Joshua 4:5

“En Jozua3091 zeide559 8799 tot hen: Gaat over5674 8798 voor6440 de ark727 des HEEREN,3068 uws Gods,430 413 midden8432 in de Jordaan;3383 en heft7311 8685 u een259 ieder376 een steen68 op5921 zijn schouder,7926 naar het getal4557 der stammen7626 van de kinderen1121 Israels;3478”

Joshua 4:5 — Statenvertaling (1637)

Verse 5 of 24 in Joshua chapter 4 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Joshua 4 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het geschiedde1961 8799 nu, toen834 al3605 het volk1471 geeindigd had8552 8804 over de Jordaan3383 te trekken,5674 8800 dat de HEERE3068 tot413 Jozua3091 sprak,559 8799 zeggende:559 8800 Neemt gijlieden3947 8798 u twaalf8147 6240 mannen582 uit4480 het volk,5971 uit4480 elken259 stam7626 een man.376 En gebiedt6680 8761 hun,853 zeggende:559 8800 Neemt5375 8798 voor ulieden op, van4480 hier2088 uit4480 het midden8432 van de ,3383 uit4480 de standplaats4673 van de voeten7272 der priesteren,3548 en bereidt3559 8687 twaalf8147 6240 stenen,68 en brengt5674 ze853 met5973 ulieden over,5674 8689 en stelt3240 8689 ze853 in het nachtleger,4411 waar834 gij dezen nacht3915 zult vernachten.3885 8799 Jozua3091 riep7121 8799 die413 twaalf8147 6240 mannen,376 die834 hij had doen bestellen3559 8689 van4480 de kinderen1121 ,3478 uit4480 elken259 stam7626 een man.376 En Jozua3091 zeide559 8799 tot hen: Gaat over5674 8798 voor6440 de 727 des HEEREN,3068 uws ,430 413 midden8432 in de ;3383 en heft7311 8685 u een259 ieder376 een steen68 op5921 zijn schouder,7926 naar het getal4557 der stammen7626 van de kinderen1121 ;3478 Opdat4616 dit2063 een teken226 zij1961 8799 onder7130 ulieden; wanneer3588 uw kinderen1121 morgen4279 vragen7592 8799 zullen, zeggende:559 8800 Wat4100 zijn u deze428 stenen?68 Zo zult gij tot hen zeggen:559 8804 Omdat834 de wateren4325 van de Jordaan3383 zijn afgesneden geweest3772 8738 voor4480 6440 de 727 des verbonds1285 des HEEREN;3068 als zij toog5674 8800 door de ,3383 werden de wateren4325 van de Jordaan3383 afgesneden;3772 8738 zo zullen deze428 stenen68 den kinderen1121 Israels3478 ter gedachtenis2146 zijn1961 8804 tot5704 in eeuwigheid.5769 De kinderen1121 Israels3478 nu deden6213 8799 alzo,3651 gelijk als834 Jozua3091 geboden had;6680 8765 en zij namen5375 8799 twaalf8147 6240 stenen68 op midden8432 uit4480 de ,3383 gelijk als834 de HEERE3068 tot413 Jozua3091 gesproken had,1696 8765 naar het getal4557 der stammen7626 van de kinderen1121 Israels3478 en zij brachten5674 8686 ze met zich over naar het nachtleger,4411 en stelden3240 8686 ze aldaar. Jozua3091 richtte6965 ook twaalf8147 6240 stenen68 op,6965 8689 midden8432 in de ,3383 ter8478 standplaats4673 van de voeten7272 der priesteren,3548 die de 727 des verbonds1285 droegen;5375 8802 en zij zijn1961 8799 daar8803 tot op dezen2088 dag.3117 De priesters3548 nu, die de 727 droegen,5375 8802 stonden5975 8802 midden8432 in de ,3383 totdat5704 alle3605 ding1697 volbracht was,8552 8800 hetwelk834 de HEERE3068 Jozua3091 geboden had6680 8765 het413 volk5971 aan te zeggen,1696 8763 