Judges 20:16
“Onder4480 al3605 dit2088 volk5971 waren zevenhonderd7651 3967 uitgelezene977 8803 mannen,376 welke links334 3027 3225 waren; deze2063 allen3605 slingerden7049 8802 met een steen68 op413 een haar,8185 dat het hun niet3808 miste.2398 8686”
Judges 20:16 — Statenvertaling (1637)
Verse 16 of 48 in Judges chapter 20 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Judges 20 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen togen3318 alle3605 kinderen1121 Israels3478 uit,3318 8799 en de vergadering5712 verzamelde zich,6950 8735 als een enig259 man,376 van4480 1835 af tot5704 -seba884 toe, ook het land776 van ,1568 tot413 den HEERE3068 te .4709 En [uit] de hoeken6438 des ganse3605 volks5971 stelden zich3320 8691 al3605 de stammen7626 van 3478 in de vergadering6951 van het volk5971 ,430 vierhonderd702 3967 duizend505 man376 te voet,7273 die het zwaard2719 uittrokken.8025 8802 (De kinderen1121 Benjamins1144 nu hoorden,8085 8799 dat3588 de kinderen1121 Israels3478 opgetogen5927 8804 naar .4709) En de kinderen1121 Israels3478 zeiden:559 8799 ,1696 8761 hoe349 is dit2063 kwaad7451 geschied?1961 8738 Toen antwoordde6030 8799 de Levietische3881 man,376 de man376 van de vrouw,802 die gedood was,7523 8737 en zeide:559 8799 Ik589 kwam935 8804 met mijn bijwijf6370 te ,1390 dewelke834 Benjamins1144 is, om te vernachten.3885 8800 En de burgers1167 van Gibea1390 maakten zich6965 tegen5921 mij op,6965 8799 en omringden5437 8799 tegen5921 mij het huis1004 bij nacht;3915 zij dachten1819 8765 mij853 te doden,2026 8800 en mijn bijwijf6370 hebben zij geschonden,6031 8765 dat zij gestorven is.4191 8799 Toen greep ik270 8799 mijn bijwijf,6370 en deelde5408 8762 haar, en zond7971 8762 haar in het ganse3605 land7704 der erfenis5159 van ,3478 omdat3588 zij een schandelijke daad2154 en dwaasheid5039 in 3478 gedaan hadden.6213 8804 Ziet,2009 gij allen3605 zijt kinderen1121 ,3478 geeft3051 8798 hier1988 voor ulieden woord1697 en raad!6098 Toen maakte zich6965 al3605 het volk5971 op,6965 8799 als een enig259 man,376 zeggende:559 8800 zullen niet3808 gaan,3212 8799 een ieder376 naar zijn tent,168 noch3808 wijken,5493 8799 een ieder376 naar zijn huis.1004 Maar nu,6258 dit2088 is de zaak,1697 die834 wij aan Gibea1390 zullen doen:6213 8799 tegen5921 haar bij het !1486 En wij zullen tien6235 mannen582 nemen3947 8804 van honderd,3967 van alle3605 stammen7626 ,3478 en honderd3967 van duizend,505 en duizend505 van tienduizend,7233 om teerkost6720 te nemen3947 8800 voor het volk,5971 opdat zij, komende935 8800 te -benjamins,1387 1144 [haar] doen6213 8800 naar al3605 de dwaasheid,5039 die834 zij in 3478 gedaan heeft.6213 8804 Alzo werden alle3605 mannen376 van 3478 verzameld622 8735 tot413 deze stad,5892 verbonden2270 als een enig259 man.376 En de stammen7626 van 3478 zonden7971 8799 mannen582 door den ganse3605 stam7626 van ,1144 zeggende:559 8800 Wat4100 voor een kwaad7451 is dit,2063 dat834 onder ulieden geschied is?1961 8738 Zo geeft5414 8798 nu6258 die mannen,582 die kinderen1121 ,1100 die834 te Gibea1390 zijn, dat wij hen doden,4191 8686 en het kwaad7451 uit4480 3478 wegdoen.1197 8762 de [kinderen1121 ] van 1144 wilden14 8804 niet3808 horen8085 8800 naar de stem6963 van hun broederen,251 de kinderen1121 .3478 Maar de kinderen1121 van 1144 verzamelden zich622 8735 uit4408 de steden5892 naar ,1390 om uit te trekken3318 8800 ten strijde4421 tegen5973 de kinderen1121 .3478 En de kinderen1121 van 1144 werden te dien1931 dage3117 geteld6485 8691 uit4480 de steden,5892 zes8337 en twintig6242 duizend505 mannen,376 die het zwaard2719 uittrokken,8025 8802 behalve909 dat4480 de inwoners3427 8802 van Gibea1390 geteld werden,6485 8694 zevenhonderd7651 3967 uitgelezene977 8803 mannen.376 Onder4480 al3605 dit2088 volk5971 waren zevenhonderd7651 3967 uitgelezene977 8803 mannen,376 welke links334 3027 3225 waren; deze2063 allen3605 slingerden7049 8802 met een steen68 