Joel 2:28
“En daarna310 3651 zal het geschieden,1961 8804 dat Ik Mijn Geest7307 zal uitgieten8210 8799 over5921 alle3605 vlees,1320 en uw zonen1121 en uw dochteren1323 zullen profeteren;5012 8738 uw ouden2205 zullen dromen2472 dromen,2492 8799 uw jongelingen970 zullen gezichten2384 zien;7200 8799”
Joel 2:28 — Statenvertaling (1637)
Verse 28 of 32 in Joel chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Joel 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Blaast8628 8798 de bazuin7782 te ,6726 en roept luide7321 8685 op den berg2022 heiligheid;6944 laat alle3605 inwoners3427 8802 des lands776 beroerd zijn,7264 8799 want3588 de dag3117 des HEEREN3068 komt,935 8804 want3588 hij is nabij.7138 Een dag3117 van duisternis2822 en donkerheid,653 een dag3117 van wolken6051 en dikke duisterheid,6205 als de dageraad7837 uitgespreid6566 8803 over5921 de bergen;2022 een groot7227 en machtig6099 volk,5971 desgelijks van4480 ouds5769 niet3808 geweest is,1961 8738 en na310 hetzelve niet3808 meer3254 8686 zal zijn tot5704 in jaren8141 van vele1755 geslachten.1755 Voor6440 hetzelve verteert398 8804 een vuur,784 en achter310 hetzelve brandt3857 8762 een vlam;3852 het land776 is voor6440 hetzelve als een lusthof,1588 5731 maar achter310 hetzelve een woeste8077 wildernis,4057 en ook1571 is er geen3808 ontkomen6413 van hetzelve. De gedaante4758 deszelven is als de gedaante4758 van paarden,5483 en als ruiters6571 zo3651 zullen zij lopen.7323 8799 Zij zullen daarhenen springen7540 8762 als een gedruis6963 van wagenen,4818 op5921 de hoogten7218 der bergen;2022 als het gedruis6963 ener vuurvlam,3851 784 die stoppelen7179 verteert;398 8802 als een machtig6099 volk,5971 dat in slagorde4421 gesteld is.6186 8803 Van deszelfs aangezicht6440 zullen de volken5971 in pijn zijn;2342 8799 alle3605 aangezichten6440 zullen betrekken6908 8765 [als] een pot.6289 Als helden1368 zullen zij lopen,7323 8799 als krijgslieden582 4421 zullen zij de muren2346 beklimmen;5927 8799 en zij zullen daarhenen trekken,3212 8799 een iegelijk376 in zijn wegen,1870 en zullen hun paden734 niet3808 verdraaien.5670 8762 Ook zullen zij de een376 den ander251 niet3808 dringen;1766 8799 zij zullen daarhenen trekken3212 8799 elk1397 in zijn baan;4546 en al vielen zij5307 8799 op1157 een geweer,7973 zij zouden niet3808 verwond worden.1214 8799 Zij zullen in de stad5892 omlopen,8264 8799 zij zullen lopen7323 8799 op de muren,2346 zij zullen klimmen5927 8799 in de huizen;1004 zij zullen door1157 de vensteren2474 inkomen935 8799 als een dief.1590 De aarde776 is beroerd7264 8804 voor deszelfs aangezicht,6440 de hemel8064 beeft;7493 8804 de zon8121 en maan3394 worden zwart,6937 8804 en de sterren3556 trekken622 haar glans5051 in.622 8804 En de HEERE3068 verheft5414 8804 stem6963 voor6440 heir2428 henen; want3588 leger4264 is zeer3966 groot,7227 want3588 is machtig,6099 doende6213 8802 woord;1697 want3588 de dag3117 des HEEREN3068 is groot1419 en zeer3966 vreselijk,3372 8737 en wie zal hem verdragen?3557 8686 Nu 6258 ook,1571 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 bekeert u7725 8798 tot5704 met uw ganse3605 hart,3824 en dat met vasten6685 en met geween,1065 en met rouwklage.4553 En scheurt7167 8798 uw hart3824 en niet408 uw klederen,899 en bekeert u7725 8798 tot413 den HEERE,3068 uw God;430 want3588 Hij1931 is genadig2587 en barmhartig,7349 lankmoedig750 639 en groot7227 van goedertierenheid,2617 en berouw hebbende5162 8737 over5921 het kwade.7451 Wie4310 weet,3045 8802 mocht wenden7725 8799 en berouw hebben;5162 8738 en mocht een zegen1293 achter310 overlaten7604 8689 [tot] spijsoffer4503 en drankoffer5262 voor den HEERE,3068 uw God.430 Blaast8628 8798 de bazuin7782 te ,6726 heiligt6942 8761 een vasten,6685 roept7121 een verbodsdag6116 uit.7121 8798 Verzamelt622 8798 het volk,5971 heiligt6942 8761 de gemeente,6951 vergadert6908 8798 de oudsten,2205 verzamelt622 8798 de kinderkens,5768 en die