Judges 19:22

“Toen zij1992 nu hun hart3820 vrolijk maakten,3190 8688 ziet,2009 zo omringden5437 8738 de mannen582 van die stad5892 (mannen,582 die Belials1100 kinderen1121 waren) het huis,1004 kloppende1849 8693 op5921 de deur;1817 en zij spraken559 8799 tot413 den ouden2205 man,376 den heer1167 des huizes,1004 zeggende:559 8800 Breng3318 den man,376 die834 in413 uw huis1004 gekomen is,935 8804 uit,3318 8685 opdat wij hem bekennen.3045 8799”

Judges 19:22 — Statenvertaling (1637)

Verse 22 of 30 in Judges chapter 19 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Judges 19 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het geschiedde1961 8799 ook in die1992 dagen,3117 als er geen369 koning4428 was in ,3478 dat er een Levietisch3881 man376 was,1961 8799 verkerende als vreemdeling1481 8802 aan de zijden3411 van het gebergte2022 van ,669 die zich een vrouw,802 een bijwijf,6370 nam3947 8799 van4480 -juda.1035 3063 Maar zijn bijwijf6370 hoereerde,2181 8799 bij5921 hem zijnde, en toog van4480 854 hem weg3212 8799 naar413 haars vaders1 huis,1004 tot413 -juda;1035 3063 en zij was1961 8799 aldaar8033 enige dagen,3117 [te] [weten] vier702 maanden.2320 En haar man376 maakte zich op,6965 8799 en toog3212 8799 haar na,310 om naar5921 haar hart3820 te spreken,1696 8763 om haar weder te halen;7725 8687 en zijn jongen5288 was bij5973 hem, en een paar6776 ezels.2543 En zij bracht935 8686 hem in het huis1004 haars vaders.1 En als de vader1 van de jonge vrouw5291 hem zag,7200 8799 werd hij vrolijk8055 8799 over zijn ontmoeting.7125 8800 En zijn schoonvader,2859 8802 de vader1 van de jonge vrouw,5291 behield2388 8686 hem, dat hij drie7969 dagen3117 bij854 hem bleef;3427 8799 en zij aten398 8799 en dronken,8354 8799 en vernachtten3885 8799 aldaar.8033 Op den vierden7243 dag3117 nu geschiedde het,1961 8799 dat zij des morgens1242 vroeg op waren,7925 8686 en hij opstond6965 8799 om weg te trekken;3212 8800 toen zeide559 8799 de vader1 van de jonge dochter5291 tot413 zijn schoonzoon:2860 Sterk5582 8798 uw hart3820 met een bete6595 broods,3899 en daarna310 zult gijlieden wegtrekken.3212 8799 Zo zaten zij neder,3427 8799 en zij beiden8147 aten398 8799 te zamen,3162 en dronken.8354 8799 zeide559 8799 de vader1 van de jonge vrouw5291 tot413 den man:376 Bewillig2974 8685 toch4994 en vernacht,3885 8798 en laat uw hart3820 vrolijk zijn.3190 8799 Maar de man376 stond op,6965 8799 om weg te trekken.3212 8800 drong6484 8799 hem zijn schoonvader,2859 8802 dat hij aldaar8033 wederom7725 8799 vernachtte.3885 8799 Als hij op den vijfden2549 dag3117 des morgens1242 vroeg op was,7925 8686 om weg te trekken,3212 8800 zo zeide559 8799 de vader1 van de jonge vrouw:5291 Sterk5582 8798 toch4994 uw hart.3824 En zij vertoefden,4102 8701 totdat5704 de dag3117 zich neigde;5186 8800 en zij beiden8147 aten398 8799 [te] [zamen]. Toen maakte zich6965 de man376 op,6965 8799 om weg te trekken,3212 8800 hij,1931 en zijn bijwijf,6370 en zijn jongen;5288 en zijn schoonvader,2859 