Jeremiah 8:14

“Waarom blijven wij zitten?3427 8802 Verzamelt u,622 8734 en laat ons ingaan935 8799 in de vaste4013 steden,5892 en aldaar stilzwijgen;1826 8735 immers heeft ons de HEERE,3068 onze God,430 doen stilzwijgen,1826 8689 en ons met gallewater4325 7219 gedrenkt,8248 8686 omdat wij tegen den HEERE3068 gezondigd hebben.2398 8804”

Jeremiah 8:14 — Statenvertaling (1637)

Verse 14 of 22 in Jeremiah chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Jeremiah 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Ter zelfder tijd,6256 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 zullen zij de beenderen6106 der koningen4428 van ,3063 en de beenderen6106 hunner vorsten,8269 en de beenderen6106 der priesteren,3548 en de beenderen6106 der profeten,5030 en de beenderen6106 der inwoners3427 8802 van ,3389 uit hun graven6913 uithalen.3318 8686 En zij zullen ze uitspreiden7849 8804 voor de zon,8121 en voor de maan,3394 en voor het ganse heir6635 des hemels,8064 die zij liefgehad,157 8804 en die zij gediend,5647 8804 en die zij nagewandeld,310 1980 8804 en die zij gezocht hebben,1875 8804 en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben;7812 8694 zij zullen niet verzameld622 8735 noch begraven worden;6912 8735 tot mest1828 op6440 den aardbodem127 zullen zij zijn. En de dood4194 zal voor het leven2416 verkoren worden,977 8738 bij het ganse overblijfsel7611 der overgeblevenen7604 8737 uit dit boze7451 geslacht,4940 in al de plaatsen4725 der overgeblevenen,7604 8737 waar Ik hen henengedreven zal hebben,5080 8689 spreekt5002 8803 de HEERE3068 der heirscharen.6635 Zeg559 8804 wijders tot hen: Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 men vallen,5307 8799 en niet weder opstaan?6965 8799 men afkeren,7725 8799 en niet wederkeren?7725 8799 Waarom keert7725 [] dit volk5971 te Jeruzalem3389 af7725 8790 [met] een altoosdurende5329 8737 afkering?4878 houden vast2388 8689 aan bedrog,8649 zij weigeren3985 8765 weder te keren.7725 8800 Ik heb geluisterd7181 8689 en toegehoord,8085 8799 zij spreken dat niet recht is,1696 8762 er is niemand,376 die berouw heeft5162 8737 over5921 zijn boosheid,7451 zeggende:559 8800 heb ik gedaan?6213 8804 ieder keert zich om7725 8804 in zijn loop,4794 gelijk een onbesuisd7857 8802 paard5483 in den strijd.4421 Zelfs een ooievaar2624 aan den hemel8064 weet3045 8804 zijn gezette tijden,4150 en een tortelduif,8449 en kraan,5483 en zwaluw,5693 nemen8104 den tijd6256 hunner aankomst935 8800 waar;8104 8804 maar volk5971 weet3045 8804 het recht4941 des HEEREN3068 niet. Hoe zegt gij559 8799 : Wij zijn wijs2450 en de wet8451 des HEEREN3068 is bij ons! Ziet, waarlijk403 tevergeefs8267 werkt6213 8804 de valse8267 pen5842 der schriftgeleerden.5608 8802 De wijzen2450 zijn beschaamd,3001 8689 verschrikt2865 8804 en gevangen;3920 8735 ziet, zij hebben des HEEREN3068 woord1697 verworpen,3988 8804 wat wijsheid2451 zouden zij hebben? Daarom zal Ik hun vrouwen802 aan anderen312 geven,5414 8799 hun akkers7704 aan [andere] bezitters;3423 8802 want van den kleinste6996 aan tot den grootste1419 toe pleegt1214 8802 een ieder van hen gierigheid;1215 van den profeet5030 aan tot den priester3548 toe bedrijft6213 8802 een ieder van hen valsheid.8267 En zij genezen7495 8762 de breuk7667 van de dochter1323 volks5971 op het lichtste,7043 8738 zeggende:559 8800 ,7965 vrede!7965 doch daar is geen vrede.7965 Zijn zij beschaamd,3001 8689 omdat zij gruwel8441 bedreven hebben?6213 8804 Ja, zij schamen zich954 8799 in het minste954 8800 niet, en weten3045 8804 niet schaamrood te worden;3637 8736 daarom zullen zij vallen5307 8799 onder de vallenden;5307 8802 ten tijde6256 hunner bezoeking6486 zullen zij struikelen,3782 8735 zegt559 8804 de HEERE.3068 Ik zal hen voorzeker622 8800 wegrapen,5486 8686 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 er zijn geen druiven6025 aan den wijnstok,1612 en geen vijgen8384 aan den vijgeboom,8384 ja, het blad5929 is afgevallen;5034 8804 en [de] [geboden], [die] Ik hun gegeven heb,5414 8799 die overtreden zij.5674 8799 Waarom blijven wij zitten?3427 8802 u,622 8734 en laat ons ingaan935 8799 in de vaste4013 steden,5892 en aldaar stilzwijgen;1826 8735 immers heeft ons de HEERE,3068 onze God,430 doen stilzwijgen,1826 8689 en ons met gallewater4325 7219 gedrenkt,8248 8686 omdat wij tegen den HEERE3068 gezondigd hebben.2398 8804 Men wacht naar6960 8763 vrede,7965 maar er is niets goeds,2896 naar tijd6256 van genezing,4832 maar ziet, er is verschrikking.1205 Van 1835 af wordt het gesnuif5170 zijner paarden5483 gehoord;8085 8738 het ganse land776 beeft7493 8804 van het geluid6963 der briesingen4684 zijner sterken;47 en zij komen935 8799 daarhenen, dat zij het land776 opeten398 8799 en diens volheid,4393 de stad5892 en die daarin wonen.3427 8802 Want ziet, Ik zend7971 8764 slangen,5175 basilisken6848 onder ulieden, tegen dewelke geen bezwering3908 is; die zullen u bijten,5391 8765 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Mijn verkwikking4010 is in droefenis;3015 mijn hart3820 is flauw1742 in mij. Ziet, de stem6963 van het geschrei7775 der dochteren1323 mijns volks5971 is uit zeer verren4801 lande:776 Is de HEERE3068 niet te ,6726 is haar koning4428 niet bij haar? Waarom hebben zij vertoornd3707 8689 met hun gesneden beelden,6456 met ijdelheden1892 der vreemden?5236 De oogst7105 is voorbijgaande,5674 8804 de zomer7019 is ten einde;3615 8804 nog zijn wij niet verlost.3467 8738 Ik ben gebroken7665 8717 vanwege de breuk7667 der dochter1323 mijns volks;5971 ik ga in het zwart,6937 8804 ontzetting8047 heeft mij aangegrepen.2388 8689 Is er geen balsem6875 in ?1568 Is er geen heelmeester7495 8802 aldaar? Want waarom3588 is de gezondheid724 der dochter1323 mijns volks5971 niet gerezen?5927 8804

Every verse in Jeremiah 8

Chapter navigation

0:000:00