naar al3605 wat834 Mozes4872 Jozua3091 geboden had.6680 8765 En het volk5971 haastte,4116 8762 en het trok over.5674 8799 En het geschiedde,1961 8799 als834 al3605 het volk5971 geeindigd had8552 8804 over te gaan,5674 8800 toen ging5674 de 727 des HEEREN3068 over,5674 8799 en de priesters3548 voor het aangezicht6440 des volks.5971 En de kinderen1121 van ,7205 en de kinderen1121 van ,1410 mitsgaders de halve2677 stam7626 van ,4519 trokken5674 8799 gewapend2571 voor het aangezicht6440 der kinderen1121 ,3478 gelijk als834 Mozes4872 tot413 hen gesproken had.1696 8765 Omtrent veertig705 duizend505 toegeruste2502 8803 krijgsmannen6635 trokken5674 8804 er voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 ten strijde,4421 naar413 de vlakke velden6160 van .3405 Te dienzelven1931 dage3117 maakte1431 de HEERE3068 Jozua3091 groot1431 8765 voor de ogen5869 van het ganse3605 ;3478 en zij vreesden3372 8799 hem,853 gelijk als834 zij Mozes4872 gevreesd hadden,3372 8804 al3605 de dagen3117 zijns levens.2416 De HEERE3068 sprak559 8799 tot413 ,3091 zeggende:559 8800 Gebied6680 8761 den priesteren,3548 die de 727 der getuigenis5715 dragen,5375 8802 dat zij uit4480 de Jordaan3383 opklimmen.5927 8799 Toen gebood6680 8762 Jozua3091 den priesteren,3548 zeggende:559 8800 op5927 8798 uit4480 den .3383 En het geschiedde,1961 8799 toen de priesters,3548 die de 727 des verbonds1285 des HEEREN3068 droegen,5375 8802 uit4480 het midden8432 van de Jordaan3383 opgeklommen waren,5927 8800 [en] de voetzolen3709 7272 der priesteren3548 afgetrokken waren5423 8738 tot413 op het droge;2724 zo keerden7725 de wateren4325 van de Jordaan3383 weder7725 8799 in hun plaats,4725 en gingen3212 8799 als gisteren8543 [en] eergisteren8032 aan5921 al3605 haar oevers.1415 Het volk5971 nu was den tienden6218 der eerste7223 maand2320 uit4480 de Jordaan3383 opgeklommen;5927 8804 en zij legerden zich2583 8799 te ,1537 aan het oosteinde4217 7097 van .3405 En Jozua3091 richtte6965 die428 twaalf8147 6240 stenen68 te 1537 op,6965 8689 die834 zij uit4480 de Jordaan3383 genomen hadden.3947 8804 En hij sprak559 8799 tot413 de kinderen1121 ,3478 zeggende:559 8800 Wanneer834 uw kinderen1121 morgen4279 hun vaderen1 vragen zullen,7592 8799 zeggende:559 8800 Wat4100 zijn deze428 stenen?68 Zo zult gij het uw kinderen1121 te kennen geven,3045 8689 zeggende:559 8800 Op het droge3004 is 3478 door deze2088 Jordaan3383 gegaan.5674 8804 Want834 de HEERE,3068 uw God,430 heeft de wateren4325 van de Jordaan3383 voor4480 uw aangezichten6440 doen uitdrogen,3001 8689 totdat5704 gijlieden er waart doorgegaan;5674 8800 gelijk als834 de HEERE,3068 uw God,430 aan de Schelfzee5488 3220 gedaan heeft,6213 8804 die834 voor4480 ons aangezicht6440 heeft doen uitdrogen,3001 8689 totdat5704 wij daardoor gegaan waren;5674 8800 Opdat4616 alle3605 volken5971 der aarde776 de hand3027 des HEEREN3068 kennen zouden,3045 8800 dat3588 zij1931 sterk2389 is; opdat4616 gijlieden den HEERE,3068 uw God,430 vrezet3372 8804 te allen3605 dage.3117

Every verse in Joshua 4

Chapter navigation

0:000:00