat Ik over hen zal brengen.935 8688 Want zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 als toorn,639 en grimmigheid2534 is uitgestort5413 8738 over de inwoners3427 8802 van ,3389 alzo zal grimmigheid2534 over ulieden uitgestort worden,5413 8799 als gij in Egypte4714 zult gekomen zijn;935 8800 en gij zult wezen tot een vervloeking,423 en tot een ontzetting,8047 en tot een vloek,7045 en tot smaadheid,2781 en zult deze plaats4725 niet meer zien.7200 8799 De HEERE3068 heeft tegen ulieden gesproken,1696 8765 gij overblijfsel7611 van !3063 Gaat935 8799 niet in ;4714 weet3045 8799 zekerlijk,3045 8800 dat ik heden3117 tegen u betuigd heb.5749 8689 Gewisselijk, gij hebt uw zielen5315 verleid;8582 8689 want gij hebt mij tot den HEERE,3068 uw God,430 gezonden,7971 8804 zeggende:559 8800 Bid6419 8690 voor ons tot den HEERE,3068 onzen God,430 en naar alles, wat de HEERE,3068 onze God,430 zal zeggen,559 8799 alzo maak het ons bekend,5046 8685 en wij zullen het doen.6213 8804 Nu heb ik het u heden3117 bekend gemaakt;5046 8686 maar gij hebt niet gehoord8085 8804 naar de stem6963 des HEEREN,3068 uws ,430 noch naar al hetgeen, [met] hetwelk mij tot u gezonden heeft.7971 8804 Zo weet3045 8799 nu zekerlijk,3045 8800 dat gij door het zwaard,2719 door den honger7458 en door de pestilentie1698 sterven zult,4191 8799 ter plaatse,4725 waar het u gelust heeft2654 8804 henen te gaan,935 8800 om aldaar als vreemdelingen te verkeren.1481 8800

Every verse in Jeremiah 42

Chapter navigation

0:000:00