Joshua 2:24
“En zij zeiden559 8799 tot413 Jozua:3091 Zekerlijk,3588 de HEERE3068 heeft dat ganse3605 land776 in onze handen3027 gegeven;5414 8804 want ook1571 zijn al3605 de inwoners3427 8802 des lands776 voor4480 onze aangezichten6440 gesmolten.4127 8738”
Joshua 2:24 — Statenvertaling (1637)
Verse 24 of 24 in Joshua chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Joshua 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Jozua3091 nu, de zoon1121 van ,5126 had twee8147 mannen,582 die heimelijk2791 verspieden zouden,7270 8764 gezonden7971 8799 van4480 ,7851 zeggende:559 8800 heen,3212 8798 bezichtigt7200 8798 het land776 en .3405 gingen,3212 8799 en kwamen935 8799 ten huize802 van een vrouw,1004 een hoer,2181 8802 wier naam8034 was ,7343 en zij sliepen7901 8799 daar.8033 Toen werd den koning4428 te 3405 geboodschapt,559 8735 zeggende:559 8800 ,2009 in dezen nacht3915 zijn hier2008 mannen582 gekomen935 8804 van4480 de kinderen1121 ,3478 om dit land776 te doorzoeken.2658 8800 Daarom zond7971 8799 de koning4428 van 3405 tot413 ,7343 zeggende:559 8800 Breng3318 8685 de mannen582 uit, die tot413 u gekomen zijn,935 8802 die834 te uwen huize1004 gekomen zijn;935 8804 want3588 zij zijn gekomen,935 8804 om het ganse3605 land776 te doorzoeken.2658 8800 Maar die vrouw802 had die beide8147 mannen582 genomen,3947 8799 en zij had hen verborgen;6845 8799 en zeide559 8799 aldus:3651 Er zijn mannen582 tot413 mij gekomen,935 8804 maar ik wist3045 8804 niet,3808 van4480 waar370 zij waren. En het geschiedde,1961 8799 als men de poort8179 zou sluiten,5462 8800 als het duister2822 was, dat die mannen582 uitgingen;3318 8804 ik weet3045 8804 niet,3808 waarheen575 die mannen582 gegaan zijn;1980 8804 jaagt7291 8798 hen haastelijk4118 na,310 want3588 gij zult ze achterhalen.5381 8686 Maar zij1931 had hen op het dak1406 doen klimmen,5927 8689 en zij had hen verstoken2934 8799 onder de vlasstoppelen,6086 6593 die van haar op5921 het dak1406 beschikt waren.6186 8803 Die mannen582 nu jaagden7291 8804 hen na310 op den weg1870 van de ,3383 tot aan5921 de veren;4569 en men sloot5462 8804 de poort8179 toe, nadat310 834 zij uitgegaan waren,3318 8804 die hen najaagden.7291 8802 310 Eer2962 zij1992 nu sliepen,7901 8799 zo klom5927 8804 zij1931 tot5921 hen op, op5921 het dak.1406 En zij sprak559 8799 tot413 die mannen:582 Ik weet,3045 8804 dat3588 de HEERE3068 u dit land776 gegeven heeft,5414 8804 en dat3588 ulieder verschrikking367 op5921 ons gevallen is,5307 8804 en dat3588 al3605 de inwoners3427 8802 dezes lands776 voor4480 ulieder aangezicht6440 gesmolten zijn.4127 8738 Want3588 wij hebben gehoord,8085 8804 dat834 de HEERE3068 de wateren4325 der Schelfzee5488 3220 uitgedroogd heeft3001 8689 voor4480 ulieder aangezicht,6440 toen gij uit4480 Egypte4714 gingt;3318 8800 en wat834 gijlieden aan de twee8147 koningen4428 der ,567 Sihon5511 en Og,5747 gedaan hebt,6213 8804 die834 op gene zijde5676 van de Jordaan3383 waren, dewelke834 gijlieden verbannen hebt.2763 8689 Als wij het hoorden,8085 8799 zo versmolt4549 8735 ons hart,3824 en er bestaat6965 8804 geen3808 moed7307 meer5750 in iemand,376 vanwege4480 ulieder tegenwoordigheid;6440 want3588 de HEERE,3068 ulieder God,430 is1931 een God430 boven4480 4605 in den hemel,8064 en beneden4480 8478 op5921 de aarde.776 