Judges 11:25
“Nu6258 voorts, zijt gij859 veel2896 beter2896 dan4480 Balak,1111 de zoon1121 van Zippor,6834 de koning4428 der Moabieten?4124 heeft hij ooit7378 8800 met5973 Israel3478 getwist?7378 8804 heeft hij ook ooit3898 8736 tegen hem gekrijgd?3898 8738”
Judges 11:25 — Statenvertaling (1637)
Verse 25 of 40 in Judges chapter 11 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Judges 11 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Jeftha3316 nu, de ,1569 was1961 8804 een strijdbaar2428 held,1368 maar hij1931 was een hoerekind;1121 802 2181 8802 doch 1568 had Jeftha3316 gegenereerd.3205 8686 Gileads1568 huisvrouw802 baarde3205 8799 hem ook zonen;1121 en de zonen1121 dezer vrouw,802 groot geworden zijnde,1431 8799 stieten1644 Jeftha3316 uit,1644 8762 en zeiden559 8799 tot hem: Gij zult in het huis1004 onzes vaders1 niet3808 erven,5157 8799 want3588 gij859 zijt een zoon1121 van een andere312 vrouw.802 Toen vlood1272 8799 Jeftha3316 voor4480 het aangezicht6440 zijner broederen,251 en woonde3427 8799 in het land776 ;2897 en ijdele7386 mannen582 vergaderden zich3950 8691 tot413 ,3316 en togen3318 met5973 hem uit.3318 8799 En het geschiedde,1961 8799 na4480 enige dagen,3117 dat de kinderen1121 Ammons5983 tegen5973 3478 krijgden.3898 8735 Zo geschiedde het,1961 8799 als834 de kinderen1121 Ammons5983 tegen5973 3478 krijgden,3898 8738 dat de oudsten2205 van 1568 heengingen,3212 8799 om Jeftha3316 te halen3947 8800 uit4480 het land776 van .2897 En zij zeiden559 8799 tot :3316 ,3212 8798 en wees1961 8804 ons tot een overste,7101 opdat wij strijden3898 8735 tegen de kinderen1121 .5983 Maar Jeftha3316 zeide559 8799 tot de oudsten2205 van :1568 gijlieden859 mij853 niet3808 gehaat,8130 8804 en mij uit4480 mijn vaders1 huis1004 verstoten?1644 8762 waarom4069 zijt gij nu6258 tot413 mij gekomen,935 8804 terwijl834 gij in benauwdheid zijt?6887 8804 En de oudsten2205 van 1568 zeiden559 8799 tot413 :3316 Daarom3651 zijn wij nu6258 tot413 u wedergekomen,7725 8804 dat gij met5973 ons trekt,1980 8804 en tegen de kinderen1121 Ammons5983 strijdt;3898 8738 en gij zult ons tot een hoofd7218 zijn,1961 8804 over alle3605 inwoners3427 8802 van .1568 Toen zeide559 8799 Jeftha3316 tot413 de oudsten2205 van :1568 Zo518 gijlieden859 mij853 wederhaalt,7725 8688 om te strijden3898 8736 tegen de kinderen1121 ,5983 en de HEERE3068 hen853 voor mijn aangezicht6440 geven zal,5414 8804 zal ik595 u tot een hoofd7218 zijn?1961 8799 En de oudsten2205 van 1568 zeiden559 8799 tot413 :3316 De HEERE3068 zij1961 8799 toehoorder8085 8802 tussen996 ons, indien518 wij niet3808 alzo3651 naar uw woord1697 doen.6213 8799 Alzo ging3212 8799 Jeftha3316 met5973 de oudsten2205 van ,1568 en het volk5971 stelde7760 8799 hem853 tot een hoofd7218 en overste7101 over5921 zich. En Jeftha3316 sprak1696 8762 al3605 zijn woorden1697 voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 te .4709 Voorts zond7971 8799 Jeftha3316 boden4397 tot413 den koning4428 der kinderen1121 ,5983 zeggende:559 8800 Wat4100 hebben ik en gij met elkander te doen, dat3588 gij tot413 mij gekomen zijt,935 8804 om tegen mijn land776 te krijgen?3898 8736 En de koning4428 der kinderen1121 Ammons5983 zeide559 8799 tot413 de boden4397 van :3316 omdat3588 ,3478 als hij uit4480 Egypte4714 optoog,5927 8800 mijn land776 genomen heeft,3947 