Job 3:2

“Want Job347 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799”

Job 3:2 — Statenvertaling (1637)

Verse 2 of 26 in Job chapter 3 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Job 3 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Daarna310 3651 opende6605 8804 347 zijn mond,6310 en vervloekte7043 8762 zijn dag.3117 Want 347 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 De dag3117 verga,6 8799 waarin ik geboren ben,3205 8735 en de nacht,3915 [waarin] men zeide:559 8804 knechtje1397 is ontvangen;2029 8795 Diezelve1931 dag3117 zij1961 8799 duisternis;2822 dat God433 naar hem niet408 vrage1875 8799 van4480 boven;4605 en dat geen408 glans5105 over hem schijne;3313 8686 Dat de duisternis2822 en des doods schaduw6757 hem verontreinigen;1350 8799 dat wolken6053 over5921 hem wonen;7931 8799 dat hem verschrikken1204 8762 de zwarte dampen3650 des dags!3117 Diezelve1931 nacht,3915 donkerheid652 neme3947 8799 hem in; dat hij zich niet408 verheuge2302 8799 onder de dagen3117 des jaars;8141 dat hij in het getal4557 der maanden3391 niet408 kome!935 8799 Ziet,2009 diezelve1931 nacht3915 zij191 8799 eenzaam;1565 dat geen408 vrolijk gezang7445 daarin kome;935 8799 Dat hem vervloeken5344 8799 de vervloekers779 8802 des dags,3117 die bereid6264 zijn hun rouw3882 te verwekken;5782 8788 Dat de sterren3556 van zijn schemertijd5399 verduisterd worden;2821 8799 hij wachte6960 8762 naar het licht,216 en het worde niet;369 en hij zie7200 8799 niet408 de oogleden6079 des dageraads!7837 Omdat3588 hij niet3808 toegesloten heeft5462 8804 de deuren1817 mijns buiks,990 noch verborgen5641 8686 de moeite5999 van4480 mijn ogen.5869 Waarom4100 ben ik niet3808 gestorven4191 8799 van4480 de baarmoeder7358 af, [en] heb den geest gegeven,1478 8799 als ik uit4480 den buik990 voortkwam?3318 8804 Waarom4069 zijn mij de knieen1290 voorgekomen,6923 8765 en waartoe4100 de borsten,7699 opdat3588 ik zuigen zou?3243 8799 Want3588 nu6258 zou ik nederliggen,7901 8804 en stil zijn;8252 8799 ik zou slapen,3462 8804 227 zou voor mij rust wezen;5117 8799 Met5973 de koningen4428 en raadsheren3289 8802 der aarde,776 die voor3926 zich woeste plaatsen2723 bebouwden;1129 8802 Of176 met5973 de vorsten,8269 die goud2091 hadden, die hun huizen1004 met zilver3701 vervulden.4390 8764 Of176 als een verborgene2934 8803 misdracht,5309 zou ik niet3808 zijn;1961 8799 als de kinderkens,5768 [die] het licht216 niet3808 gezien hebben.7200 8804 Daar8033 houden2308 de bozen7563 op2308 8804 van beroering,7267 en daar8033 rusten5117 8799 de vermoeiden3019 van kracht;3581 [] zijn7599 de gebondenen615 te zamen3162 in rust;7599 8768 zij horen8085 8804 de stem6963 des drijvers5065 8802 niet.3808 De kleine6996 en de grote1419 is1931 daar;8033 en de knecht5650 vrij2670 van4480 zijn heer.113 Waarom4100 geeft Hij5414 8799 den ellendigen6001 het licht,216 en het leven2416 den bitterlijk bedroefden4751 van gemoed?5315 Die verlangen2442 8764 naar den dood,4194 maar hij is er niet;369 en graven2658 8799 daarnaar meer 4480 naar verborgene schatten;4301 Die blijde zijn8056 tot413 opspringens1524 toe, [en] zich verheugen,7797 8799 als3588 zij het graf6913 vinden;4672 8799 Aan den man,1397 wiens834 weg1870 verborgen is,5641 8738 en dien1157 God433 overdekt heeft?5526 8686 Want3588 voor6440 mijn brood3899 komt935 8799 mijn zuchting;585 en mijn brullingen7581 worden uitgestort5413 8799 als water.4325 Want3588 ik vreesde6342 8804 een vreze,6343 en zij is mij aangekomen;857 8799 en wat834 ik schroomde,3025 8804 is mij overkomen.935 8799 Ik was7951 niet3808 gerust;7951 8804 en was8252 niet3808 stil,8252 8804 en rustte5117 8804 niet; en de beroering7267 is gekomen.935 8799

Every verse in Job 3

Chapter navigation

0:000:00