Judges 5:13

“Toen227 deed Hij de overgeblevenen8300 heersen7287 8762 over de heerlijken117 [onder] het volk;5971 de HEERE3068 doet mij heersen7287 8762 over de geweldigen.1368”

Judges 5:13 — Statenvertaling (1637)

Verse 13 of 31 in Judges chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Judges 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Voorts zong7891 8799 ,1683 en ,1301 de zoon1121 van ,42 ten zelven1931 dage,3117 zeggende:559 8800 Looft1288 8761 den HEERE,3068 van het wreken6544 8800 der wraken6546 in ,3478 van dat het volk5971 zich gewillig heeft aangeboden.5068 8692 Hoort,8085 8798 gij koningen,4428 neemt ter oren,238 8685 gij vorsten!7336 8802 Ik,595 den HEERE3068 zal ik595 zingen,7891 8799 ik zal den HEERE,3068 den God430 ,3478 psalmzingen.2167 8762 HEERE!3068 toen voorttoogt3318 8800 van4480 ,8165 toen daarheen traadt6805 8800 van4480 het veld7704 van ,123 beefde7493 8804 de aarde,776 ook1571 droop5197 8804 de hemel,8064 ook1571 dropen5197 8804 de wolken5645 van water.4325 De bergen2022 vervloten5140 8804 van4480 het aangezicht6440 des HEEREN;3068 zelfs2088 Sinai5514 van4480 het aangezicht6440 des HEEREN,3068 des Gods430 van .3478 In de dagen3117 van ,8044 den zoon1121 van ,6067 in de dagen3117 van ,3278 hielden2308 de wegen734 op,2308 8804 en die op paden5410 wandelden,1980 8802 gingen3212 8799 kromme wegen.6128 De dorpen6520 hielden op2308 8804 in ,3478 zij hielden op;2308 8804 totdat5704 ik, Debora,1683 opstond,6965 8804 dat ik opstond,6965 8804 een moeder517 in .3478 Verkoos hij977 8799 nieuwe2319 goden,430 227 was er krijg3901 in de poorten;8179 werd er ook518 een schild4043 gezien,7200 8735 of een spies,7420 onder veertig705 duizend505 in ?3478 Mijn hart3820 is tot wetgevers2710 8802 van ,3478 die zich gewillig aangeboden hebben5068 8693 onder het volk;5971 looft1288 8761 den HEERE!3068 Gij, die op witte6715 ezelinnen860 rijdt,7392 8802 gij, die aan5921 het gerichte4055 zit,3427 8802 en gij, die over5921 weg1870 wandelt,1980 8802 spreekt7878 8798 er van! Van4480 het gedruis6963 der schutters,2686 8764 tussen996 de plaatsen, waar men water4857 schept, spreekt8567 8762 aldaar8033 te zamen van de gerechtigheid6666 des HEEREN,3068 van de gerechtigheden,6666 [bewezen] aan zijn dorpen6520 in ;3478 toen227 ging3381 des HEEREN3068 volk5971 af3381 8804 tot de poorten.8179 Waak op,5782 8798 waak op,5782 8798 ,1683 waak op,5782 8798 waak op,5782 8798 spreek1696 8761 een lied!7892 maak u op,6965 8798 !1301 en leid7617 uw gevangenen7628 gevangen,7617 8798 gij zoon1121 van .42 Toen227 deed de overgeblevenen8300 heersen7287 8762 over de heerlijken117 [onder] het volk;5971 de HEERE3068 doet mij heersen7287 8762 over de geweldigen.1368 Uit4480 Efraim669 was hun wortel8328 tegen .6002 Achter310 u was 1144 onder uw volken.5971 Uit4480 Machir4353 zijn de wetgevers2710 8781 afgetogen,3381 8804 en uit4480 ,2074 trekkende4900 8802 door den staf7626 des schrijvers.5608 8802 Ook waren de vorsten8269 in Issaschar3485 met5973 ;1683 en [gelijk] ,3485 alzo3651 was ;1301 op zijn voeten7272 werd hij gezonden7971 8795 in het dal.6010 In Rubens7205 gedeelten6390 waren de inbeeldingen2711 des harten3820 groot.1419 Waarom4100 bleeft