8804 van de 769 af tot aan5704 de ,2999 en tot aan5704 de ;3383 zo geef7725 mij dat853 nu6258 weder7725 8685 met vrede.7965 Maar Jeftha3316 voer3254 wijders5750 voort,3254 8686 en zond7971 8799 boden4397 tot413 den koning4428 der kinderen1121 .5983 En hij zeide tot559 8799 hem: Zo3541 zegt559 8804 :3316 3478 heeft het land776 der ,4124 en het land776 der kinderen1121 Ammons5983 niet3808 genomen;3947 8804 want3588 als zij uit4480 Egypte4714 optogen,5927 8800 zo wandelde3212 8799 3478 door de woestijn4057 tot aan5704 de ,5488 3220 en kwam935 8799 te .6946 En 3478 zond7971 8799 boden4397 tot413 den koning4428 der ,123 zeggende:559 8800 mij toch4994 door uw land776 doortrekken;5674 8799 maar de koning4428 der Edomieten123 gaf8085 geen3808 gehoor.8085 8804 En hij zond7971 8804 ook1571 tot413 den koning4428 der ,4124 die ook niet3808 wilde.14 8804 bleef3427 8799 3478 in .6946 Daarna wandelde hij3212 8799 in de woestijn,4057 en toog om5437 8799 het land776 der Edomieten123 en het land776 der ,4124 en kwam935 8799 van4480 den opgang4217 der zon8121 aan het land776 der ,4124 en zij legerden zich2583 8799 op gene zijde5676 van de ;769 maar zij kwamen935 8804 niet3808 binnen de landpale1366 der ;4124 want3588 de 769 is de landpale1366 der .4124 Maar 3478 zond7971 8799 boden4397 tot413 ,5511 den koning4428 der ,567 koning4428 van ,2809 en 3478 zeide559 8799 tot hem: Laat ons toch4994 door uw land776 doortrekken5674 8799 tot aan5704 mijn plaats.4725 Doch Sihon5511 betrouwde539 8689 3478 niet3808 door zijn landpale1366 door te trekken;5674 8800 maar Sihon5511 verzamelde5971 al3605 zijn volk,622 8799 en zij legerden zich2583 8799 te ;3096 en hij streed3898 8735 tegen5973 .3478 En de HEERE,3068 de God430 ,3478 gaf5414 8799 Sihon5511 met al3605 zijn volk5971 in de hand3027 van ,3478 dat zij hen sloegen;5221 8686 alzo nam3423 3478 erfelijk in3423 8799 het ganse3605 land776 der ,567 die in datzelve1931 land776 woonden.3427 8802 En zij namen erfelijk in3423 8799 de ganse3605 landpale1366 der ,567 van4480 de 769 af tot aan5704 de ,2999 en van4408 de woestijn4057 tot aan5704 de .3383 Zo heeft nu6258 de HEERE,3068 de God430 ,3478 de Amorieten567 voor4480 het aangezicht6440 van volk5971 3478 uit de bezitting verdreven;3423 8689 en zoudt gij859 hunlieder erfgenaam zijn?3423 8799 Zoudt gij niet3808 dengene erven,3423 8799 dien834 uw god430 Kamos3645 voor u uit de bezitting verdreef?3423 8686 zullen wij al3605 dengene834 erven,3423 8799 dien853 de HEERE,3068 onze God,430 voor4480 ons aangezicht6440 uit de bezitting verdrijft.3423 8689 Nu6258 voorts, zijt gij859 veel2896 beter2896 4480 ,1111 de zoon1121 van ,6834 de koning4428 der ?4124 heeft hij ooit7378 8800 met5973 3478 getwist?7378 8804 heeft hij ook ooit3898 8736 tegen hem gekrijgd?3898 8738 Terwijl 3478 driehonderd7969 3967 jaren8141 gewoond heeft3427 8800 in ,2809 en in haar stedekens,1323 en in Aroer6177 en in de stedekens,1323 en in al3605 de steden,5892 die834 aan5921 de zijde3027 van de 769 zijn; waarom4069 hebt gij het in dien1931 tijd6256 niet3808 gered?5337 8689 Ook heb ik595 tegen u niet3808 gezondigd,2398 8804 maar gij859 doet6213 8802 kwalijk7451 bij853 mij, dat gij tegen mij krijgt;3898 8736 de HEERE,3068 Rechter8199 8802 is, richte8199 8799 heden3117 tussen996 de kinderen1121 Israels3478 en tussen996 de