Joshua 6:3
“Gij dan allen,3605 die krijgslieden582 4421 zijt, zult rondom de stad5892 gaan,5437 8804 de stad5892 omringende5362 8687 eenmaal;259 6471 alzo3541 zult gij doen6213 8799 zes8337 dagen3117 lang.”
Joshua 6:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 27 in Joshua chapter 6 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Joshua 6 — full chapter (Statenvertaling (1637))
(3405 nu sloot5462 8802 [de] [poorten] toe, en was gesloten,5462 8794 voor4480 het aangezicht6440 van de kinderen1121 ;3478 er ging3318 niemand369 uit,3318 8802 en er ging935 niemand369 in.935 8802) Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot413 :3091 ,7200 8798 Ik heb 3405 met haar koning4428 [en] strijdbare2428 helden1368 in uw hand3027 gegeven.5414 8804 Gij allen,3605 die krijgslieden582 4421 zijt, zult rondom de stad5892 gaan,5437 8804 de stad5892 omringende5362 8687 eenmaal;259 6471 alzo3541 zult gij doen6213 8799 zes8337 dagen3117 lang. En zeven7651 priesters3548 zullen zeven7651 ramsbazuinen7782 3104 dragen,5375 8799 voor6440 de ;727 en gijlieden zult op den zevenden7637 dag3117 de stad5892 zevenmaal7651 6471 omgaan;5437 8799 en de priesters3548 zullen met de bazuinen7782 blazen.8628 8799 En het zal geschieden,1961 8804 als men langzaam4900 met den ramshoorn3104 7161 blaast,4900 8800 als gijlieden het geluid6963 der bazuin7782 hoort,8085 8800 zo zal al3605 het volk5971 juichen7321 8686 met een groot1419 gejuich;8643 zal de stadsmuur2346 5892 onder8478 zich vallen,5307 8804 en het volk5971 zal daarin klimmen,5927 8804 een iegelijk376 tegenover5048 zich. Toen riep7121 8799 ,3091 de zoon1121 van ,5126 413 de priesters,3548 en zeide559 8799 tot413 hen: Draagt5375 8798 de 727 des verbonds,1285 en dat zeven7651 priesters3548 zeven7651 ramsbazuinen7782 3104 dragen,5375 8799 voor6440 de 727 des HEEREN.3068 En tot413 het volk5971 zeide hij:559 8799 door5674 8798 en gaat rondom5437 8798 deze stad;5892 en wie toegerust is,2502 8803 die ga door5674 8799 voor6440 de 727 des HEEREN.3068 En het geschiedde,1961 8804 gelijk834 Jozua3091 tot413 het volk5971 gesproken had,559 8800 zo gingen de zeven7651 priesters,3548 dragende5375 8802 zeven7651 ramsbazuinen,7782 3104 voor het aangezicht6440 des HEEREN;3068 zij trokken door5674 8804 en bliezen8628 8804 met de bazuinen;7782 en de 727 des verbonds1285 des HEEREN3068 volgde1980 8802 hen na;310 En wie toegerust was,2502 8803 ging1980 8802 voor het aangezicht6440 der priesteren,3548 die de bazuinen7782 bliezen;8628 8802 8675 8628 8804 en de achtertocht622 8764 volgde1980 8802 de 727 na,310 terwijl men ging1980 8800 en blies8628 8800 met de bazuinen.7782 Jozua3091 nu had het volk5971 geboden,6680 8765 zeggende:559 8800 zult niet3808 juichen,7321 8686 ja, gij zult uw stem6963 niet3808 laten horen,8085 8686 en geen3808 woord1697 zal er uit4480 uw mond6310 uitgaan,3318 8799 tot5704 op den dag,3117 wanneer ik tot413 ulieden zeggen zal:559 8800 !7321 8685 zult gij juichen.7321 8689 En hij deed de 727 des HEEREN3068 rondom5437 de stad5892 gaan,5437 8686 omringende5362 8687 [dezelve] eenmaal;259 6471 toen kwamen zij935 8799 [weder] in het leger,4264 en vernachtten3885 8799 in het leger.4264 Daarna stond7925 Jozua3091 des morgens1242 vroeg op,7925 8686 en de priesters3548 droegen5375 8799 de 727 des HEEREN.3068 En de zeven7651 priesters,3548 dragende5375 8802 de zeven7651 ramsbazuinen7782 3104 voor6440 de 727 des HEEREN,3068 gingen1980 8802 voort,1980 8800 en bliezen8628 8804 met de bazuinen;7782 en de toegerusten2502 8803 gingen1980 8802 voor hun aangezichten,6440 en de achtertocht622 8764 volgde1980 8802 de 727 des HEEREN3068 na,310 terwijl men ging1980 8800 en blies8628 8800 met de bazuinen.7782 Alzo gingen zij5437 eenmaal259 6471 rondom5437 8799 de stad5892 op den tweeden8145 