Jeremiah 46:17
“Daar riepen zij:7121 8804 Farao,6547 de koning4428 van Egypte,4714 is [maar] een gedruis;7588 hij heeft den gezetten tijd4150 laten voorbijgaan.5674 8689”
Jeremiah 46:17 — Statenvertaling (1637)
Verse 17 of 28 in Jeremiah chapter 46 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 46 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Het woord1697 des HEEREN,3068 dat tot den profeet5030 Jeremia3414 geschied is tegen de heidenen.1471 Tegen ;4714 tegen het heir2428 van ,6549 koning4428 van ,4714 dat aan de rivier5104 ,6578 bij Karchemis3751 was, dat ,5019 de koning4428 van ,894 sloeg,5221 8689 in het vierde7243 jaar8141 van ,3079 den zoon1121 van ,2977 den koning4428 van .3063 Rust6186 het schild4043 en de rondas6793 toe,6186 8798 en nadert5066 8798 tot den strijd!4421 Spant631 de paarden5483 aan,631 8798 en klimt op,5927 8798 gij ruiters!6571 en stelt u3320 8690 met helmen;3553 veegt4838 8798 de spiesen,7420 trekt3847 de pantsiers5630 aan!3847 8798 Waarom zie Ik,7200 8804 [dat] zij versaagd2844 [en] achterwaarts268 gedreven zijn?5472 8737 hun helden1368 zijn verslagen,3807 8714 en nemen de vlucht,5127 8804 4498 en zien niet om;6437 8689 er is schrik4032 van rondom,5439 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 De snelle7031 ontvliede5127 8799 niet, en de held1368 ontkome4422 8735 niet; tegen het noorden,6828 aan den oever3027 der rivier5104 Frath6578 zijn zij gestruikeld3782 8804 en gevallen.5307 8804 Wie is deze, [die] optrekt5927 8799 als een stroom,2975 wiens wateren4325 zich bewegen1607 8691 als de rivieren?5104 Egypte4714 trekt op5927 8799 als een stroom,2975 en [zijn] wateren4325 bewegen zich1607 8704 als de rivieren;5104 en hij zegt:559 8799 Ik zal optrekken,5927 8799 ik zal de aarde776 bedekken,3680 8762 ik zal de stad,5892 en die daarin wonen,3427 8802 verderven.6 8686 Trekt op,5927 8798 gij paarden!5483 en raast,1984 8703 gij wagens!7393 en laat de helden1368 uittrekken:3318 8799 de ,3568 en de ,6316 die het schild4043 handelen,8610 8802 en de ,3866 die den boog7198 handelen8610 8802 [en] spannen.1869 8802 Maar deze dag3117 is des HEEREN,136 des HEEREN3069 der heirscharen,6635 een dag3117 der wrake,5360 dat zich wreke5358 8736 van wederpartijders,6862 en het zwaard2719 zal vreten,398 8804 en verzadigd,7646 8804 en dronken worden7301 8804 van hun bloed;1818 want de ,136 HEERE3069 der heirscharen,6635 heeft een slachtoffer2077 in het land776 van het noorden,6828 aan de rivier5104 .6578 Ga henen op5927 8798 naar ,1568 en haal3947 8798 balsem,6875 gij jonkvrouw,1330 dochter1323 van !4714 Tevergeefs7723 vermenigvuldigt gij7235 8689 de medicijnen,7499 er is geen heling8585 voor u. De volken1471 hebben uw schande7036 gehoord,8085 8804 en het land776 is vol4390 8804 van uw gekrijt;6682 want zij hebben zich gestoten,3782 8804 held1368 tegen held,1368 zij zijn beiden8147 te zamen3162 gevallen.5307 8804 Het woord,1697 dat de HEERE3068 tot den profeet5030 Jeremia3414 sprak,1696 8765 van de aankomst935 8800 van ,5019 den koning4428 van ,894 om Egypteland776 4714 te slaan.5221 8687 Verkondigt5046 8685 in ,4714 en doet het horen8085 8685 te ;4024 doet het ook horen8085 8685 te Nof5297 en ;8471 zegt:559 8798 er u naar,3320 8690 en maakt u gereed,3559 8685 want het zwaard2719 heeft verteerd,398 