op413 een haar,8185 dat het hun niet3808 miste.2398 8686 En de mannen376 van 3478 werden geteld,6485 8694 behalve909 4480 ,1144 vierhonderd702 3967 duizend505 mannen,376 die het zwaard2719 uittrokken;8025 8802 deze2088 allen3605 waren mannen376 van oorlog.4421 En de kinderen1121 Israels3478 maakten zich op,6965 8799 en togen opwaarts5927 8799 ten huize1004 ,430 8677 1008 en vraagden7592 8799 God,430 en zeiden:559 8799 Wie4310 4310 zal onder ons vooreerst8462 optrekken5927 8799 ten strijde4421 tegen5973 de kinderen1121 van ?1144 En de HEERE3068 zeide:559 8799 Juda3063 vooreerst.8462 Alzo maakten zich6965 de kinderen1121 Israels3478 in den morgenstond1242 op,6965 8799 en legerden zich2583 8799 tegen5921 .1390 En de mannen376 van 3478 togen uit3318 8799 ten strijde4421 tegen5973 ;1144 voorts schikten6186 8799 de mannen376 Israels3478 den strijd4421 tegen hen854 bij413 .1390 Toen togen3318 8799 de kinderen1121 van 1144 uit van4480 ,1390 en zij vernielden7843 8686 ter aarde776 op dien1931 dag3117 van 3478 twee8147 en twintig6242 duizend505 man.376 Doch het volk5971 versterkte zich,2388 8691 [te] [weten] de mannen376 van ,3478 en zij beschikten6186 8800 den strijd4421 wederom3254 8686 ter plaatse,4725 waar834 8033 zij [dien] des vorigen7223 daags3117 geschikt hadden.6186 8804 En de kinderen1121 Israels3478 togen op,5927 8799 en weenden1058 8799 voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 tot5704 op den avond,6153 en vraagden7592 8799 den HEERE3068 zeggende:559 8800 ik weder3254 8686 genaken5066 8800 ten strijde4421 tegen5973 de kinderen1121 van ,1144 mijn broeder?251 En de HEERE3068 zeide:559 8799 Trekt5927 tegen5921 hem op.5927 8798 Zo naderden7126 8799 de kinderen1121 Israels3478 tot413 de kinderen1121 van ,1144 des anderen8145 daags.3117 En die van 1144 trokken uit3318 8799 hun tegemoet,7125 8800 uit4480 ,1390 op den tweeden8145 dag,3117 en velden7843 8686 van de kinderen1121 Israels3478 nog5750 achttien8083 6240 duizend505 man376 neder ter aarde;776 die428 allen3605 trokken het zwaard2719 uit.8025 8802 Toen togen5927 alle3605 kinderen1121 Israels3478 en al3605 het volk5971 op,5927 8799 en kwamen935 8799 ten huize1004 ,430 8677 1008 en weenden,1058 8799 en bleven3427 8799 aldaar8033 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 en vastten6684 8799 dien1931 dag3117 tot op5704 den avond;6153 en zij offerden5927 8686 brandofferen5930 en dankofferen8002 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 En de kinderen1121 Israels3478 vraagden7592 8799 den HEERE,3068 want3588 aldaar8033 was de 727 des verbonds1285 van God430 in die1992 dagen.3117 En ,6372 de zoon1121 van ,499 den zoon1121 van ,175 stond5975 8802 voor aangezicht,6440 in die1992 dagen,3117 zeggende:559 8800 ik nog5750 meer3254 8686 uittrekken3318 8800 ten strijde4421 tegen5973 de kinderen1121 van ,1144 mijn broeder,251 of518 zal ik ophouden?2308 8799 en de HEERE3068 zeide:559 8799 op,5927 8798 want3588 morgen4279 zal Ik hem in uw hand3027 geven.5414 8799 Toen bestelde7760 8799 3478 achterlagen693 8802 op413 Gibea1390 rondom.5439 En de kinderen1121 Israels3478 togen op,5927 8799 aan den derden7992 dag,3117 tegen413 de kinderen1121 van ;1144 en zij schikten6186 8799 [den] [strijd] op413 ,1390 als op de andere malen.6471 6471 Toen togen3318 8799 de kinderen1121 van 1144 uit, het volk5971 tegemoet,7125 8800 [en] werden van4480 de stad5892 afgetrokken;5423 8717 en zij begonnen2490 8686 te slaan5221 8687 van4480 het volk,5971 [en] te doorsteken,2491 gelijk de andere malen,6471 6471 op de straten,4546 waarvan834 de een259 opgaat5927 8802 naar het huis1004 ,430 8677 1008 en de ander259 naar ,1390 in het veld,7704 omtrent dertig7970 man376 van .3478 Toen zeiden559 8799 de kinderen1121 van :1144 Zij1992 zijn voor ons aangezicht6440 geslagen,5062 8737 als te voren;7223 maar de kinderen1121 Israels3478 zeiden:559 8804 ons vlieden,5127 8799 en hen van4480 de stad5892 