Jeremiah 43:7
“En zij togen935 8799 in Egypteland,776 4714 want zij waren der stem6963 des HEEREN3068 niet gehoorzaam;8085 8804 en zij kwamen935 8799 tot Tachpanhes.8471”
Jeremiah 43:7 — Statenvertaling (1637)
Verse 7 of 13 in Jeremiah chapter 43 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 43 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En het geschiedde, als Jeremia3414 geeindigd had3615 8763 tot het ganse volk5971 te spreken1696 8763 al de woorden1697 des HEEREN,3068 huns ,430 [met] dewelke hem de HEERE,3068 hun God,430 tot hen gezonden had,7971 8804 [te] [weten] al die woorden,1697 Zo sprak559 8799 ,5838 de zoon1121 van ,1955 en ,3110 de zoon1121 van ,7143 en al de trotse2086 mannen,582 zeggende559 8802 tot :3414 spreekt1696 8764 leugen;8267 de HEERE,3068 onze God,430 heeft u niet gezonden,7971 8804 om te zeggen:559 8800 zult niet gaan935 8799 in ,4714 om aldaar als vreemdelingen te verkeren.1481 8800 Maar ,1263 de zoon1121 van ,5374 hitst5496 u tegen ons op,5496 8688 opdat4616 hij ons overgeve5414 8800 in de hand3027 der ,3778 dat zij ons doden4191 8687 en ons gevankelijk1540 [naar] 894 wegvoeren.1540 8687 Alzo gehoorzaamde8085 8804 ,3110 de zoon1121 van ,7143 en al de oversten8269 der heiren,2428 en al het volk,5971 der stem6963 des HEEREN3068 niet, om in het land776 van Juda3063 te blijven.3427 8800 Maar ,3110 de zoon1121 van ,7143 en al de oversten8269 der heiren2428 namen3947 8799 het ganse overblijfsel7611 van ,3063 die van al de heidenen,1471 waar zij waren henengedreven,5080 8738 wedergekeerd waren,7725 8804 om in het land776 van Juda3063 te wonen;1481 8800 De mannen,1397 en de vrouwen,802 en de kinderkens,2945 en des konings4428 dochteren,1323 en alle ziel,5315 die ,5018 de overste7227 der trawanten,2876 bij ,1436 den zoon1121 van ,296 den zoon1121 van ,8227 gelaten had,3240 8689 ook den profeet5030 ,3414 en ,1263 den zoon1121 van ;5374 En zij togen935 8799 in ,776 4714 want zij waren der stem6963 des HEEREN3068 niet gehoorzaam;8085 8804 en zij kwamen935 8799 tot .8471 Toen geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot Jeremia3414 te ,8471 zeggende:559 8800 Neem3947 8798 grote1419 stenen68 in uw hand,3027 en verberg2934 8804 ze in de klei4423 in den ticheloven,4404 die bij de deur6607 van 's6547 huis1004 te Tachpanhes8471 is, voor de ogen5869 der Joodse3064 mannen;582 En zeg559 8804 tot hen: Zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 , Ik zal henenzenden,7971 8802 en ,5019 den koning4428 van ,894 knecht,5650 halen,3947 8804 en Ik zal zijn troon3678 zetten7760 8804 boven op4605 deze stenen,68 die Ik verborgen heb;2934 8804 en hij zal zijn schone tent8237 daarover spannen.5186 8804 En hij zal komen935 8804 en Egypteland776 4714 slaan:5221 8689 wie ten dood,4194 ten dode;4194 en wie ter gevangenis,7628 ter gevangenis;7628 en wie ten zwaard,2719 ten zwaarde.2719 En Ik zal een vuur784 aansteken3341 8689 in de huizen1004 der goden430 van ,4714 en hij zal ze verbranden,8313 8804 en gevankelijk wegvoeren;7617 8804 en hij zal Egypteland776 4714 aantrekken,5844 8804 gelijk als een herder7462 8802 zijn kleed899 aantrekt,5844 8799 en hij zal van daar uittrekken3318 8804 in vrede.7965 En hij zal de opgerichte beelden4676 van -semes,1053 hetwelk in Egypteland776 4714 is, verbreken;7665 8765 en hij zal de huizen1004 der goden430 van Egypte4714 met vuur784 verbranden.8313 8799