Judges 15:5
“En hij stak1197 de fakkelen3940 aan1197 8686 met vuur,784 en liet ze lopen7971 8762 in het staande koren7054 der Filistijnen;6430 en hij stak in brand1197 8686 zowel4480 de korenhopen1430 als5704 het staande koren,7054 zelfs tot5704 de wijngaarden3754 [en] olijfbomen2132 toe.”
Judges 15:5 — Statenvertaling (1637)
Verse 5 of 20 in Judges chapter 15 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Judges 15 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En het geschiedde1961 8799 na4480 [sommige] dagen,3117 in de dagen3117 van den tarweoogst,2406 7105 dat Simson8123 zijn huisvrouw802 bezocht6485 8799 met een geitenbokje,1423 5795 en hij zeide:559 8799 mij tot413 mijn huisvrouw802 ingaan935 8799 in de kamer;2315 maar haar vader1 liet5414 hem niet3808 toe5414 8804 in te gaan.935 8800 want3588 haar vader1 zeide:559 8799 Ik sprak559 8804 zeker,559 8800 dat3588 gij haar ganselijk8130 8800 haattet,8130 8804 zo heb ik haar aan uw metgezel4828 gegeven.5414 8799 Is niet3808 haar kleinste6996 zuster269 schoner2896 4480 zij? Laat ze u toch4994 zijn1961 8799 in de plaats8478 van haar. Toen zeide559 8799 Simson8123 tot henlieden: Ik ben ditmaal6471 onschuldig5352 8738 van4480 de ,6430 wanneer3588 ik589 aan5973 hen kwaad7451 doe.6213 8802 En Simson8123 ging heen,3212 8799 en ving3920 8799 driehonderd7969 3967 vossen;7776 en hij nam3947 8799 fakkelen,3940 en keerde6437 8686 staart2180 aan413 staart,2180 en deed7760 8799 een259 fakkel3940 tussen996 twee8147 staarten2180 in het midden.8432 En hij stak1197 de fakkelen3940 aan1197 8686 met vuur,784 en liet ze lopen7971 8762 in het staande koren7054 der ;6430 en hij stak in brand1197 8686 zowel4480 de korenhopen1430 als5704 het staande koren,7054 zelfs tot5704 de wijngaarden3754 [en] olijfbomen2132 toe. Toen zeiden559 8799 de :6430 Wie4310 heeft dit2063 gedaan?6213 8804 En men zeide:559 8799 ,8123 de schoonzoon2860 van den ,8554 omdat3588 hij zijn huisvrouw802 heeft genomen,3947 8804 en heeft haar aan zijn metgezel4828 gegeven.5414 8799 kwamen5927 de Filistijnen6430 op,5927 8799 en verbrandden8313 8799 haar853 en haar vader1 met vuur.784 Toen zeide559 8799 Simson8123 tot hen:518 gij alzo2063 doen?6213 8799 , als3588 518 ik mij aan u gewroken heb,5358 8738 zo zal ik daarna310 ophouden.2308 8799 En hij sloeg5221 8686 hen,853 den schenkel7785 en5921 de heup,3409 [met] een groten1419 slag;4347 en hij ging af,3381 8799 en woonde3427 8799 op de hoogte5585 van de rots5553 .5862 Toen togen5927 de Filistijnen6430 op,5927 8799 en legerden zich2583 8799 tegen ,3063 en breidden zich uit5203 8735 in .3896 En de mannen376 van Juda3063 zeiden:559 8799 Waarom4100 zijt gijlieden tegen5921 ons opgetogen?5927 8804 En zij zeiden:559 8799 zijn opgetogen5927 8804 om Simson8123 te binden,631 8800 om hem te doen,6213 8800 gelijk als834 hij ons gedaan heeft.6213 8804 Toen kwamen3381 drie7969 duizend505 mannen376 af3381 8799 uit4480 Juda3063 tot413 het hol5585 der rots5553 ,5862 en zeiden559 8799 tot :8123 gij3045 8804 niet,3808 dat3588 de Filistijnen6430 over ons heersen?4910 8802 Waarom4100 hebt gij ons dit2063 gedaan?6213 8804 En hij zeide559 8799 tot hen: Gelijk als834 zij mij gedaan hebben,6213 8804 alzo3651 heb ik hunlieden gedaan.6213 8804 En zij zeiden559 8799 tot hem: Wij zijn afgekomen3381 8804 om u te binden,631 8800 om u over te geven5414 8800 in de hand3027 der .6430 zeide559 8799 Simson8123 tot hen: Zweert7650 8734 mij, dat6435 gijlieden859 op mij niet6435 zult aanvallen.6293 8799 En zij spraken559 8799 tot hem, zeggende:559 8800 ,3808 maar3588 wij zullen u wel631 8800 binden,631 8799 en u in hunlieder hand3027 overgeven;5414 8804 doch wij zullen u geenszins3808 4191 8687 doden.4191 8686 En zij bonden631 8799 hem met twee8147 nieuwe2319 touwen,5688 en voerden hem op5927 8686 van4480 de rots.5553 Als hij1931 kwam935 8804 tot5704 ,3896 zo juichten7321 8689 de Filistijnen6430 hem tegemoet;7125 8800 maar de Geest7307 des HEEREN3068 werd vaardig6743 8799 over5921 hem; en de touwen,5688 die834 aan5921 zijn armen2220 waren, werden1961 8799 als linnen draden,6593 die834 van het vuur784 gebrand zijn,1197 8804 en zijn banden612 versmolten4549 8735 van4480 5921 zijn handen.3027 En hij vond4672 8799 een vochtig2961 ezelskinnebakken,3895 2543 en hij strekte7971 zijn hand3027 uit,7971 8799 en nam3947 8799 het, en sloeg5221 8686 daarmede duizend505 man.376 Toen zeide559 8799 :8123 een ezelskinnebakken,3895 2543 een hoop,2565 twee hopen,2565 met een ezelskinnebakken3895 2543 heb ik duizend505 man376 geslagen.5221 8689 En het geschiedde,1961 8799 als hij geeindigd had3615 8763 te spreken,1696 8763 zo wierp hij7993 8686 het kinnebakken3895 uit4480 zijn hand,3027 en hij noemde7121 8799 dezelve1931 plaats4725 -lechi.7437 Als hem nu zeer3966 dorstte,6770 8799 zo riep hij7121 8799 tot413 den HEERE,3068 en zeide:559 8799 Gij859 hebt door de hand3027 van Uw knecht5650 dit2063 grote1419 heil8668 gegeven;5414 8804 zou ik nu6258 van dorst6772 sterven,4191 8799 en vallen5307 8804 in de hand3027 dezer onbesnedenen?6189 Toen kloofde1234 8799 God430 de holle plaats,4388 die834 in Lechi3895 is, en er ging3318 8799 water4325 uit van4480 dezelve, en hij dronk.8354 8799 kwam7725 zijn geest7307 weder,7725 8799 en hij werd levend.2421 8799 Daarom5921 3651 noemde hij7121 8802 haar naam:8034 De fontein des aanroepers,5875 die834 in Lechi3896 is, tot op5704 dezen2088 dag.3117 En hij richtte8199 8799 ,3478 in de dagen3117 der ,6430 twintig6242 jaren.8141