Job 30:28
“Ik ga1980 8765 zwart6937 8802 daarheen, niet3808 van de zon;2535 opstaande6965 8804 schreeuw ik7768 8762 in de gemeente.6951”
Job 30:28 — Statenvertaling (1637)
Verse 28 of 31 in Job chapter 30 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Job 30 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Maar nu6258 lachen7832 8804 over5921 mij minderen6810 4480 ik van dagen,3117 welker834 vaderen1 ik versmaad zou hebben,3988 8804 om bij5973 de honden3611 mijner kudde6629 te stellen.7896 8800 Waartoe4100 zou mij ook1571 geweest zijn de krachten3581 hunner handen?3027 was [door] ouderdom3624 in5921 hen vergaan.6 8804 Die door gebrek2639 en honger3720 eenzaam1565 waren, vliedende6207 8802 naar dorre plaatsen,6723 [in] [het] donkere,570 woeste7722 en verwoeste.4875 Die ziltige kruiden4408 plukten6998 8801 bij5921 de struiken,7880 en welker spijze3899 was de wortel8328 der jeneveren.7574 Zij werden uit4480 het midden1460 uitgedreven;1644 8792 (men jouwde7321 8686 over5921 hen, als [over] een dief1590), Opdat zij wonen zouden7931 8800 in de kloven6178 der dalen,5158 de holen2356 des stofs6083 en der steenrotsen.3710 Zij schreeuwden5101 8799 tussen996 de struiken;7880 onder8478 de netelen2738 vergaderden zij zich.5596 8792 Zij waren kinderen1121 der dwazen,5036 en1571 kinderen1121 van geen1097 naam;8034 zij waren geslagen5217 8738 uit4480 den lande.776 Maar nu6258 ben ik1961 8804 hun een snarenspel5058 geworden, en ik ben1961 8799 hun tot een klapwoord.4405 Zij hebben een gruwel8581 8765 aan4480 mij, zij maken zich verre7368 8804 van mij, ja, zij onthouden2820 8804 het speeksel7536 niet3808 van4480 mijn aangezicht.6440 Want3588 heeft mijn zeel3499 losgemaakt,6605 8765 en mij bedrukt;6031 8762 daarom hebben zij den breidel7448 voor4480 mijn aangezicht6440 afgeworpen.7971 8765 Ter5921 rechterhand3225 staat6965 de jeugd6526 op,6965 8799 stoten7971 mijn voeten7272 uit,7971 8765 en banen5549 8799 tegen5921 mij hun verderfelijke343 wegen.734 Zij breken5420 mijn pad5410 af,5420 8804 zij bevorderen3276 8686 mijn ellende;1942 8675 1962 zij hebben3926 geen3808 helper5826 8802 [van] [doen]. Zij komen aan,857 8799 als door een wijde7342 breuk;6556 onder8478 de verwoesting7722 rollen zij zich aan.1556 8701 Men is [met] verschrikkingen1091 tegen5921 mij gekeerd;2015 8717 elk een vervolgt7291 8799 als een wind7307 mijn edele5082 [ziel], en mijn heil3444 is als een wolk5645 voorbijgegaan.5674 8804 Daarom stort zich8210 nu6258 mijn ziel5315 in5921 mij uit;8210 8691 de dagen3117 des druks6040 grijpen mij aan.270 8799 Des nachts3915 doorboort Hij5365 8765 mijn beenderen6106 in4480 5921 mij, en mijn polsaderen6207 8802 rusten7901 8799 niet.3808 Door de veelheid7230 der kracht3581 is mijn kleed3830 veranderd;2664 8691 omgordt247 8799 mij als de kraag6310 mijns roks.3801 Hij heeft mij in het slijk2563 geworpen,3384 8689 en ik ben gelijk geworden4911 8691 als stof6083 en as.665 Ik schrei7768 8762 tot413 U, maar antwoordt6030 8799 mij niet;3808 ik sta,5975 8804 maar acht995 8709 [niet] op mij. Gij zijt veranderd2015 8735 in een wrede393 tegen mij; door de sterkte6108 hand3027 wederstaat mij hatelijk.7852 8799 Gij heft mij op5375 8799 in413 den wind;7307 doet mij [daarop] rijden,7392 8686 en versmelt4127 8787 mij het wezen.8454 8675 7738 8762 Want3588 ik weet,3045 8804 dat mij ter dood4194 brengen zult,7725 8686 en tot het huis1004 der samenkomst4150 aller3605 levenden.2416 Maar389 zal tot den aardhoop1164 de hand3027 niet3808 uitsteken;7971 8799 518 is er bij henlieden geschrei7769 in zijn verdrukking?6365 518 ik1058 8804 niet3808 over hem, die harde7186 dagen3117 had? Was mijn ziel5315 niet beangst5701 8804 over den nooddruftige?34 [] toen3588 ik het goede2896 verwachtte,6960 8765 zo kwam935 8799 het kwade;7451 toen ik hoopte3176 8762 naar het licht,216 zo kwam935 8799 de donkerheid.652 Mijn ingewand4578 ziedt,7570 8795 en is1826 niet3808 stil;1826 8804 de dagen3117 der verdrukking6040 zijn mij voorgekomen.6923 8765 Ik ga1980 8765 zwart6937 8802 daarheen, niet3808 van de zon;2535 opstaande6965 8804 schreeuw ik7768 8762 in de gemeente.6951 Ik ben den draken8577 een broeder251 geworden,1961 8804 en een metgezel7453 der jonge1323 struisen.3284 Mijn huid5785 is zwart7835 8804 geworden over4480 5291 mij, en mijn gebeente6106 is ontstoken2787 8804 van4480 dorrigheid.2721 Hierom is mijn 3658 tot een rouwklage60 geworden,1961 8799 en mijn orgel5748 tot een stem6963 der wenenden.1058 8802