Job 4:8

“[Maar] gelijk als834 ik gezien heb:7200 8804 die ondeugd205 ploegen,2790 8802 en moeite5999 zaaien,2232 8802 maaien7114 8799 dezelve.”

Job 4:8 — Statenvertaling (1637)

Verse 8 of 21 in Job chapter 4 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Job 4 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen antwoordde6030 8799 ,464 de ,8489 en zeide:559 8799 Zo wij een woord1697 opnemen5254 8765 tegen413 u, zult gij verdrietig zijn?3811 8799 wie4310 zal zich van woorden4405 kunnen3201 8799 onthouden?6113 8800 Zie,2009 gij hebt velen7227 onderwezen,3256 8765 en gij hebt slappe7504 handen3027 gesterkt;2388 8762 Uw woorden4405 hebben den struikelende3782 8802 opgericht,6965 8686 en de krommende3766 8802 knieen1290 hebt gij vastgesteld;553 8762 Maar3588 nu6258 komt het935 8799 aan413 u, en gij zijt verdrietig;3811 8799 het raakt5060 8799 tot5704 u, en gij wordt beroerd.926 8735 Was niet3808 uw vreze3374 [] uw hoop,3690 en de oprechtheid8537 uwer wegen1870 uw verwachting?8615 Gedenk2142 8798 toch,4994 wie4310 is1931 de onschuldige,5355 die vergaan zij;6 8804 en waar375 zijn de oprechten3477 verdelgd?3582 8738 [] gelijk als834 ik gezien heb:7200 8804 die ondeugd205 ploegen,2790 8802 en moeite5999 zaaien,2232 8802 maaien7114 8799 dezelve. Van4480 den adem5397 Gods433 vergaan zij,6 8799 en van4480 het geblaas7307 van neus639 worden zij verdaan.3615 8799 De brulling7581 des leeuws,738 en de stem6963 des fellen leeuws,7826 en de tanden8127 der jonge leeuwen3715 worden verbroken.5421 8738 De oude leeuw3918 vergaat,6 8802 omdat4480 er geen1097 roof2964 is, en de jongens1121 eens oudachtigen leeuws3833 worden verstrooid.6504 8691 Voorts is tot413 mij een woord1697 heimelijk gebracht,1589 8792 en mijn oor241 heeft een weinigje8102 daarvan4480 gevat;3947 8799 Onder de gedachten5587 van4480 de gezichten2384 des nachts,3915 als diepe slaap8639 valt5307 8800 op5921 de mensen;582 Kwam7122 8804 mij schrik6343 en beving7461 over, en verschrikte6342 8689 de veelheid7230 mijner beenderen.6106 Toen ging voorbij2498 8799 5921 mijn aangezicht6440 een geest;7307 hij deed5568 het haar8185 mijns vleses1320 te berge rijzen.5568 8762 Hij stond,5975 8799 doch ik kende5234 8686 zijn gedaante4758 niet;3808 een beeltenis8544 was voor5048 mijn ogen;5869 er was stilte,1827 en ik hoorde8085 8799 een stem,6963 [zeggende]: Zou een mens582 rechtvaardiger6663 8799 zijn 4480 God?433 518 een man1397 reiner2891 8799 zijn 4480 zijn ?6213 8802 Zie,2005 op knechten5650 zou niet3808 vertrouwen;539 8686 hoewel in engelen4397 klaarheid8417 gesteld heeft.7760 8799 Hoeveel te min637 [op] degenen, die lemen2563 huizen1004 bewonen,7931 8802 welker834 grondslag3247 in het stof6083 is? Zij worden verbrijzeld1792 8762 voor6440 de motten.6211 Van4480 den morgen1242 tot5704 den avond6153 worden zij vermorzeld;3807 8714 zonder4480 1097 dat men er acht op slaat,7760 8688 vergaan zij6 8799 in eeuwigheid.5331 Verreist5265 8738 niet3808 hun uitnemendheid3499 met hen? Zij sterven,4191 8799 maar niet3808 in wijsheid.2451

Every verse in Job 4

Chapter navigation

0:000:00