8802 de vader1 van de jonge vrouw,5291 zeide:559 8799 Zie2009 toch,4994 de dag3117 heeft afgenomen,7503 8804 dat het avond zal worden,6150 8800 vernacht3885 8798 toch;4994 zie,2009 de dag3117 legert zich,2583 8800 vernacht3885 8798 hier,6311 en laat uw hart3824 vrolijk zijn,3190 8799 en maak u7925 morgen4279 vroeg op7925 8689 uws weegs,1870 en ga1980 8804 naar uw tent.168 Doch de man376 wilde14 8804 niet3808 vernachten,3885 8800 maar stond op,6965 8799 en trok weg,3212 8799 en kwam935 8799 tot5704 tegenover5227 Jebus2982 (dewelke1931 is Jeruzalem3389), en met5973 hem het paar6776 gezadelde2280 8803 ezelen;2543 ook was zijn bijwijf6370 met5973 hem. Als zij1992 nu bij5973 Jebus2982 waren, zo was de dag3117 zeer3966 gedaald;7286 8804 en de jongen5288 zeide559 8799 tot413 zijn heer:113 Trek3212 toch4994 voort,3212 8798 en laat ons in413 deze2063 stad5892 der Jebusieten2983 wijken,5493 8799 en daarin vernachten.3885 8799 Maar zijn heer113 zeide559 8799 tot413 hem: Wij zullen herwaarts2008 niet3808 wijken5493 8799 tot413 een vreemde5237 stad,5892 die834 niet3808 is van4480 de kinderen1121 ;3478 maar wij zullen voorttrekken5674 8804 tot5704 Gibea1390 toe. Voorts zeide hij559 8799 tot zijn jongen:5288 Ga voort,3212 8798 dat wij tot een259 van die plaatsen4725 naderen,7126 8799 en te Gibea1390 of te Rama7414 vernachten.3885 8804 Alzo togen zij voort,5674 8799 en wandelden;3212 8799 en de zon8121 ging hun onder935 8799 bij681 ,1390 dewelke834 Benjamins1144 is; En zij weken5493 8799 daarheen,8033 dat zij inkwamen,935 8800 om in Gibea1390 te vernachten.3885 8800 hij nu inkwam,935 8799 zat hij neder3427 8799 in een straat7339 der stad,5892 want3588 er was369 niemand,376 die hen853 in huis1004 nam,622 8764 om te vernachten.3885 8800 En ziet,2009 een oud2205 man376 kwam935 8804 van4480 zijn werk4639 van4480 het veld7704 in den avond,6153 welke man376 ook was van4480 het gebergte2022 van ,669 doch1931 als vreemdeling verkeerde1481 8804 te ;1390 maar de lieden582 dezer plaats4725 waren kinderen van .1145 Als hij nu zijn ogen5869 ophief,5375 8799 zo zag hij7200 8799 dien reizenden732 8802 man376 op de straat7339 der stad;5892 en de oude2205 man376 zeide:559 8799 Waar575 trekt gij henen,3212 8799 en van4480 waar370 komt gij?935 8799 En hij zeide559 8799 tot413 hem: Wij587 trekken door5674 8802 van4480 -juda1035 3063 tot5704 aan de zijden3411 van het gebergte2022 van ,669 van4480 waar8033 ik595 ben; en ik was naar5704 -juda1035 3063 getogen,3212 8799 maar ik589 trek1980 8802 [nu] naar het huis1004 des HEEREN;3068 en er is369 niemand,376 die mij853 in huis1004 neemt.622 8764 Daar toch onze ezelen2543 zowel1571 stro8401 als1571 voeder4554 hebben,3426 en ook1571 brood3899 en wijn3196 is3426 voor mij, en voor uw dienstmaagd,519 en voor den jongen,5288 [die] bij5973 uw knechten5650 is; er is369 aan geen3605 ding1697 gebrek.4270 Toen zeide559 8799 de oude2205 man:376 Vrede7965 zij u!7535 al3605 wat u ontbreekt,4270 is toch bij5921 mij; alleenlijk7535 