Joshua 5:13
“Voorts geschiedde het,1961 8804 als Jozua3091 bij Jericho3405 was,1961 8800 dat hij zijn ogen5869 ophief,5375 8799 en zag toe,7200 8799 en ziet,2009 er stond5975 8802 een Man376 tegenover5048 hem, Die een uitgetogen8025 8803 zwaard2719 in Zijn hand3027 had. En Jozua3091 ging3212 8799 tot413 Hem, en zeide559 8799 tot Hem: Zijt Gij859 van ons, of518 van onze vijanden?6862”
Joshua 5:13 — Statenvertaling (1637)
Verse 13 of 15 in Joshua chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Joshua 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En het geschiedde,1961 8799 toen al3605 de koningen4428 der ,567 die834 aan deze zijde5676 van de Jordaan3383 westwaarts,3220 en al3605 de koningen4428 der ,3669 die834 aan5921 de zee3220 [waren], hoorden,8085 8800 dat834 de HEERE3068 de wateren4325 van de Jordaan3383 had uitgedroogd,3001 8689 voor4480 het aangezicht6440 der kinderen1121 ,3478 totdat5704 wij daardoor gegaan waren;5674 8800 zo versmolt4549 8735 hun hart,3824 en er was1961 8804 geen3808 moed7307 meer5750 in hen, voor4480 het aangezicht6440 der kinderen1121 .3478 Te dier1931 tijd6256 sprak559 8804 de HEERE3068 tot413 :3091 Maak6213 8798 u stenen6697 messen,2719 en besnijd4135 8798 wederom7725 8798 de kinderen1121 Israels3478 ten tweeden maal.8145 Toen maakte6213 8799 zich Jozua3091 stenen6697 messen,2719 en besneed4135 8799 de kinderen1121 Israels3478 op413 den heuvel1389 der voorhuiden.6190 Dit2088 nu was de oorzaak,1697 waarom834 hen Jozua3091 besneed:4135 8804 al3605 het volk,5971 dat uit4480 Egypte4714 getogen was,3318 8802 de manspersonen,2145 alle3605 krijgslieden,582 4421 waren gestorven4191 8804 in de woestijn,4057 op den weg,1870 nadat zij uit4480 Egypte4714 getogen waren.3318 8800 Want3588 al3605 het volk,5971 dat er uittoog,3318 8802 was1961 8804 besneden;4135 8803 maar al3605 het volk,5971 dat geboren was3209 in de woestijn4057 op den weg,1870 nadat zij uit4480 Egypte4714 getrokken waren,3318 8800 hadden zij niet3808 besneden.4135 8804 Want3588 de kinderen1121 Israels3478 wandelden1980 8804 veertig705 jaren8141 in de woestijn,4057 totdat5973 vergaan was8552 8800 het ganse3605 volk1471 der krijgslieden,582 4421 die uit4480 Egypte4714 gegaan waren;3318 8802 die834 de stem6963 des HEEREN3068 niet3808 gehoorzaam geweest waren,8085 8804 denwelken834 de HEERE3068 gezworen had,7650 8738 dat hun niet1115 zoude laten zien7200 8687 het land,776 hetwelk834 de HEERE3068 hun vaderen1 gezworen had7650 8738 ons te zullen geven,5414 8800 een land776 vloeiende2100 8802 van melk2461 en honig.1706 Maar hun zonen1121 heeft aan hun plaats8478 gesteld;6965 8689 die heeft Jozua3091 besneden,4135 8804 omdat3588 zij de voorhuid6189 hadden;1961 8804 want3588 zij hadden hen853 op den weg1870 niet3808 besneden.4135 8804 En het geschiedde,1601 8799 als834 men een einde gemaakt had8552 8804 van al3605 dat volk1471 te besnijden,4135 8736 zo bleven zij3427 8799 in hun plaats8478 in het leger,4264 totdat5704 zij genezen waren.2421 8800 Verder sprak559 8799 de HEERE3068 tot413 :3091 Heden3117 heb Ik den smaad2781 van Egypte4714 van4480 5921 ulieden afgewenteld;1556 8804 daarom noemde men7121 8799 den naam8034 dier1931 plaats4725 ,1537 tot5704 op dezen2088 dag.3117 Terwijl de kinderen1121 Israels3478 te 1537 gelegerd lagen,2583 8799 zo hielden zij6213 8799 het pascha6453 op den veertienden702 6240 dag3117 derzelver maand,2320 in den avond,6153 op de vlakke velden6160 van .3405 En zij aten398 8799 van4480 het overjarige koren5669 des lands,776 des4480 anderen daags4283 van het pascha,6453 ongezuurde broden4682 en verzengde7033 8803 aren, even op dienzelven6106 2088 dag.3117 En het 4478 hield op7673 8799 des4480 anderen daags,4283 nadat zij van4480 des lands776 overjarige koren5669 gegeten hadden;398 8800 en de kinderen1121 Israels3478 hadden1961 8804 geen3808 4478 meer,5750 maar zij aten398 8799 in hetzelve1931 jaar8141 van4480 de inkomst8393 des lands776 .3667 Voorts geschiedde het,1961 8804 als Jozua3091 bij 3405 was,1961 8800 dat hij zijn ogen5869 ophief,5375 8799 en zag toe,7200 8799 en ziet,2009 er stond5975 8802 een Man376 tegenover5048 hem, Die een uitgetogen8025 8803 zwaard2719 in hand3027 had. En Jozua3091 ging3212 8799 tot413 , en zeide559 8799 tot : Zijt Gij859 van ons, of518 van onze vijanden?6862 En zeide:559 8799 ,3808 maar3588 Ik589 ben de Vorst8269 van het heir6635 des HEEREN:3068 Ik ben nu6258 gekomen!935 8804 viel5307 8799 Jozua3091 op413 zijn aangezicht6440 ter aarde776 en aanbad,7812 8691 en zeide559 8799 tot : Wat4100 spreekt1696 8764 mijn Heere113 tot413 knecht?5650 Toen zeide559 8799 de Vorst8269 van het heir3068 des HEEREN6635 tot413 :3091 Trek5394 uw schoenen5275 af5394 8798 van4480 5921 uw voeten;7272 want3588 de plaats,4725 waarop834 5921 gij859 staat,5975 8802 is1931 heilig.6944 En Jozua3091 deed6213 8799 alzo.3651