8804 wat rondom5439 u is. Waarom zijn uw sterken47 weggeveegd?5502 8738 stonden5975 8804 niet, omdat hen de HEERE3068 voortdreef.1920 8804 Hij maakte7235 der struikelenden3782 8802 veel;7235 8689 ja, de een376 viel5307 8804 op den ander;7453 zodat zij zeiden:559 8799 op6965 8798 en laat ons wederkeren7725 8799 tot ons volk,5971 en tot het land776 onzer geboorte,4138 vanwege6440 het verdrukkende3238 8802 zwaard.2719 Daar riepen zij:7121 8804 ,6547 de koning4428 van ,4714 is [maar] een gedruis;7588 hij heeft den gezetten tijd4150 laten voorbijgaan.5674 8689 [Zo] [waarachtig] [als] Ik leef,2416 spreekt5002 8803 de ,4428 Naam8034 is HEERE3068 der heirscharen;6635 hij zal voorzeker, als Thabor8396 onder de bergen,2022 en als Karmel3760 bij de zee,3220 aankomen!935 8799 Maak6213 8798 voor u gereedschap3627 der gevankelijke wegvoering,1473 gij inwoneres,3427 8802 gij dochter1323 van !4714 want Nof5297 zal ter verwoesting8047 worden, en zal verbrand worden,3341 8738 dat er niemand in wone.3427 8802 Egypte4714 is een zeer schone3304 vaarze;5697 de slachter7171 komt,935 8804 hij komt935 8804 van het noorden.6828 Zelfs haar gehuurden7916 in haar midden7130 zijn als gemeste4770 kalveren;5695 maar die hebben zich ook gewend,6437 8689 zij zijn te zamen3162 gevlucht,5127 8804 zij hebben niet gestaan;5975 8804 want de dag3117 huns verderfs343 is over hen gekomen,935 8804 de tijd6256 hunner bezoeking.6486 Haar stem6963 zal gaan3212 8799 als van een slang;5175 want zij zullen met krijgsmacht2428 daarhenen trekken,3212 8799 en tot haar met bijlen7134 komen,935 8804 gelijk houthouwers.2404 8802 6086 Zij hebben haar woud3293 afgehouwen,3772 8804 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 hoewel het niet is te onderzoeken;2713 8735 want zij zijn meerder7231 8804 de sprinkhanen,697 zodat men hen niet369 tellen kan.4557 De dochter1323 van Egypte4714 is beschaamd;3001 8689 zij is gegeven5414 8738 in de hand3027 des volks5971 van het noorden.6828 De HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 ,3478 zegt:559 8804 , Ik zal bezoeking doen6485 8802 over de menigte527 8676 528 van No,4996 en over ,6547 en over ,4714 en over haar goden,430 en over haar koningen,4428 ja, over ,6547 en over degenen, die op hem vertrouwen.982 8802 En Ik zal hen geven5414 8804 in de hand3027 dergenen, die hunlieder ziel5315 zoeken,1245 8764 en in de hand3027 van ,5019 den koning4428 van ,894 en in de hand3027 zijner knechten.5650 daarna310 zal zij bewoond worden7931 8799 als [in] de dagen3117 van ouds,6924 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Maar gij, Mijn knecht5650 !3290 vrees3372 8799 niet, en ontzet u2865 8735 niet, o !3478 want zie, Ik zal u verlossen3467 8688 uit verre7350 [landen], en uw zaad2233 uit het land776 hunner gevangenis;7628 en Jakob3290 zal wederkomen,7725 8804 en stil8252 8804 en gerust zijn,7599 8768 en niemand zal [hem] verschrikken.2729 8688 Gij [] knecht5650 !3290 vrees3372 8799 niet, spreekt5002 8803 de HEERE;3068 want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding3617 maken6213 8799 met al de heidenen,1471 waarhenen Ik u gedreven zal hebben,5080 8689 doch met u zal Ik geen voleinding3617 maken,6213 8799 maar u kastijden3256 8765 met mate,4941 en u niet gans5352 8763 onschuldig houden.5352 8762