Nu ,6258 zweert7650 8734 mij toch4994 bij den HEERE,3068 dewijl3588 ik weldadigheid2617 aan5973 ulieden gedaan heb,6213 8804 dat gij859 ook1571 weldadigheid2617 doen zult6213 8804 aan5973 mijns vaders1 huis,1004 en geeft5414 8804 mij een waarteken,571 226 Dat gij mijn vader1 en mijn moeder517 in het leven zult behouden,2421 8689 als ook mijn broeders251 en mijn zusters,269 met alles,3605 wat834 zij hebben; en dat gij onze zielen5315 van4480 den dood4194 redden zult.5337 8689 Toen spraken559 8799 die mannen582 tot haar: Onze ziel5315 zij voor ulieden om te sterven,4191 8800 indien518 gijlieden deze2088 onze zaak1697 niet3808 te kennen geeft;5046 8686 het zal geschieden,1961 8804 wanneer de HEERE3068 ons dit land776 geeft,5414 8800 zo zullen wij aan5973 u weldadigheid2617 en trouw571 bewijzen.6213 8804 Zij liet hen neder3381 8686 met een zeel2256 door1157 het venster;2474 want3588 haar huis1004 was op den stadsmuur;7023 2346 en zij1931 woonde3427 8802 op den muur.2346 En zij zeide559 8799 tot hen: Gaat3212 8798 op het gebergte,2022 opdat niet misschien6435 de vervolgers7291 8802 u ontmoeten,6293 8799 en verbergt u2247 8738 aldaar8033 drie7969 dagen,3117 totdat5704 de vervolgers7291 8802 wedergekeerd zullen zijn;7725 8800 en gaat3212 8799 daarna310 uw weg.1870 Ook zeiden559 8799 die mannen582 tot413 haar: Wij587 zullen onschuldig5355 zijn van4480 dezen2088 uw eed,7621 dien834 gij ons hebt doen zweren;7650 8689 Zie,2009 wanneer wij587 in het land776 komen,935 8802 zo zult gij dit2088 snoer8615 van scharlakendraad8144 2339 aan het venster2474 binden,7194 8799 door hetwelk834 gij ons zult nedergelaten hebben;3381 8689 en gij zult tot413 u in het huis1004 vergaderen622 8799 uw vader,1 en uw moeder,517 en uw broeders,251 en het ganse3605 huisgezin1004 uws vaders.1 Zo zal het geschieden,1961 8804 al3605 wie834 uit4480 de deuren1817 van uw huis1004 naar buiten2351 gaan zal,3318 8799 zijn bloed1818 zij op zijn hoofd,7218 en wij587 zullen onschuldig5355 zijn; maar al3605 wie834 bij854 u in het huis1004 zijn zal,1961 8799 diens bloed1818 zij op ons hoofd,7218 indien518 een hand3027 tegen hem zijn zal!1961 8799 Maar indien518 gij deze2088 onze zaak1697 te kennen zult geven,5046 8686 zo zullen wij onschuldig5355 zijn1961 8804 van4480 uw eed,7621 dien834 gij ons hebt doen zweren.7650 8689 Zij nu zeide:559 8799 Het1931 zij alzo3651 naar uw woorden.1697 liet zij hen gaan;7971 8762 en zij gingen heen;3212 8799 en zij bond7194 8799 het scharlakensnoer8144 8615 aan het venster.2474 Zij gingen heen,3212 8799 en kwamen935 8799 op het gebergte,2022 en bleven3427 8799 aldaar8033 drie7969 dagen,3117 totdat5704 de vervolgers7291 8802 wedergekeerd waren;7725 8804 want de vervolgers7291 8802 hadden hen op al3605 den weg1870 gezocht,1245 8762 maar niet3808 gevonden.4672 8804 Alzo keerden7725 die twee8147 mannen582 weder,7725 8799 en gingen af3381 8799 van4480 het gebergte,2022 en voeren over,5674 8799 en kwamen935 8799 tot413 ,3091 den zoon1121 van ;5126 en zij vertelden5608 8762 hem al3605 wat hun854 wedervaren was.4672 8802 En zij zeiden559 8799 tot413 :3091 ,3588 de HEERE3068 heeft dat ganse3605 land776 in onze handen3027 gegeven;5414 8804 want ook1571 zijn al3605 de inwoners3427 8802 des lands776 voor4480 onze aangezichten6440 gesmolten.4127 8738