Joel 3:7

“Ziet,2009 Ik zal ze opwekken5782 8688 uit4480 de plaats,4725 waarhenen834 8033 gij ze hebt verkocht;4376 8804 en Ik zal uw vergelding1576 wederbrengen7725 8689 op uw hoofd.7218”

Joel 3:7 — Statenvertaling (1637)

Verse 7 of 21 in Joel chapter 3 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Joel 3 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Want3588 ziet,2009 in die1992 dagen3117 en te dier1931 tijd,6256 als834 Ik de gevangenis7622 van Juda3063 en Jeruzalem3389 zal wenden;7725 8686 8675 7725 8799 zal Ik alle3605 heidenen1471 vergaderen,6908 8765 en zal hen afvoeren3381 8689 in413 het dal6010 van ;3092 en Ik zal met5973 hen aldaar richten,8199 8738 vanwege5921 volk5971 en erfdeel5159 ,3478 dat834 zij onder de heidenen1471 hebben verstrooid,6340 8765 en land776 gedeeld;2505 8765 En hebben het 1486 over413 volk5971 geworpen3032 8804 en een knechtje3206 gegeven5414 8799 om een hoer,2181 8802 en een meisje3207 verkocht4376 8804 om wijn,3196 dat zij mochten drinken.8354 8799 En ook,1571 wat4100 hebt gij859 met te doen, gij Tyrus6865 en ,6721 en alle3605 grenzen1552 van !6429 gij859 Mij5921 een vergelding1576 wedergeven?7999 8764 zo518 gij859 Mij5921 wilt vergelden,1580 8802 lichtelijk,7031 haastelijk,4120 zal Ik uw vergelding1576 op uw hoofd7218 wederbrengen.7725 8686 Omdat834 gij zilver3701 en goud2091 hebt weggenomen,3947 8804 en hebt beste2896 kleinodien4261 in uw tempels1964 gebracht.935 8689 En gij hebt de kinderen1121 van Juda3063 en de kinderen1121 van Jeruzalem3389 verkocht4376 8804 aan de kinderen1121 der ,3125 opdat4616 gij hen verre7368 van4480 5921 hun landpale1366 mocht brengen.7368 8687 Ziet,2009 Ik zal ze opwekken5782 8688 uit4480 de plaats,4725 waarhenen834 8033 gij ze hebt verkocht;4376 8804 en Ik zal uw vergelding1576 wederbrengen7725 8689 op uw hoofd.7218 En Ik zal uw zonen1121 en uw dochteren1323 verkopen4376 8804 in de hand3027 der kinderen1121 van ,3063 die ze verkopen zullen4376 8804 aan die van ,7615 aan413 een vergelegen7350 volk;1471 want3588 de HEERE3068 heeft het gesproken.1696 8765 Roept dit2063 uit7121 8798 onder de heidenen,1471 heiligt6942 8761 een krijg;4421 wekt5782 de helden1368 op,5782 8685 laat naderen,5066 8799 laat optrekken5927 8799 alle3605 krijgslieden.582 4421 Slaat3807 8798 uw spaden855 tot zwaarden,2719 en uw sikkelen4211 tot spiesen;7420 de zwakke2523 zegge:559 8799 Ik589 ben een held.1368 Rot te hoop,5789 8798 en komt aan,935 8798 alle3605 gij volken1471 van rondom,5439 en vergadert u!6908 8738 8033 (O HEERE,3068 doe Uw helden1368 derwaarts nederdalen!5181 8685) De heidenen1471 zullen zich opmaken,5782 8735 en optrekken5927 8799 naar413 het dal6010 van ;3092 maar3588 aldaar8033 zal Ik zitten,3427 8799 om te richten8199 8800 alle3605 heidenen1471 van rondom.5439 Slaat7971 de sikkel4038 aan,7971 8798 want3588 de oogst7105 is rijp geworden;1310 8804 komt aan,935 8798 daalt henen af,3381 8798 want3588 de pers1660 is vol,4390 8804 en de perskuipen3342 lopen over;7783 8689 want3588 hunlieder boosheid7451 is groot.7227 Menigten,1995 menigten1995 in het dal6010 des dorswagens;2742 want3588 de dag3117 des HEEREN3068 is nabij,7138 in het dal6010 des dorswagens.2742 De zon8121 en maan3394 zijn zwart geworden,6937 8804 en de sterren3556 hebben haar glans5051 ingetrokken.622 8804 En de HEERE3068 zal uit Sion6726 brullen,7580 8799 en uit Jeruzalem3389 stem6963 geven,5414 8799 dat hemel8064 en aarde776 beven zullen;7493 8804 maar de HEERE3068 zal de Toevlucht4268 volks,5971 en de Sterkte4581 der kinderen1121 Israels3478 zijn. En gijlieden zult weten,3045 8804 dat3588 Ik589 de HEERE,3068 uw God430 ben, wonende7931 8802 op ,6726 den berg2022 heiligheid;6944 en Jeruzalem3389 zal een heiligheid6944 zijn,1961 8804 en vreemden2114 8801 zullen niet3808 meer5750 door haar doorgaan.5674 8799 En het zal te dien1931 dage3117 geschieden1961 8804 dat de bergen2022 van zoeten wijn6071 zullen druipen,5197 8799 en de heuvelen1389 van melk2461 vlieten,3212 8799 en alle3605 stromen650 van Juda3063 [vol] van water4325 gaan;3212 8799 en er zal een fontein4599 uit het huis1004 des HEEREN3068 uitgaan,3318 8799 en zal het dal5158 van Sittim7851 bewateren.8248 8689 Egypte4714 zal tot verwoesting8077 worden,1961 8799 en 123 zal worden1961 8799 tot een woeste8077 wildernis,4057 om het geweld,2555 gedaan aan de kinderen1121 van ,3063 in welker834 land776 zij onschuldig5355 bloed1818 vergoten hebben.8210 8804 Maar Juda3063 zal blijven3427 8799 in eeuwigheid,5769 en Jeruzalem3389 van geslacht1755 tot geslacht.1755 En Ik zal hunlieder bloed1818 reinigen,5352 8765 [dat] Ik niet3808 gereinigd had;5352 8765 en de HEERE3068 zal wonen7931 8802 op .6726

Every verse in Joel 3

Chapter navigation

0:000:00