Jeremiah 52:7

“Toen werd de stad5892 doorgebroken,1234 8735 en al de krijgslieden582 4421 vloden,1272 8799 en trokken uit3318 8799 des nachts,3915 uit de stad,5892 door den weg1870 der poort8179 tussen de twee muren,2346 die aan des konings4428 hof1588 waren (de Chaldeen3778 nu waren tegen de stad5892 rondom5439), en zij togen3212 8799 [door] den weg1870 des vlakken velds.6160”

Jeremiah 52:7 — Statenvertaling (1637)

Verse 7 of 34 in Jeremiah chapter 52 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Jeremiah 52 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Zedekia6667 was een259 en twintig6242 jaren8141 oud,1121 als hij koning werd,4427 8800 en hij regeerde4427 8804 elf259 6240 jaren8141 te ;3389 en de naam8034 zijner moeder517 was ,2537 een dochter1323 van ,3414 van .3841 En hij deed,6213 8799 dat kwaad7451 was in de ogen5869 des HEEREN,3068 naar alles, wat Jojakim3079 gedaan had.6213 8804 Want het geschiedde, om5921 den toorn639 des HEEREN3068 tegen Jeruzalem3389 en ,3063 totdat hen van aangezicht6440 weggeworpen had;7993 8687 en Zedekia6667 rebelleerde4775 8799 tegen den koning4428 van .894 En het geschiedde in het negende8671 jaar8141 zijner regering,4427 8800 in de tiende6224 maand,2320 op den tienden6218 der maand,2320 [dat] ,5019 de koning4428 van ,894 kwam935 8804 tegen ,3389 hij en zijn ganse heir,2428 en zij legerden zich2583 8799 tegen haar, en zij bouwden1129 8799 tegen haar sterkten1785 rondom.5439 Alzo kwam935 8799 de stad5892 in belegering,4692 tot in het elfde6249 6240 jaar8141 van den koning4428 .6667 In de vierde7243 maand,2320 op den negenden8672 der maand,2320 als de honger7458 in de stad5892 sterk werd,2388 8799 en het volk5971 des lands776 geen brood3899 had; Toen werd de stad5892 doorgebroken,1234 8735 en al de krijgslieden582 4421 vloden,1272 8799 en trokken uit3318 8799 des nachts,3915 uit de stad,5892 door den weg1870 der poort8179 tussen de twee muren,2346 die aan des konings4428 hof1588 waren (de Chaldeen3778 nu waren tegen de stad5892 rondom5439), en zij togen3212 8799 [door] den weg1870 des vlakken velds.6160 Doch het heir2428 der Chaldeen3778 jaagde7291 8799 den koning4428 na,310 en zij achterhaalden5381 8686 Zedekia6667 in de vlakke velden6160 van ;3405 en al zijn heir2428 werd van bij hem verstrooid.6327 8738 Zij grepen8610 8799 den koning,4428 en voerden hem opwaarts5927 8686 tot den koning4428 van 894 naar ,7247 in het land776 van ;2574 die sprak1696 8762 oordelen4941 tegen hem. En de koning4428 van 894 slachtte7819 8799 de zonen1121 van Zedekia6667 voor zijn ogen;5869 en hij slachtte7819 8804 ook al de vorsten8269 van Juda3063 te .7247 En hij verblindde5786 8765 de ogen5869 van ,6667 en hij bond631 8799 hem met twee koperen ketenen;5178 alzo bracht935 8686 hem de koning4428 van 894 naar ,894 en stelde5414 8799 hem in het gevangenhuis,1004 6486 tot den dag3117 zijns doods4194 toe. Daarna, in de vijfde2549 maand,2320 op den tienden6218 der maand2320 (dit jaar was het negentiende8672 6240 8141 jaar8141 van den koning4428 ,5019 den koning4428 van 894), als ,5018 de overste7227 der trawanten,2876 die voor het aangezicht6440 des konings4428 van 894 stond,5975 8804 te Jeruzalem3389 gekomen was;935 8804 Zo verbrandde hij8313 8799 het huis1004 des HEEREN3068 en het huis1004 des konings;4428 mitsgaders alle huizen1004 van Jeruzalem3389 en alle huizen1004 der groten1419 verbrandde hij8313 8804 met vuur.784 En het ganse heir2428 der ,3778 dat met den overste7227 der trawanten2876 was, brak5422 alle muren2346 van Jeruzalem3389 rondom5439 af.5422 8804 Van de armsten1803 nu des volks5971 en het overige3499 des volks,5971 die in de stad5892 overgelaten waren,7604 8737 en de afvalligen,5307 8802 die tot den koning4428 van 894 gevallen waren,5307 8804 en het overige3499 der menigte,527 voerde1540 ,5018 de overste7227 der trawanten,2876 gevankelijk weg.1540 8689 Maar van de armsten1803 des lands776 liet7604 ,5018 de overste7227 der trawanten,2876 [enigen] over7604 8689 tot wijngaardeniers3755 en tot akkerlieden.3009 8802 Verder braken7665 8765 de Chaldeen3778 de koperen5178 pilaren,5982 die in het huis1004 des