aftrekken5423 8804 naar413 de straten.4546 Toen maakten zich6965 alle3605 mannen376 van 3478 op6965 8804 uit4480 hun plaatsen,4725 en schikten6186 8799 [den] [strijd] te -thamar;1193 ook brak1518 Israels3478 achterlage693 8802 op1518 8688 uit4480 haar plaats,4725 na4480 de ontbloting4629 van .1387 En tien6235 duizend505 uitgelezen977 8803 mannen376 van4480 gans3605 3478 kwamen935 8799 van4480 tegenover5048 ,1390 en de strijd4421 werd zwaar;3513 8804 doch zij1992 wisten3045 8804 niet,3808 dat3588 het kwaad7451 hen5921 treffen zou.5060 8802 Toen sloeg5062 8799 de HEERE3068 1144 voor Israels3478 aangezicht;6440 dat de kinderen1121 Israels3478 op dien1931 dag3117 van 1145 vernielden7843 8686 vijf2568 en twintig6242 duizend505 en honderd3967 mannen;376 die428 allen3605 trokken8025 8802 het zwaard2719 uit. En de kinderen1121 van 1144 zagen,7200 8799 dat3588 zij geslagen waren;5062 8738 want3588 de mannen376 van 3478 gaven5414 8799 den Benjaminieten1145 plaats,4725 omdat3588 zij vertrouwden982 8804 op413 de achterlage,693 8802 die834 zij tegen413 Gibea1390 gesteld hadden.7760 8804 En de achterlage693 8802 haastte,2363 8689 en brak voorwaarts6584 8799 naar413 Gibea1390 toe; ja, de achterlage693 8802 trok recht door,4900 8799 en sloeg5221 8686 de ganse3605 stad5892 met de scherpte6310 des zwaards.2719 En de mannen376 van 3478 hadden1961 8804 een bestemden tijd4150 met5973 de achterlage,693 8802 wanneer zij een grote7235 8685 verheffing4864 van rook6227 van4480 de stad5892 zouden doen opgaan.5927 8687 Zo keerden zich2015 de mannen376 van 3478 om2015 8799 in den strijd;4421 en 1144 had begonnen2490 8689 te slaan5221 8687 [en] te doorsteken2491 van de mannen376 van 3478 omtrent dertig7970 man;376 want3588 zij zeiden:559 8804 Immers389 is hij1931 zekerlijk5062 8736 voor ons aangezicht6440 geslagen,5062 8737 als in den vorigen7223 strijd.4421 Toen begon2490 8689 de verheffing4864 op te gaan5927 8800 van4480 de stad,5892 [als] een pilaar5982 van rook;6227 als nu 1145 achter310 zich omzag,6437 8799 ziet,2009 zo ging5927 de brand3632 der stad5892 op5927 8804 naar den hemel.8064 En de mannen376 van 3478 keerden zich om;2015 8804 en de mannen376 van 1144 werden verbaasd,926 8735 want3588 zij zagen,7200 8804 dat3588 het kwaad7451 hen5921 treffen zou.5060 8804 Zo wendden zij zich6437 8799 voor het aangezicht6440 der mannen376 van 3478 naar413 den weg1870 der woestijn;4057 maar de strijd4421 kleefde hen aan,1692 8689 en die834 uit4480 de steden5892 vernielden7843 8688 ze853 in het midden8432 van hen. Zij omringden3803 8765 ,1145 zij vervolgden7291 8689 hem, zij vertraden1869 8689 hem gemakkelijk,4496 tot voor5227 ,1390 tegen4480 den opgang4217 der zon.8121 En er vielen5307 8799 van4480 1144 achttien8083 6240 duizend505 mannen;376 deze428 allen3605 waren strijdbare2428 mannen.582 Toen keerden zij zich,6437 8799 en vloden5127 8799 naar de woestijn,4057 tot413 den rotssteen5553 van ;7417 maar zij deden een nalezing5953 8779 onder hen op de straten,4546 van vijf2568 duizend505 man;376 voorts kleefden zij1692 8686 hen achteraan310 tot5704 aan ,1440 en sloegen5221 8686 van4480 hen twee duizend505 man.376 Alzo waren1961 8799 allen,3605 die op dien1931 dag3117 van4480 1144 vielen,5307 8802 vijf2568 en twintig6242 duizend505 mannen,376 die het zwaard2719 uittrokken;8025 8802 die428 allen3605 waren strijdbare2428 mannen.582 Doch zeshonderd8337 3967 mannen376 keerden zich,6437 8799 en vloden5127 8799 naar de woestijn,4057 tot413 den rotssteen5553 van ,7417 en bleven3427 8799 in den rotssteen5553 van ,7417 vier702 maanden.2320 En de mannen376 van 3478 keerden weder7725 8804 tot413 de kinderen1121 van ,1144 en sloegen5221 8686 hen met de scherpte6310 des zwaards,2719 die van4480 de gehele4974 stad5892 tot5704 de beesten929 toe, ja, al5704 3605 wat gevonden werd;4672 8737 ook1571 zetten zij7971 8765 alle3605 steden,5892 die gevonden werden,4672 8737 in het vuur.784