Judges 17:13

“Toen zeide559 8799 Micha:4318 Nu6258 weet ik,3045 8804 dat3588 de HEERE3068 mij weldoen zal,3190 8686 omdat3588 ik dezen Leviet3881 tot een priester3548 heb.1961 8804”

Judges 17:13 — Statenvertaling (1637)

Verse 13 of 13 in Judges chapter 17 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Judges 17 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En er was1961 8799 een man376 van4480 het gebergte2022 van ,669 wiens naam8034 was .4321 Die zeide559 8799 tot zijn moeder:517 De duizend505 en honderd3967 zilverlingen,3701 die834 u ontnomen zijn,3947 8795 om dewelke gij859 gevloekt hebt,422 8804 en ook1571 voor mijn oren241 gesproken hebt,559 8804 zie,2009 dat geld3701 is bij854 mij, ik589 heb dat genomen.3947 8804 zeide559 8799 zijn moeder:517 Gezegend1288 8803 zij mijn zoon1121 den HEERE!3068 Alzo gaf hij7725 aan zijn moeder517 de duizend505 en honderd3967 zilverlingen3701 weder.7725 8686 zijn moeder517 zeide:559 8799 Ik heb dat geld3701 den HEERE3068 ganselijk6942 8687 geheiligd6942 8689 van4480 mijn hand,3027 voor mijn zoon,1121 om een gesneden beeld6459 en een gegoten beeld4541 te maken;6213 8800 zo zal ik het u nu6258 wedergeven.7725 8686 Maar hij gaf7725 dat geld3701 aan zijn moeder517 weder.7725 8686 En zijn moeder517 nam3947 8799 tweehonderd3967 zilverlingen,3701 en gaf5414 8799 ze den goudsmid,6884 8802 die maakte6213 8799 daarvan een gesneden beeld6459 en een gegoten beeld;4541 dat was1961 8799 in het huis1004 van .4321 En de man376 Micha4318 had een godshuis;1004 430 en hij maakte6213 8799 een efod,646 en terafim,8655 en vulde4390 8762 de hand3027 van een259 uit4480 zijn zonen,1121 dat hij hem tot een priester3548 ware.1961 8799 In diezelve1992 dagen3117 was er geen369 koning4428 in ;3478 een iegelijk376 deed,6213 8799 wat recht3477 was in zijn ogen.5869 Nu was1961 8799 er een jongeling5288 van4480 -juda,1035 3063 van4480 het geslacht4940 van ;3063 deze1931 was een ,3881 en1931 verkeerde1481 aldaar8033 als vreemdeling.1481 8804 En deze man376 was uit4480 die stad,5892 uit4480 -juda1035 3063 getogen,3212 8799 om te verkeren,1481 8800 waar834 hij [gelegenheid] zou vinden.4672 8799 hij nu kwam935 8799 aan het gebergte2022 van Efraim669 tot5704 aan het huis1004 van ,4318 om zijn weg1870 te gaan,6213 8800 Zo zeide559 8799 Micha4318 tot hem: Van4480 waar370 komt gij?935 8799 En hij zeide559 8799 tot413 hem: Ik595 ben een ,3881 van4480 -juda,1035 3063 en ik595 wandel,1980 8802 om te verkeren,1481 8800 waar834 ik [gelegenheid] zal vinden.4672 8799 Toen zeide559 8799 Micha4318 tot hem: Blijf3427 8798 bij5978 mij, en wees1961 8804 mij tot een vader1 en tot een priester;3548 en ik595 zal u jaarlijks3117 geven5414 8799 tien6235 zilverlingen,3701 en orde6187 van klederen,899 en uw leeftocht;4241 alzo ging3212 8799 de Leviet3881 [met] [hem]. En de Leviet3881 bewilligde2974 8686 bij dien man376 te blijven;3427 8800 en de jongeling5288 was1961 8799 hem als een259 van4480 zijn zonen.1121 En Micha4318 vulde4390 8762 de hand3027 van den ,3881 dat hij5288 hem tot een priester3548 wierd;1961 8799 alzo was1961 8799 hij in het huis1004 van .4318 Toen zeide559 8799 :4318 Nu6258 weet ik,3045 8804 dat3588 de HEERE3068 mij weldoen zal,3190 8686 omdat3588 ik dezen Leviet3881 tot een priester3548 heb.1961 8804

Every verse in Judges 17

Chapter navigation

0:000:00