gij zitten3427 8804 tussen996 de stallingen,4942 om te horen8085 8800 het geblaat8292 der kudden?5739 De gedeelten6390 van Ruben7205 hadden grote1419 onderzoekingen2714 des harten.3820 1568 bleef7931 8804 aan gene zijde5676 van de ;3383 en ,1835 waarom4100 onthield hij zich1481 8799 in schepen!591 Aser836 zat3427 8804 aan de zeehaven,3220 2348 en bleef7931 8799 in5921 zijn gescheurde plaatsen.4664 Zebulon,2074 het is een volk,5971 [dat] zijn ziel5315 versmaad heeft2778 8765 ter dood,4191 8800 insgelijks ,5321 op5921 de hoogten4791 des velds.7704 De koningen4428 kwamen,935 8804 zij streden;3898 8738 toen227 streden3898 8738 de koningen4428 van ,3667 te Thaanach8590 aan5921 de wateren4325 van ;4023 zij brachten3947 8804 geen3808 gewin1215 des zilvers3701 daarvan. Van4480 den hemel8064 streden zij,3898 8738 de sterren3556 uit4480 haar loopplaatsen4546 streden3898 8738 tegen5973 .5516 De beek5158 Kison7028 wentelde hen weg,1640 8804 de beek5158 ,6917 de beek5158 ;7028 vertreed,1869 8799 o mijn ziel!5315 de sterken.5797 Toen227 werden de paardenhoeven6119 5483 verpletterd,1986 8804 van4480 het rennen,1726 het rennen1726 zijner machtigen.47 Vloekt779 8798 ,4789 zegt559 8804 de Engel4397 des HEEREN,3068 vloekt779 8798 haar inwoners3427 8802 geduriglijk;779 8800 omdat3588 zij niet3808 gekomen zijn935 8804 tot de hulp5833 des HEEREN,3068 tot de hulp5833 des HEEREN,3068 met de helden.1368 Gezegend1288 8792 zij boven4480 de vrouwen802 ,3278 de huisvrouw802 van ,2268 den ;7017 gezegend1288 8792 zij ze boven4480 de vrouwen802 in de tent!168 Water4325 eiste hij,7592 8804 melk2461 gaf zij;5414 8804 in een herenschaal117 5602 bracht zij7126 8689 boter.2529 Haar hand3027 sloeg zij7971 8799 aan den nagel,3489 en haar rechterhand3225 aan den hamer1989 der arbeidslieden;6001 en zij klopte1986 8804 ;5516 zij streek4277 zijn hoofd7218 af,4277 8804 als zij zijn slaap7541 had doorgenageld4272 8804 en doorgedrongen.2498 8804 Tussen996 haar voeten7272 kromde hij zich,3766 8804 viel henen,5307 8804 lag daar neder;7901 8804 tussen996 haar voeten7272 kromde hij zich;3766 8804 hij viel;5307 8804 alwaar834 hij zich kromde,3766 8804 daar8033 lag hij5307 8804 geheel geschonden!7703 8803 De moeder517 van 5516 keek uit8259 8738 door1157 het venster,2474 en schreeuwde2980 8762 door1157 de tralien:822 Waarom4069 vertoeft954 8765 zijn wagen7393 te komen!935 8800 Waarom4069 blijven309 de gangen6471 zijner wagenen4818 achter?309 8765 De wijsten2450 harer staatsvrouwen8282 antwoordden;6030 8799 ook637 beantwoordde7725 8686 zij1931 haar redenen561 aan zichzelve: Zouden zij den buit7998 niet3808 vinden4672 8799 [en] delen?2505 8762 een liefje,7356 [of] twee liefjes,7361 voor iegelijken7218 man?1397 5516 een buit7998 van verscheidene verven,6648 een buit7998 van verscheidene verven,6648 gestikt;7553 van verscheiden verf6648 aan beide zijden gestikt,7553 voor de buithalzen?6677 7998 Alzo3651 moeten omkomen6 8799 al3605 Uw vijanden,341 8802 o HEERE!3068 die daarentegen liefhebben,157 8802 [moeten] [zijn], als wanneer de zon8121 opgaat3318 8800 in haar kracht.1369 En het land776 was stil,8252 8799 veertig705 jaren.8141

Every verse in Judges 5

Chapter navigation

0:000:00