Jeremiah 5:20
“Verkondigt5046 8685 dit in het huis1004 van Jakob,3290 en laat het horen8085 8685 in Juda,3063 zeggende:559 8800”
Jeremiah 5:20 — Statenvertaling (1637)
Verse 20 of 31 in Jeremiah chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Gaat om7751 8786 door de wijken2351 van ,3389 en ziet7200 8798 nu toe, en verneemt,3045 8798 en zoekt1245 8761 op haar straten,7339 of gij iemand376 vindt,4672 8799 of er een is,3426 die recht4941 doet,6213 8802 die waarheid530 zoekt,1245 8764 zo zal Ik haar genadig zijn.5545 8799 En of zij al zeggen:559 8799 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft!2416 zo zweren zij7650 8735 toch valselijk.8267 O HEERE!3068 [zien] Uw ogen5869 niet naar waarheid?530 hebt hen geslagen,5221 8689 maar zij hebben geen pijn gevoeld;2342 8804 hebt hen verteerd,3615 8765 [maar] zij hebben geweigerd3985 8765 de tucht4148 aan te nemen;3947 8800 zij hebben hun aangezichten6440 harder gemaakt2388 8765 een steenrots,5553 zij hebben geweigerd3985 8765 zich te bekeren.7725 8800 Doch ik zeide:559 8804 , deze zijn arm;1800 zij handelen zottelijk,2973 8738 omdat zij den weg1870 des HEEREN,3068 het recht4941 hun Gods430 niet weten.3045 8804 Ik zal gaan3212 8799 tot de groten,1419 en met hen spreken,1696 8762 want die weten3045 8804 den weg1870 des HEEREN,3068 het recht4941 huns ;430 maar zij hadden te zamen3162 het juk5923 verbroken,7665 8804 [en] de banden4147 verscheurd.5423 8765 Daarom heeft hen een leeuw738 uit het woud3293 verslagen,5221 8689 een 2061 der wildernissen6160 zal hen verwoesten;7703 8799 een luipaard5246 waakt8245 8802 tegen hun steden;5892 al wie uit dezelve2007 uitgaat,3318 8802 zal verscheurd worden;2963 8735 want hun overtredingen6588 zijn vermenigvuldigd,7231 8804 hun afkeringen4878 zijn machtig veel geworden.6105 8804 Hoe335 zou Ik over zulks2063 u vergeven?5545 8799 Uw kinderen1121 verlaten5800 8804 , en zweren7650 8735 bij hen, die geen3808 God430 zijn; als Ik hen verzadigd heb,7650 8686 zo bedrijven zij overspel,5003 8799 en verzamelen bij hopen1413 8704 in het hoerenhuis.2181 8802 1004 [] welgevoederde2109 8716 hengsten5483 zijn zij vroeg op;7904 8688 zij hunkeren6670 8799 een iegelijk376 naar zijns naasten7453 huisvrouw.802 Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen?6485 8799 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Of zou ziel5315 zich niet wreken5358 8691 aan zulk een volk,1471 als dit is? Beklimt5927 8798 haar muren,8284 en verderft7843 8761 ze (doch maakt6213 8799 geen voleinding3617); doet5493 haar spitsen5189 weg,5493 8685 want zij zijn des HEEREN3068 niet. Want het huis1004 van 3478 en het huis1004 van Juda3063 hebben gans898 8800 trouwelooslijk tegen gehandeld,898 8804 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Zij verloochenen3584 8765 den HEERE,3068 en zeggen:559 8799 is het niet, en ons zal geen kwaad7451 overkomen,935 8799 wij zullen noch zwaard2719 noch honger7458 zien.7200 8799 Ja, die profeten5030 zullen tot wind worden,7307 want het woord1696 8763 is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden.6213 8735 Daarom zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 der heirscharen,6635 alzo, omdat gijlieden dit woord1697 spreekt:1696 8763 , Ik zal woorden1697 in uw mond6310 tot vuur784 maken,5414 8802 en dit volk5971 [tot] hout,6086 en het zal hen verteren.398 8804 Ziet, Ik zal over ulieden een volk1471 van verre4801 brengen,935 8688 o huis1004 !3478 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 het is een