Job 1:4
“En zijn zonen1121 gingen,1980 8804 en maakten6213 8804 maaltijden4960 in ieders376 huis1004 op zijn dag;3117 en zij zonden henen,7971 8804 en nodigden7121 8804 hun drie7969 zusteren,269 om met5973 hen te eten398 8800 en te drinken.8354 8800”
Job 1:4 — Statenvertaling (1637)
Verse 4 of 22 in Job chapter 1 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Job 1 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Er was1961 8804 een man376 in het land776 Uz,5780 zijn naam8034 was ;347 en dezelve1931 man376 was1961 8804 oprecht,8535 en vroom,3477 en godvrezende,3373 430 en wijkende5493 8802 van4480 het kwaad.7451 En hem werden zeven7651 zonen1121 en drie7969 dochteren1323 geboren.3205 8735 Daartoe was1961 8799 zijn vee4735 zeven7651 duizend505 schapen,6629 en drie7969 duizend505 kemelen,1581 en vijfhonderd2568 3967 juk6776 ossen,1241 en vijfhonderd2568 3967 ezelinnen;860 ook was zijn dienstvolk5657 zeer3966 veel;7227 zodat deze1931 man376 groter1419 was1961 8799 4480 al die1121 van het oosten.6924 En zijn zonen1121 gingen,1980 8804 en maakten6213 8804 maaltijden4960 in ieders376 huis1004 op zijn dag;3117 en zij zonden henen,7971 8804 en nodigden7121 8804 hun drie7969 zusteren,269 om met5973 hen te eten398 8800 en te drinken.8354 8800 Het geschiedde1961 8799 , als3588 de dagen3117 der maaltijden4960 omgegaan waren,5362 8689 dat 347 henenzond,7971 8799 en hen heiligde6942 8762 en des morgens1242 vroeg opstond,7925 8689 en brandofferen5930 offerde5927 8689 [naar] hun aller3605 getal;4557 want3588 347 zeide:559 8804 Misschien194 hebben mijn kinderen1121 gezondigd,2398 8804 en God430 in hun hart3824 gezegend.1288 8765 Alzo3602 deed6213 8799 347 al3605 die dagen.3117 Er was1961 8799 nu een dag,3117 als de kinderen1121 Gods430 kwamen,935 8799 om zich voor5921 den HEERE3068 te stellen,3320 8692 dat de 7854 ook1571 in het midden8432 van hen kwam.935 8799 Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot413 den :7854 Van4480 waar370 komt gij?935 8799 En de 7854 antwoordde6030 8799 den HEERE,3068 en zeide:559 8799 Van4480 om te trekken7751 8800 op de aarde,776 en van4480 die te doorwandelen.1980 8692 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot413 den :7854 gij [ook] acht3820 geslagen7760 8804 op5921 knecht5650 ?347 Want3588 niemand is369 op de aarde776 gelijk3644 hij, een man376 oprecht8535 en vroom,3477 godvrezende3373 430 en wijkende5493 8802 van4480 het kwaad.7451 Toen antwoordde6030 8799 de 7854 den HEERE,3068 en zeide:559 8799 Is het om niet,2600 dat 347 God430 vreest?3372 8804 Hebt niet3808 een betuining gemaakt7753 8804 voor1157 hem, en voor1157 zijn huis,1004 en voor1157 al3605 wat834 hij heeft rondom?4480 5439 werk4639 zijner handen3027 hebt gezegend,1288 8765 en zijn vee4735 is [in] [menigte] uitgebroken6555 8804 in den lande.776 Maar199 toch4994 strek7971 nu Uw hand3027 uit,7971 8798 en tast aan5060 8798 alles,3605 wat834 hij heeft; zo518 hij U niet3808 in5921 Uw aangezicht6440 zal zegenen?1288 8762 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot413 den :7854 ,2009 al3605 wat834 hij heeft, zij in uw hand;3027 alleen7535 aan413 hem strek7971 uw hand3027 niet408 uit.7971 8799 En de 7854 ging uit3318 8799 van4480 5973 het aangezicht6440 des HEEREN.3068 Er was1961 8799 nu een dag,3117 als zijn zonen1121 en zijn dochteren1323 aten,398 8802 en wijn3196 dronken8354 8802 in het huis1004 van hun broeder,251 den eerstgeborene.1060 Dat een bode4397 tot413 347 kwam,935 8804 en zeide:559 8799 De runderen1241 waren1961 8804 ploegende,2790 8802 en de ezelinnen860 weidende7462 8802 aan5921 hun zijden.3027 Doch de Sabeers7614 deden een inval,5307 8799 en namen3947 8799 ze, en sloegen5221 8689 de jongeren5288 met de scherpte6310 des zwaards;2719 en ik589 ben maar7535 alleen909 ontkomen,4422 8735 om het u aan te zeggen.5046 8687 Als deze2088 nog5750 sprak,1696 8764 zo kwam935 8802 een ander,2088 en zeide:559 8799 vuur784 Gods430 viel5307 8804 uit4480 den hemel,8064 en ontstak1197 8799 onder de schapen6629 en onder de jongeren,5288 en verteerde398 8799 ze; en ik589 ben maar7535 alleen909 ontkomen,4422 8735 om het u aan te zeggen.5046 8687 Als deze2088 nog5750 sprak,1696 8764 zo kwam935 8802 een ander,2088 en zeide:559 8799 De Chaldeen3778 stelden7760 8804 drie7969 hopen,7218 en vielen6584 8799 op5921 de kemelen1581 aan, en namen3947 8799 ze, en sloegen5221 8689 de jongeren5288 met de scherpte6310 des zwaards;2719 en ik589 ben maar7535 alleen909 ontkomen,4422 8735 om het u aan te zeggen.5046 8687 Als deze2088 nog5704 sprak,1696 8764 zo kwam935 8802 een ander,2088 en zeide:559 8799 Uw zonen1121 en uw dochteren1323 aten,398 8802 en dronken8354 8802 wijn,3196 in het huis1004 van hun broeder,251 den eerstgeborene;1060 En zie,2009 een grote1419 wind7307 kwam935 8804 van4480 over5676 de woestijn,4057 en stiet5060 8799 aan de vier702 hoeken6438 van het huis,1004 en het viel5307 8799 op5921 de jongelingen,5288 dat ze stierven;4191 8799 en ik589 ben maar7535 alleen909 ontkomen,4422 8735 om het u aan te zeggen.5046 8687 Toen stond6965 347 op,6965 8799 en scheurde7167 8799 zijn mantel,4598 en schoor1494 8799 zijn hoofd,7218 en viel5307 8799 op de aarde,776 en boog zich neder;7812 8691 En hij zeide:559 8799 Naakt6174 ben ik uit4480 mijner moeders517 buik990 gekomen,3318 8804 en naakt6174 zal ik daarhenen8033 wederkeren.7725 8799 De HEERE3068 heeft gegeven,5414 8804 en de HEERE3068 heeft genomen;3947 8804 de Naam8034 des HEEREN3068 zij1961 8799 geloofd!1288 8794 In dit2063 alles3605 zondigde2398 8804 347 niet, en schreef5414 Gode430 niets3808 ongerijmds8604 toe.5414 8804