Job 12:18

“Den band4148 der koningen4428 maakt Hij los,6605 8765 en Hij bindt631 8799 den gordel232 aan hun lenden.4975”

Job 12:18 — Statenvertaling (1637)

Verse 18 of 25 in Job chapter 12 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Job 12 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Maar 347 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 Trouwens,551 omdat3588 gijlieden859 het volk5971 zijt, zo zal de wijsheid2451 met5973 ulieden sterven!4191 8799 Ik heb ook1571 een hart3824 even als3644 gijlieden, ik595 zwicht5307 8802 niet3808 voor4480 u; en bij wien4310 zijn niet369 dergelijke3644 428 dingen? Ik ben1961 8799 het, [die] zijn vriend7453 een spot7814 is, [maar] roepende7121 8802 tot God,433 hem verhoort;6030 8799 de rechtvaardige6662 [en] oprechte8549 is een spot.7814 Hij is een verachte937 fakkel,3940 naar de mening6248 desgenen, die gerust7600 is; hij is gereed3559 8737 met den voet7272 te struikelen.4571 8802 De tenten168 der verwoesters7703 8802 hebben rust,7951 8799 en die God410 tergen,7264 8688 hebben verzekerdheden,987 om hetgene834 God433 met hand3027 toebrengt.935 8689 En waarlijk,199 vraag7592 8798 toch4994 de beesten,929 en elkeen van die zal het u leren;3384 8686 en het gevogelte5775 des hemels,8064 dat zal het u te kennen geven.5046 8686 Of176 spreek7878 8798 tot de aarde,776 en zij zal het u leren;3384 8686 ook zullen het u de vissen1709 der zee3220 vertellen.5608 8762 Wie4310 weet3045 8804 niet3808 uit alle3605 deze,428 dat3588 de hand3027 des HEEREN3068 dit2063 doet?6213 8804 In Wiens834 hand3027 de ziel5315 is van al3605 wat leeft,2416 en de geest7307 van alle3605 vlees1320 des mensen.376 Zal niet3808 het oor241 de woorden4405 proeven,974 8799 gelijk het gehemelte2441 voor zich de spijze400 smaakt?2938 8799 In de stokouden3453 is de wijsheid,2451 en in de langheid753 der dagen3117 het verstand.8394 Bij5973 is wijsheid2451 en macht;1369 heeft raad6098 en verstand.8394 Ziet,2005 breekt af,2040 8799 en het zal niet3808 herbouwd worden;1129 8735 besluit5462 8799 5921 iemand,376 en er zal niet3808 opengedaan worden.6605 8735 Ziet,2005 houdt6113 de wateren4325 op,6113 8799 en zij drogen uit;3001 8799 ook laat ze uit,7971 8762 en zij keren2015 de aarde776 om.2015 8799 Bij5973 is kracht5797 en wijsheid;8454 is de dwalende,7683 8802 en die doet dwalen.7686 8688 Hij voert3212 8688 de raadsheren3289 8802 beroofd7758 weg, en de rechters8199 8802 maakt uitzinnig,1984 8779 Den band4148 der koningen4428 maakt los,6605 8765 en bindt631 8799 den gordel232 aan hun lenden.4975 Hij voert3212 8688 de oversten3548 beroofd7758 weg, en de machtigen386 keert om.5557 8762 Hij beneemt5493 8688 den getrouwen539 8737 de spraak,8193 en der ouden2205 oordeel2940 neemt weg.3947 8799 Hij giet8210 verachting937 over5921 de prinsen5081 uit,8210 8802 en verslapt7503 8765 den riem4206 der geweldigen.650 Hij openbaart1540 8764 de diepten6013 uit4480 de duisternis,2822 en des doods schaduwe6757 brengt voort3318 8686 in het licht.216 Hij vermenigvuldigt7679 8688 de volken,1471 en verderft6 8762 ze; Hij breidt7849 de volken1471 uit,7849 8802 en leidt5148 8686 ze. Hij neemt5493 het hart3820 van de hoofden7218 des volks5971 der aarde776 weg,5493 8688 en doet hen dwalen8582 8686 in het woeste,8414 waar geen3808 weg1870 is. Zij tasten4959 8762 in de duisternis,2822 waar geen3808 licht216 is; en doet hen dwalen,8582 8686 als een dronkaard.7910

Every verse in Job 12

Chapter navigation

0:000:00