Joshua 3:5
“Jozua3091 zeide559 8799 ook tot413 het volk:5971 Heiligt u!6942 8690 want3588 morgen4279 zal de HEERE3068 wonderheden6381 8737 in het midden7130 van ulieden doen.6213 8799”
Joshua 3:5 — Statenvertaling (1637)
Verse 5 of 17 in Joshua chapter 3 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Joshua 3 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Jozua3091 maakte zich7925 des morgens1242 vroeg op,7925 8686 en zij reisden5265 8799 van4480 ,7851 en kwamen935 8799 tot aan5704 de ,3383 hij1931 en al3605 de kinderen1121 ;3478 en zij vernachtten3885 8799 aldaar,8033 eer2962 zij overtrokken.5674 8799 En het geschiedde,1961 8804 dat de ambtlieden,7860 8802 op4480 het einde7097 van drie7969 dagen,3117 door het midden7130 des legers4264 gingen;5674 8799 En zij geboden6680 8762 het volk,5971 zeggende:559 8800 gij de 727 des verbonds1285 des HEEREN,3068 uws ,430 ziet,7200 8800 en de Levietische3881 priesters3548 dezelve853 dragende,5375 8802 verreist5265 8799 gijlieden859 ook van4480 uw plaats,4725 en volgt1980 8804 haar na;310 Dat er nochtans389 ruimte7350 zij1961 8799 tussen996 ulieden en tussen996 dezelve, bij de twee duizend505 ellen520 in de maat;4060 en nadert7126 8799 tot413 dezelve niet;408 opdat4616 834 gij dien weg1870 wetet,3045 8799 dien834 gij gaan zult;3212 8799 want3588 gijlieden zijt door dien weg1870 niet3808 gegaan5674 8804 gisteren8543 [en] eergisteren.8032 Jozua3091 zeide559 8799 ook tot413 het volk:5971 u!6942 8690 want3588 morgen4279 zal de HEERE3068 wonderheden6381 8737 in het midden7130 van ulieden doen.6213 8799 Desgelijks sprak559 8799 Jozua3091 tot413 de priesters,3548 zeggende:559 8800 Neemt5375 8798 de 727 des verbonds1285 op, en gaat door5674 8798 voor het aangezicht6440 van dit volk.5971 namen5375 8799 de 727 des verbonds1285 op, en zij gingen3212 8799 voor het aangezicht6440 des volks.5971 Want de HEERE3068 had tot413 Jozua3091 gezegd:559 8799 Dezen2088 dag3117 zal Ik beginnen2490 8686 u groot te maken1431 8763 voor de ogen5869 van gans3605 ,3478 opdat834 zij weten,3045 8799 dat3588 Ik met5973 u zijn zal,1961 8799 gelijk als834 Ik met5973 Mozes4872 geweest ben.1961 8804 Gij859 zult den priesteren,3548 die de 727 des verbonds1285 dragen,5375 8802 gebieden,6680 8762 zeggende:559 8800 gijlieden komt935 8800 tot aan5704 het uiterste7097 van het water4325 van de ,3383 staat stil5975 8799 in de .3383 Toen zeide559 8799 Jozua3091 tot413 de kinderen1121 :3478 Nadert5066 8798 herwaarts,2008 en hoort8085 8798 de woorden1697 des HEEREN,3068 uws .430 Verder zeide559 8799 :3091 Hieraan2063 zult gijlieden bekennen,3045 8799 dat3588 de levende2416 God410 in het midden7130 van u is, en dat ganselijk3423 8687 voor4480 uw aangezicht6440 uitdrijven3423 8686 zal de ,3669 en de ,2850 en de ,2340 en de ,6522 en de ,1622 en de Amorieten567 en de .2983 Ziet,2009 de 727 des verbonds1285 van den Heere113 der ganse3605 aarde776 gaat door5674 8802 voor ulieder aangezicht6440 in de .3383 Nu ,6258 neemt gijlieden3947 8798 u twaalf8147 6240 mannen376 uit de stammen7626 ,3478 uit4480 iederen259 stam7626 een man;376 Want het zal geschieden,1961 8804 met dat de voetzolen3709 7272 der priesteren,3548 die de 727 van den HEERE,3068 den Heere113 der ganse3605 aarde,776 dragen,5375 8802 in het water4325 van de Jordaan3383 zullen rusten,5117 8800 zo zullen de wateren4325 van de Jordaan3383 afgesneden worden,3772 8735 [te] [weten] de wateren,4325 die van4480 boven4605 afvlieten,3381 8802 en zij zullen op een259 hoop5067 blijven staan.5975 8799 En het geschiedde,1961 8799 toen het volk5971 vertrok5265 8800 uit4480 zijn tenten,168 om over de Jordaan3383 te gaan,5674 8800 zo droegen5375 8802 de priesters3548 de 727 des verbonds1285 voor het aangezicht6440 des volks.5971 En als zij, die de 727 droegen,5375 8802 tot aan5704 de Jordaan3383 gekomen waren,935 8800 en de voeten7272 der priesteren,3548 dragende5375 8802 de ,727 ingedoopt waren2881 8738 in het uiterste7097 van het water4325 (de Jordaan3383 nu was vol4390 8804 al3605 de dagen3117 des oogstes7105 aan5921 al3605 haar oevers1415); Zo stonden5975 8799 de wateren,4325 die van4480 boven4605 afkwamen;3381 8802 zij rezen6965 8804 op een259 hoop,5067 zeer3966 verre7368 8687 van de stad5892 121 af, die834 ter zijde6654 van Sarthan6891 [ligt]; en die naar5921 de zee3220 des vlakken velds,6160 [te] [weten] de ,4417 3220 afliepen,3381 8802 vergingen,8552 8804 zij werden afgesneden.3772 8738 trok5674 het volk5971 over,5674 8804 tegenover5048 .3405 Maar de priesters,3548 die de 727 des verbonds1285 des HEEREN3068 droegen,5375 8802 stonden5975 8799 steevast3559 8687 op het droge,2724 in het midden8432 van de ;3383 en gans3605 3478 ging over5674 8802 op het droge,2724 totdat5704 834 al3605 het volk1471 geeindigd had8552 8804 door de Jordaan3383 te trekken.5674 8800