Jonah 4:8

“En het geschiedde,1961 8799 als de zon8121 oprees,2224 8800 dat God430 een stillen2759 oostenwind6921 7307 beschikte;4487 8762 en de zon8121 stak5221 8686 op5921 het hoofd7218 van Jona,3124 dat hij amechtig werd;5968 8691 en hij wenste7592 8799 zijner ziel5315 te mogen sterven,4191 8800 en zeide:559 8799 Het is mij beter2896 te sterven4194 dan4480 te leven.2416”

Jonah 4:8 — Statenvertaling (1637)

Verse 8 of 11 in Jonah chapter 4 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Jonah 4 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Dit verdroot,3415 8799 413 Jona3124 [met] groot1419 verdriet,7451 en zijn [toorn] ontstak.2734 8799 En hij bad6419 8691 tot413 den HEERE,3068 en zeide:559 8799 Och577 HEERE!3068 was dit2088 mijn woord1697 niet,3808 als5704 ik nog in5921 mijn land127 was?1961 8800 Daarom5921 3651 kwam ik het voor,6923 8765 vluchtende1272 8800 naar ;8659 want3588 ik wist,3045 8804 dat3588 Gij859 een genadig2587 en barmhartig7349 God410 zijt, lankmoedig750 639 en groot7227 van goedertierenheid,2617 en berouw hebbende5162 8737 over5921 het kwaad.7451 Nu ,6258 HEERE!3068 neem3947 8798 toch4994 mijn ziel5315 van4480 mij; want3588 het is mij beter2896 te sterven4194 4480 te leven.2416 En de HEERE3068 zeide:559 8799 Is uw [toorn] billijk3190 8687 ontstoken?2734 8804 Jona3124 nu ging3318 ter4480 stad5892 uit,3318 8799 en zette zich3427 8799 tegen4480 het oosten6924 der stad;5892 en hij maakte6213 8799 zich aldaar8033 een verdek,5521 en zat3427 8799 daaronder8478 in de schaduw,6738 totdat5704 hij zag,7200 8799 wat834 van de stad5892 zou worden.1961 8799 En God,430 de HEERE,3068 beschikte4487 8762 een wonderboom,7021 en deed hem opschieten5927 8799 boven4480 5921 ,3124 opdat er schaduw6738 mocht zijn1961 8800 over5921 zijn hoofd,7218 om hem te redden5337 8687 van4480 zijn verdriet.7451 En Jona3124 verblijdde zich8055 8799 over5921 den wonderboom7021 [met] grote1419 blijdschap.8057 Maar God430 beschikte4487 8762 een worm8438 des anderen daags4283 in het opgaan5927 8800 van den dageraad;7837 die stak5221 8686 den wonderboom,7021 dat hij verdorde.3001 8799 En het geschiedde,1961 8799 als de zon8121 oprees,2224 8800 dat God430 een stillen2759 oostenwind6921 7307 beschikte;4487 8762 en de zon8121 stak5221 8686 op5921 het hoofd7218 van ,3124 dat hij amechtig werd;5968 8691 en hij wenste7592 8799 zijner ziel5315 te mogen sterven,4191 8800 en zeide:559 8799 is mij beter2896 te sterven4194 4480 te leven.2416 Toen zeide559 8799 God430 tot413 :3124 Is uw [toorn] billijk3190 8687 ontstoken2734 8804 over5921 den wonderboom?7021 En hij zeide:559 8799 Billijk3190 8687 is mijn [toorn] ontstoken2734 8804 ter5704 dood4194 toe. En de HEERE3068 zeide:559 8799 Gij859 verschoont2347 8804 den5921 wonderboom,7021 aan welken834 gij niet3808 hebt gearbeid,5998 8804 noch3808 dien groot gemaakt;1431 8765 die in een1121 nacht3915 werd,1961 8804 en in een nacht1121 3915 verging;6 8804 En Ik589 zou die5921 grote1419 stad5892 Nineve5210 niet3808 verschonen?2347 8799 waarin834 veel meer7235 8687 honderd8147 en twintig6240 duizend7239 mensen120 zijn,3426 die834 geen3808 onderscheid weten3045 8804 tussen996 hun rechterhand,3225 en hun linkerhand;8040 daartoe veel7227 vee?929

Every verse in Jonah 4

Chapter navigation

0:000:00