Job 26:1

“Maar Job347 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799”

Job 26:1 — Statenvertaling (1637)

Verse 1 of 14 in Job chapter 26 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Job 26 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Maar 347 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 Hoe4100 hebt gij geholpen5826 8804 dien, die zonder3808 kracht3581 is, [en] behouden3467 8689 den arm,2220 [die] zonder3808 sterkte5797 is? Hoe4100 hebt gij hem geraden,3289 8804 die geen3808 wijsheid2451 heeft, en de zaak,8454 alzo zij is, ten volle7230 bekend gemaakt?3045 8689 Aan wien4310 hebt gij [die] woorden4405 verhaald?5046 8689 En wiens4310 geest5397 is van4480 u uitgegaan?3318 8804 De doden7496 zullen geboren worden2342 8787 van4480 onder8478 de wateren,4325 en hun inwoners.7931 8802 De hel7585 is naakt6174 voor5048 , en geen369 deksel3682 is369 er voor het verderf.11 Hij breidt5186 het noorden6828 uit5186 8802 over5921 het woeste;8414 hangt8518 8802 de aarde776 aan5921 een niet.1099 Hij bindt6887 8802 de wateren4325 in wolken;5645 nochtans scheurt1234 8738 de wolk6051 daaronder8478 niet.3808 Hij houdt270 het vlakke6440 [] troons3678 vast;270 8764 spreidt6576 8768 wolk6051 daarover.5921 Hij heeft een gezet perk2706 over5921 het vlakke6440 der wateren4325 rondom afgetekend,2328 8804 tot aan5704 de voleinding8503 toe des lichts216 met5973 de duisternis.2822 De pilaren5982 des hemels8064 sidderen,7322 8787 en ontzetten zich8539 8799 voor4480 schelden.1606 Door kracht3581 klieft Hij7280 8804 de zee,3220 en door verstand8394 8675 8394 verslaat Hij4272 8804 [haar] verheffing.7293 Door Geest7307 heeft de hemelen8064 versierd;8235 8765 hand3027 heeft de langwemelende1281 slang5175 geschapen.2342 8790 Ziet,2005 dit428 zijn [maar] uiterste einden7098 wegen;1870 en wat4100 een klein stukje8102 der zaak1697 hebben wij van gehoord?8085 8738 Wie4310 zou den donder7482 mogendheden1369 verstaan?995 8709

Every verse in Job 26

Chapter navigation

0:000:00