kinderen1121 !5983 Maar de koning4428 der kinderen1121 Ammons5983 hoorde8085 8804 niet3808 naar413 de woorden1697 van ,3316 die834 hij tot413 hem gezonden had.7971 8804 Toen kwam1961 8799 de Geest7307 des HEEREN3068 op5921 ,3316 dat hij 1568 en Manasse4519 doortrok;5674 8799 want3588 hij trok door5674 8799 tot Mizpa4708 in ,1568 en van4480 Mizpa4708 in 1568 trok hij door5674 8804 tot de kinderen1121 .5983 En Jeftha3316 beloofde5087 8799 den HEERE3068 een gelofte,5088 en zeide:559 8799 Indien518 de kinderen1121 Ammons5983 ganselijk5414 8800 in mijn hand3027 zult geven;5414 8799 Zo zal1961 8804 het uitgaande,3318 8802 dat834 uit4480 de deur1817 van mijn huis1004 mij tegemoet7125 8800 zal uitgaan,3318 8799 als ik met vrede7965 van4480 de kinderen1121 Ammons5983 wederkom,7725 8800 dat zal des HEEREN3068 zijn,1961 8804 en ik zal het offeren5927 8689 ten brandoffer.5930 Alzo trok5674 Jeftha3316 door5674 8799 naar413 de kinderen1121 ,5983 om tegen hen te strijden;3898 8736 en de HEERE3068 gaf5414 8799 hen in zijn hand.3027 En hij sloeg5221 8686 hen van4480 Aroer6177 af tot5704 daar gij komt935 8800 te ,4511 twintig6242 steden,5892 en tot5704 aan -keramim,58 3754 8677 64 met een zeer3966 groten1419 slag.4347 werden de kinderen1121 Ammons5983 te ondergebracht3665 8735 voor4480 het aangezicht6440 der kinderen1121 .3478 Toen nu Jeftha3316 te Mizpa4709 bij413 zijn huis1004 kwam,935 8799 ziet,2009 zo ging3318 zijn dochter1323 uit3318 8802 hem tegemoet,7125 8800 met trommelen8596 en met reien.4246 Zij1931 nu was alleen,7535 een enig3173 [kind]; hij had uit4480 zich [anders] geen369 zoon1121 of176 dochter.1323 En het geschiedde,1961 8799 als hij haar853 zag,7200 8800 zo verscheurde hij7167 8799 zijn klederen,899 en zeide:559 8799 ,162 mijn dochter!1323 gij hebt mij ganselijk3766 8687 nedergebogen,3766 8689 en gij859 zijt1961 8804 onder degenen, die mij beroeren;5916 8802 want ik595 heb mijn mond6310 opengedaan6475 8804 tot413 den HEERE,3068 en ik zal niet3808 kunnen3201 8799 teruggaan.7725 8800 En zij zeide559 8799 tot413 hem: Mijn vader!1 hebt gij uw mond6310 opengedaan6475 8804 tot413 den HEERE,3068 doe6213 8798 mij, gelijk als834 uit4480 uw mond6310 gegaan is;3318 8804 naardien310 834 u de HEERE3068 volkomene wraak5360 gegeven heeft6213 8804 van4480 uw vijanden,341 8802 van4480 de kinderen1121 .5983 Voorts zeide zij559 8799 tot413 haar vader:1 deze2088 zaak1697 aan mij geschieden:6213 8735 Laat7503 twee8147 maanden2320 van4480 mij af,7503 8685 dat ik heenga,3212 8799 en ga3381 8804 tot413 de bergen,2022 en bewene1058 8799 5921 mijn maagdom,1331 ik595 en mijn gezellinnen.7464 8675 7474 En hij zeide:559 8799 Ga3212 8798 heen; en hij liet7971 haar853 twee8147 maanden2320 gaan.7971 8799 ging3212 8799 zij1931 heen met haar gezellinnen,7464 en beweende1058 8799 5921 haar maagdom1331 op5921 de bergen.2022 En het geschiedde1961 8799 ten4480 einde7093 van twee8147 maanden2320 dat zij tot413 haar vader1 wederkwam,7725 8799 die aan haar volbracht6213 8799 zijn gelofte,5088 die834 hij beloofd had;5087 8804 en zij1931 heeft geen3808 man376 bekend.3045 8804 werd het1961 8799 een gewoonheid2706 in ,3478 [] de dochteren1323 Israels3478 van jaar3117 tot jaar3117 heengingen,3212 8799 om de dochter1323 van ,3316 den ,1569 aan te spreken,8567 8763 vier702 dagen3117 in het jaar.8141