vernacht3885 8799 niet408 op de straat.7339 En hij bracht935 8686 hem in zijn huis,1004 en gaf1101 aan de ezelen2543 voeder;1101 8799 en hun voeten7272 gewassen hebbende,7364 8799 zo aten398 8799 en dronken zij.8354 8799 Toen zij1992 nu hun hart3820 vrolijk maakten,3190 8688 ziet,2009 zo omringden5437 8738 de mannen582 van die stad5892 (mannen,582 die Belials1100 kinderen1121 waren) het huis,1004 kloppende1849 8693 op5921 de deur;1817 en zij spraken559 8799 tot413 den ouden2205 man,376 den heer1167 des huizes,1004 zeggende:559 8800 Breng3318 den man,376 die834 in413 uw huis1004 gekomen is,935 8804 uit,3318 8685 opdat wij hem bekennen.3045 8799 En de man,376 de heer1167 des huizes,1004 ging3318 tot413 hen uit,3318 8799 en zeide559 8799 tot413 hen: Niet,408 mijn broeders,251 doet7489 toch4994 [zo] kwalijk7489 8686 niet;408 naardien310 834 deze2088 man376 in413 mijn huis1004 gekomen is,935 8804 zo doet6213 8799 zulke2063 dwaasheid5039 niet.408 Ziet,2009 mijn dochter1323 die maagd1330 is, en zijn bijwijf,6370 die853 zal ik nu4994 uitbrengen,3318 8686 dat gij die853 schendt,6031 8761 en haar doet,6213 8798 wat goed2896 is in uw ogen;5869 maar doet6213 8799 aan dezen2088 man376 zulk2063 een dwaas5039 ding1697 niet.3808 Maar de mannen582 wilden14 8804 naar hem niet3808 horen.8085 8800 greep2388 8686 de man376 zijn bijwijf,6370 en bracht3318 haar uit3318 8686 tot hen413 daarbuiten;2351 en zij bekenden3045 8799 haar,853 en waren met haar bezig5953 8691 den ganse3605 nacht3915 tot aan5704 den morgen,1242 en lieten haar gaan,7971 8762 als de dageraad7837 oprees.5927 8800 En deze vrouw802 kwam935 8799 tegen het aanbreken6437 8800 van den morgenstond,1242 en viel neder5307 8799 voor de deur6607 van het huis1004 des mans,376 waarin834 8033 haar heer113 was, totdat5704 het licht werd.216 Als nu haar heer113 des morgens1242 opstond6965 8799 en de deuren1817 van het huis1004 opendeed,6605 8799 en uitging3318 8799 om zijns weegs1870 te gaan,3212 8800 ziet,2009 zo lag5307 8802 de vrouw,802 zijn bijwijf,6370 aan de deur6607 van het huis,1004 en haar handen3027 op5921 den dorpel.5592 En hij zeide559 8799 tot413 haar: Sta op,6965 8798 en laat ons trekken;3212 8799 maar niemand369 antwoordde.6030 8802 nam hij haar3947 8799 op5921 den ezel,2543 en de man376 maakte zich op,6965 8799 en toog3212 8799 naar zijn plaats.4725 Als hij nu in413 zijn huis1004 kwam,935 8799 zo nam hij3947 8799 een mes,3979 en greep2388 8686 zijn bijwijf,6370 en deelde5408 8762 haar met haar beenderen6106 in twaalf8147 6240 stukken;5409 en hij zond7971 8762 ze in alle3605 landpalen1366 van .3478 En het geschiedde,1961 8804 dat al3605 wie het zag,7200 8802 zeide:559 8804 Zulks2063 is niet3808 geschied1961 8738 noch3808 gezien,7200 8738 van4480 dien dag3117 af, dat de kinderen1121 Israels3478 uit4480 Egypteland776 4714 zijn opgetogen,5927 8800 tot5704 op dezen2088 dag;3117 legt7768 8799 uw [hart] daarop5921 en spreekt!1696 8761

Every verse in Judges 19

Chapter navigation

0:000:00