sterk386 volk,1471 het is een zeer oud5769 volk,1471 een volk,1471 welks spraak3956 gij niet zult kennen,3045 8799 en niet horen,8085 8799 wat het spreken zal.1696 8762 Zijn pijlkoker827 is als een open6605 8803 graf;6913 zij zijn altemaal helden.1368 En het zal uw oogst7105 en uw brood3899 opeten,398 8804 [dat] uw zonen1121 en uw dochteren1323 zouden eten;398 8799 het zal uw schapen6629 en uw runderen1241 opeten;398 8799 het zal uw wijnstok1612 en uw vijgeboom8384 opeten;398 8799 uw vaste4013 steden,5892 op dewelke2007 gij vertrouwt,982 8802 zal het arm maken,7567 8779 door het zwaard.2719 Nochtans zal Ik ook in die dagen,3117 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 geen voleinding3617 met ulieden maken.6213 8799 En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen:559 8799 Waarom8478 4100 heeft ons de HEERE,3068 onze God,430 al deze dingen gedaan?6213 8804 dat gij tot hen zeggen zult:559 8804 als gijlieden hebt verlaten,5800 8804 en vreemde5236 goden430 in uw land776 gediend,5647 8799 alzo zult gij de uitlandse2114 8801 dienen,5647 8799 in een land,776 dat het uwe niet is. Verkondigt5046 8685 dit in het huis1004 van ,3290 en laat het horen8085 8685 in ,3063 zeggende:559 8800 Hoort8085 8798 nu dit, gij dwaas5530 en harteloos3820 volk!5971 die ogen5869 hebben, maar zien7200 8799 niet, die oren241 hebben, maar horen8085 8799 niet. Zult gijlieden niet vrezen?3372 8799 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 zult gij voor aangezicht6440 niet beven?2342 8799 der zee3220 het zand2344 tot een paal1366 gesteld heb,7760 8804 met een eeuwige5769 inzetting,2706 dat zij daarover niet zal gaan;5674 8799 ofschoon haar golven1530 zich bewegen,1607 8691 zo zullen zij toch niet vermogen,3201 8799 ofschoon zij bruisen,1993 8804 zo zullen zij toch daarover niet gaan.5674 8799 Maar dit volk5971 heeft een afvallig5637 8802 en wederspannig4784 8802 hart;3820 zij zijn afgevallen5493 8804 en heengegaan;3212 8799 En zij zeggen559 8804 niet in hun hart:3824 ons nu den HEERE,3068 onzen God,430 vrezen,3372 8799 den regen1653 geeft,5414 8802 zo vroegen regen3138 als spaden regen,4456 op tijd;6256 [] ons de weken, de gezette2708 tijden7620 van den oogst,7105 bewaart.8104 8799 Uw ongerechtigheden5771 wenden die dingen af,5186 8689 en uw zonden2403 weren4513 8804 dat goede2896 van ulieden. Want onder volk5971 worden goddelozen7563 gevonden;4672 8738 een ieder van hen loert,7789 8799 gelijk zich de vogelvangers3353 schikken;7918 8800 zij zetten5324 8689 een verderfelijken strik,4889 zij vangen3920 8799 de mensen.582 Gelijk een kouw3619 vol4392 is van gevogelte,5775 alzo zijn hun huizen1004 vol4392 van bedrog;4820 daarom zijn zij groot1431 8804 en rijk geworden.6238 8686 Zij zijn vet,8080 8804 zij zijn glad,6245 8804 zelfs de daden1697 der bozen7451 gaan zij te boven;5674 8804 de rechtzaak1779 richten zij1777 8804 niet, [zelfs] de rechtzaak des wezen,3490 nochtans zijn zij voorspoedig;6743 8686 ook oordelen zij8199 8804 het recht4941 der nooddruftigen34 niet. Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen?6485 8799 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 zou ziel5315 zich niet wreken5358 8691 aan zulk een volk1471 als dit is? Een schrikkelijke8047 en afschuwelijke8186 zaak geschiedt er1961 8738 in het land.776 De profeten5030 profeteren5012 8738 valselijk,8267 en de priesters3548 heersen7287 8799 door hun handen;3027 en volk5971 heeft het gaarne157 8804 alzo; maar wat zult gij ten einde319 van dien maken?6213 8799