dag;3117 en zij keerden weder7725 8799 in het leger.4264 Alzo3541 deden zij6213 8804 zes8337 dagen3117 lang. En het geschiedde1961 8804 op den zevenden7637 dag,3117 dat zij zich vroeg opmaakten,7925 8686 met het opgaan5927 8800 des dageraads,7837 en zij gingen rondom5437 8799 de stad,5892 naar dezelve2088 wijze,4941 zevenmaal;7651 6471 alleenlijk7535 op dien1931 dag3117 gingen zij5437 zevenmaal7651 6471 rondom5437 8804 de stad.5892 En het geschiedde1961 8804 ten zevenden7637 male,6471 als de priesters3548 met de bazuinen7782 bliezen,8628 8804 dat Jozua3091 tot413 het volk5971 sprak:559 8799 ,7321 8685 want3588 de HEERE3068 heeft ulieden de stad5892 gegeven!5414 8804 Doch deze stad5892 zal den HEERE3068 verbannen2764 zijn,1961 8804 zij1931 en al3605 wat834 daarin is; alleenlijk7535 zal de hoer2181 8802 Rachab7343 levend blijven,2421 8799 zij1931 en allen,3605 die834 met haar854 in het huis1004 zijn, omdat3588 zij de boden,4397 die834 wij uitgezonden hadden,7971 8804 verborgen heeft.2244 8689 Alleenlijk7535 dat gijlieden859 u wacht8104 8798 van4480 het verbannene,2764 opdat6435 gij u misschien niet6435 verbant,2763 8686 mits nemende3947 8804 van4480 het verbannene,2764 en het leger4264 van 3478 niet stelt7760 8804 tot een ban,2764 noch datzelve853 beroert.5916 8804 Maar al3605 het zilver3701 en goud,2091 en de koperen5178 en ijzeren1270 vaten,3627 1931 zullen den HEERE3068 heilig6944 zijn; tot den schat214 des HEEREN3068 zullen zij komen.935 8799 Het volk5971 juichte,7321 8686 als zij met de bazuinen7782 bliezen;8628 8799 en het geschiedde,1961 8799 als het volk5971 het geluid6963 der bazuin7782 hoorde,8085 8800 zo juichte7321 8686 het volk5971 met een groot1419 gejuich;8643 en de muur2346 viel5307 8799 onder8478 zich, en het volk5971 klom5927 8799 in de stad,5892 een ieder376 tegenover5048 zich, en zij namen3920 de stad5892 in.3920 8799 En zij verbanden2763 8686 alles,3605 wat834 in de stad5892 was, van4480 den man376 tot5704 de vrouw802 toe, van4480 het kind5288 tot5704 den oude,2205 en tot5704 den os,7794 en het klein vee,7716 en den ezel,2543 door de scherpte6310 des zwaards.2719 Jozua3091 nu zeide559 8804 tot de twee8147 mannen,582 de verspieders7270 8764 des lands:776 Gaat935 8798 in het huis1004 der vrouw, der hoer,2181 8802 en brengt3318 die vrouw802 van4480 daar8033 uit,3318 8685 met al3605 wat834 zij heeft, gelijk als834 gij haar gezworen hebt.7650 8738 Toen gingen935 8799 de jongelingen,5288 de verspieders,7270 8764 daarin en brachten3318 er Rachab7343 uit,3318 8686 en haar vader,1 en haar moeder,517 en haar broeders,251 en al3605 wat zij had; ook brachten zij uit3318 8689 al3605 haar huisgezinnen,4940 en zij stelden3240 8686 hen buiten4480 2351 het leger4264 van .3478 De stad5892 nu verbrandden zij8313 8804 met vuur,784 en al3605 wat834 daarin was; alleenlijk7535 het zilver3701 en goud,2091 mitsgaders de koperen5178 en ijzeren1270 vaten,3627 gaven zij5414 8804 tot den schat214 van het huis1004 des HEEREN.3068 Dus liet7343 Jozua3091 de hoer2181 8802 Rachab2421 8689 leven,7343 en het huisgezin1004 haars vaders,1 en al3605 wat834 zij had; en zij heeft gewoond3427 8799 in het midden7130 van 3478 tot5704 op dezen2088 dag,3117 omdat3588 zij de boden4397 verborgen had,2244 8689 die834 Jozua3091 gezonden had,7971 8804 om 3405 te verspieden.7270 8763 En ter zelver1931 tijd6256 bezwoer7650 8686 hen ,3091 zeggende:559 8800 Vervloekt779 8803 zij die man376 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 die834 zich opmaken6965 8799 en deze2063 stad5892 3405 bouwen zal;1129 8804 dat hij ze grondveste3245 8762 op zijn eerstgeborenen zoon,1060 en haar poorten1817 stelle5324 8686 op zijn jongsten zoon!6810 Alzo was1961 8799 de HEERE3068 met ;3091 en zijn gerucht8089 liep1961 8799 door het ganse3605 land.776