de borsten7699 zuigen;3243 8802 de bruidegom2860 ga uit3318 8799 zijn binnenkamer,2315 en de bruid3618 uit haar slaapkamer.2646 Laat de priesters,3548 des HEEREN3068 dienaars,8334 8764 wenen1058 8799 tussen het voorhuis197 en het altaar,4196 en laat hen zeggen:559 8799 Spaar2347 8798 5921 Uw volk,5971 o HEERE!3068 en geef5414 Uw erfenis5159 niet408 over5414 8799 tot een smaadheid,2781 dat de heidenen1471 over hen zouden heersen;4910 8800 waarom4100 zouden zij onder de volken5971 zeggen:559 8799 Waar346 is hunlieder God?430 Zo zal de HEERE3068 ijveren7065 8762 over land,776 en zal5921 volk5971 verschonen.2550 8799 En de HEERE3068 zal antwoorden6030 8799 en tot volk5971 zeggen:559 8799 ,2009 Ik zend7971 8802 ulieden het koren,1715 en den most,8492 en de olie,3323 dat gij daarvan853 verzadigd zult worden;7646 8804 en Ik zal u niet3808 meer5750 overgeven5414 8799 [tot] een smaadheid2781 onder de heidenen.1471 En Ik zal dien van het noorden6830 verre7368 van4480 5921 ulieden doen vertrekken,7368 8686 en hem wegdrijven5080 8689 in413 een dor6723 en woest8077 land,776 zijn aangezicht6440 naar413 de ,6931 3220 en zijn einde5490 naar413 de achterste314 zee;3220 en zijn stank889 zal opgaan,5927 8804 en zijn vuiligheid6709 zal opgaan;5927 8799 want3588 hij heeft grote dingen1431 8689 gedaan.6213 8800 Vrees3372 8799 niet,408 o land!127 verheug u,1523 8798 en wees blijde;8055 8798 want3588 de HEERE3068 heeft grote dingen1431 8689 gedaan.6213 8800 Vreest3372 8799 niet,408 gij beesten929 des velds!7704 want3588 de weiden4999 der woestijn4057 zullen [weder] jong gras voortbrengen;1876 8804 want3588 het geboomte6086 zal zijn vrucht6529 dragen,5375 8804 de wijnstok1612 en vijgeboom8384 zullen hun vermogen2428 geven.5414 8804 En gij, kinderen1121 van !6726 verheugt u1523 8798 en zijt blijde8055 8798 in den HEERE,3068 uw God;430 want3588 zal u geven5414 8804 dien Leraar4175 ter gerechtigheid;6666 en zal u den regen1653 doen nederdalen,3381 8686 den vroegen regen4175 en den spaden regen4456 in de eerste7223 [maand]. En de dorsvloeren1637 zullen vol4390 koren1250 zijn,4390 8804 en de perskuipen3342 van most8492 en olie3323 overlopen.7783 8689 Alzo zal Ik ulieden de jaren8141 vergelden,7999 8765 die834 de sprinkhaan,697 de kever,3218 en de kruidworm,2625 en de rups1501 heeft afgegeten;398 8804 groot1419 heir,2428 dat834 Ik onder u gezonden heb.7971 8765 En gij zult overvloediglijk398 8800 en tot verzadiging7646 8800 eten,398 8804 en prijzen1984 8765 den Naam8034 des HEEREN,3068 uw ,430 Die834 wonderlijk6381 8687 bij u5973 gehandeld heeft;6213 8804 en volk5971 zal niet3808 beschaamd worden954 8799 tot in eeuwigheid.5769 En gij zult weten,3045 8804 dat3588 Ik589 in het midden7130 van 3478 ben, en [dat] Ik589 de HEERE,3068 uw God,430 ben, en niemand369 meer;5750 en volk5971 zal niet3808 beschaamd worden954 8799 in eeuwigheid.5769 En daarna310 3651 zal het geschieden,1961 8804 dat Ik Geest7307 zal uitgieten8210 8799 over5921 alle3605 vlees,1320 en uw zonen1121 en uw dochteren1323 zullen profeteren;5012 8738 uw ouden2205 zullen dromen2472 dromen,2492 8799 uw jongelingen970 zullen gezichten2384 zien;7200 8799 Ja, ook1571 over5921 de dienstknechten,5650 en over5921 de dienstmaagden,8198 zal Ik in die1992 dagen3117 Geest7307 uitgieten.8210 8799 En Ik zal wondertekenen4159 geven5414 8804 in den hemel8064 en op de aarde:776 bloed,1818 en vuur,784 en rookpilaren.8490 6227 De zon8121 zal veranderd worden2015 8735 in duisternis,2822 en de maan3394 in bloed,1818 eer dat6440 die grote1419 en vreselijke3372 8737 dag3117 des HEEREN3068 komt.935 8800 En het zal geschieden,1921 8804 al3605 wie834 den Naam8034 des HEEREN3068 zal aanroepen,7121 8799 zal behouden worden;4422 8735 want3588 op den berg2022 Sions6726 en te Jeruzalem3389 zal ontkoming6413 zijn,1921 8799 gelijk als834 de HEERE3068 gezegd heeft;559 8804 en dat, bij de overgeblevenen,8300 die834 de HEERE3068 zal roepen.7121 8802