HEEREN3068 waren, en de stellingen,4350 en de koperen5178 zee,3220 die in het huis1004 des HEEREN3068 was; en zij voerden5375 8799 al het koper5178 daarvan naar .894 Ook namen zij3947 8804 de potten5518 en de schoffelen,3257 en de gaffelen,4212 en de sprengbekkens,4219 en de rookschalen,3709 en al de koperen5178 vaten,3627 waar men den dienst mede deed.8334 8762 En de overste7227 der trawanten2876 nam weg3947 8804 de schalen,5592 en de wierookvaten,4289 en de sprengbekkens,4219 en de potten,5518 en de kandelaars,4501 en de rookschalen,3709 en de kroezen;4518 wat geheel2091 goud,2091 en wat geheel3701 zilver3701 was. De twee8147 pilaren,5982 de ene259 zee,3220 en de twaalf8147 6240 koperen5178 runderen,1241 die in de plaats der stellingen4350 waren, die de koning4428 Salomo8010 voor het huis1004 des HEEREN3068 gemaakt had;6213 8804 het koper5178 daarvan, [te] [weten] van al deze vaten,3627 was zonder gewicht.4948 Aangaande de pilaren,5982 achttien8083 6240 ellen520 was de hoogte6967 eens259 pilaars,5982 en een draad2339 van twaalf8147 6240 ellen520 omving5437 8799 hem; en zijn dikte5672 was vier702 vingeren,676 [en] hij was hol.5014 8803 En het kapiteel3805 daarop was koper,5178 en de hoogte6967 des enen259 kapiteels3805 was vijf2568 ellen,520 en een ,7639 en granaatappelen7416 op het kapiteel3805 rondom,5439 alles koper;5178 en dezen gelijk had de andere8145 pilaar,5982 met granaatappelen.7416 En de granaatappelen7416 waren zes8337 en negentig,8673 [gezet] naar den wind;7307 alle granaatappelen7416 waren honderd,3967 over het 7639 rondom.5439 Ook nam3947 8799 de overste7227 der trawanten2876 ,8304 den hoofdpriester,7218 3548 en ,6846 den tweeden4932 priester,3548 en de drie7969 dorpelbewaarders.8104 8802 5592 En uit de stad5892 nam hij3947 8804 een259 hoveling,5631 die over de krijgslieden582 4421 gesteld was,6496 en zeven7651 mannen582 uit degenen, die des konings4428 aangezicht6440 zagen,7200 8802 die in de stad5892 gevonden werden,4672 8738 mitsgaders den oversten8269 schrijver5608 8802 des heirs,6635 die het volk5971 des lands776 ten oorlog opschreef,6633 8688 en zestig8346 mannen376 van het volk5971 des lands,776 die in het midden8432 der stad5892 gevonden werden.4672 8737 Als ,5018 de overste7227 der trawanten,2876 dezen genomen had,3947 8799 zo bracht hij3212 8686 hen tot den koning4428 van 894 naar .7247 En de koning4428 van 894 sloeg5221 8686 hen en doodde4191 8686 hen te ,7247 in het land127 van .2574 werd Juda3063 uit zijn land776 gevankelijk weggevoerd.1540 8799 Dit is het volk,5971 dat Nebukadrezar5019 gevankelijk heeft weggevoerd;1540 8689 in het zevende7651 jaar,8141 drie7969 duizend505 drie7969 en twintig6242 ;3064 In het achttiende8083 6240 jaar8141 van ,5019 [voerde] [hij] [gevankelijk] [weg] achthonderd8083 3967 twee8147 en dertig7970 zielen5315 uit ;3389 In het drie7969 en twintigste6242 jaar8141 van Nebukadrezar5019 voerde1540 ,5018 de overste7227 der trawanten,2876 gevankelijk weg1540 8689 van de Joden3064 zevenhonderd7651 3967 vijf2568 en veertig705 zielen.5315 zielen5315 zijn vier702 duizend505 en zeshonderd.8337 3967 Het geschiedde daarna, in het zeven7651 en dertigste7970 jaar8141 der gevankelijke wegvoering1546 van ,3078 den koning4428 van ,3063 in de twaalfde8147 6240 maand,2320 op den vijf2568 en twintigsten6242 der maand,2320 dat ,192 de koning4428 van ,894 in het [eerste] jaar8141 zijns koninkrijks,4438 het hoofd7218 van ,3078 den koning4428 van ,3063 verhief,5375 8804 en hem uit het gevangenhuis1004 3628 uitbracht.3318 8686 En hij sprak1696 8762 vriendelijk2896 met hem, en stelde5414 8799 zijn stoel3678 boven4605 den stoel3678 der koningen,4428 die bij hem te 894 waren. En hij veranderde8138 8765 de klederen899 zijner gevangenis;3608 en hij at398 8804 geduriglijk8548 brood3899 voor zijn aangezicht,6440 al de dagen3117 zijns levens.2416 En aangaande zijn tering,737 een gedurige8548 tering737 werd hem van den koning4428 van 894 gegeven,5414 8738 elk dagelijks3117 bestemde deel1697 op zijn dag,3117 tot op den dag3117 zijns doods,4194 al de dagen3117 zijns levens.2416

Every verse in Jeremiah 52

Chapter navigation

0:000:00