Job 21:19
“Dat God433 Zijn geweld205 weglegt6845 8799 voor Zijn kinderen,1121 hem vergeldt,7999 8762 413 dat hij het gewaar wordt;3045 8799”
Job 21:19 — Statenvertaling (1637)
Verse 19 of 34 in Job chapter 21 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Job 21 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Maar 347 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 Hoort8085 8798 aandachtelijk8085 8800 mijn rede,4405 en laat1961 dit2063 zijn1961 8799 uw vertroostingen.8575 Verdraagt5375 8798 mij, en ik595 zal spreken;1696 8762 en nadat310 ik gesproken zal hebben,1696 8763 spot3932 8686 []. Is (mij595 aangaande) mijn klacht7879 tot den mens?120 of518 het zo ware, waarom4069 zou mijn geest7307 niet3808 verdrietig zijn?7114 8799 Ziet6437 8798 mij aan,413 en wordt verbaasd,8074 8713 en legt7760 8798 de hand3027 op5921 den mond.6310 Ja, wanneer518 ik [daaraan] gedenk,2142 8804 zo word ik beroerd,926 8738 en mijn vlees1320 heeft een gruwen6427 gevat.270 8804 Waarom4069 leven2421 8799 de goddelozen,7563 worden oud,6275 8804 ja,1571 worden geweldig1396 8804 in vermogen?2428 Hun zaad2233 is bestendig3559 8737 met5973 hen voor hun aangezicht,6440 en hun spruiten6631 zijn voor hun ogen.5869 Hun huizen1004 hebben vrede7965 zonder4480 vreze,6343 en de roede7626 Gods433 is op5921 hen niet.3808 Zijn stier7794 bespringt,5674 8765 en mist1602 8686 niet;3808 zijn koe6510 kalft,6403 8762 en misdraagt7921 8762 niet.3808 Hun jonge kinderen5759 zenden zij uit7971 8762 als een kudde,6629 en hun kinderen3206 huppelen.7540 8762 Zij heffen op5375 8799 met de trommel8596 en de ,3658 en zij verblijden zich8055 8799 op het geluid6963 des orgels.5748 In het goede2896 verslijten zij3615 8762 8675 1086 8762 hun dagen;3117 en in een ogenblik7281 dalen zij2865 8735 8676 5181 8799 in het graf.7585 Nochtans zeggen zij559 8799 tot God:410 Wijk5493 8798 van4480 ons, want aan de kennis1847 wegen1870 hebben wij geen3808 lust.2654 8804 Wat4100 is de ,7706 dat3588 wij zouden dienen?5647 8799 En wat4100 baat zullen wij hebben,3276 8686 dat3588 wij aanlopen zouden?6293 8799 [] ziet,2005 hun goed2898 is niet3808 in hun hand;3027 de raad6098 der goddelozen7563 is verre7368 8804 van4480 mij. Hoe dikwijls4100 geschiedt het, dat de 5216 der goddelozen7563 uitgeblust wordt,1846 8799 en hun verderf343 hun5921 overkomt;935 8799 dat [God] [hun] smarten2256 uitdeelt2505 8762 in toorn!639 Dat zij gelijk stro8401 worden1961 8799 voor6440 den wind,7307 en gelijk kaf,4671 dat de wervelwind5492 wegsteelt;1589 8804 Dat God433 geweld205 weglegt6845 8799 voor kinderen,1121 hem vergeldt,7999 8762 413 dat hij het gewaar wordt;3045 8799 Dat zijn ogen5869 zijn ondergang3589 zien,7200 8799 en hij drinkt8354 8799 van4480 de grimmigheid2534 des !7706 Want3588 wat4100 lust2656 zou hij na310 zich aan zijn huis1004 hebben, als het getal4557 zijner maanden2320 afgesneden is?2686 8795 Zal men God410 wetenschap1847 leren,3925 8762 daar Hij1931 de hogen7311 8802 richt?8199 8799 Deze2088 sterft4191 8799 in de kracht6106 zijner volkomenheid,8537 daar hij gans3605 stil7946 en gerust7961 was; Zijn melkvaten5845 waren vol4390 8804 melk,2461 en het merg4221 zijner benen6106 was bevochtigd.8248 8792 De ander2088 daarentegen sterft4191 8799 met een bittere4751 ziel,5315 en hij heeft van het goede2896 niet3808 gegeten.398 8804 Zij liggen7901 te zamen3162 neder7901 8799 in5921 het stof,6083 en het gewormte7415 overdekt3680 8762 5921 ze. Ziet,2005 ik weet3045 8804 ulieder gedachten,4284 en de boze verdichtselen,4209 [waarmede] gij tegen5921 mij geweld doet.2554 8799 Want3588 gij zult zeggen:559 8799 Waar346 is het huis1004 van den prins,5081 en waar346 is de tent4908 van de woningen168 der goddelozen?7563 Hebt gijlieden niet3808 gevraagd7592 8804 de voorbijgaanden5674 8802 op den weg,1870 en kent gij5234 8762 hun tekenen226 niet?3808 Dat3588 de boze7451 onttrokken wordt2820 8735 ten dage3117 des verderfs;343 [dat] [zij] ten dage3117 der verbolgenheden5678 ontvoerd worden.2986 8714 Wie3410 zal hem in5921 het aangezicht6440 zijn weg1870 vertonen?5046 8686 hij1931 [wat] doet,6213 8804 wie3410 zal hem vergelden?7999 8762 Eindelijk wordt hij1931 naar de graven6913 gebracht,2986 8714 en is gedurig8245 8799 in5921 den aardhoop.1430 De kluiten7263 des dals5158 zijn hem zoet,4985 8804 en hij trekt4900 8799 na310 zich alle3605 mensen;120 en dergenen, die voor6440 hem geweest zijn, is geen369 getal.4557 Hoe349 vertroost gij5162 8762 mij met ijdelheid,1892 dewijl [in] uw antwoorden8666 overtreding4604 overig is?7604 8738