Judges 8:32
“En Gideon,1439 de zoon1121 van Joas,3101 stierf4191 8799 in goeden2896 ouderdom;7872 en hij werd begraven6912 8735 in het graf6913 van zijn vader1 Joas,3101 te Ofra,6084 des Abi-ezriets.33”
Judges 8:32 — Statenvertaling (1637)
Verse 32 of 35 in Judges chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Judges 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen zeiden559 8799 de mannen376 van Efraim669 tot413 hem: Wat4100 stuk1697 is dit,2088 dat gij ons gedaan hebt,6213 8804 dat gij ons niet1115 riept,7121 8800 toen3588 gij heentoogt1980 8804 om te strijden3898 8736 tegen de ?4080 En zij twistten7378 8799 sterk2394 met854 hem. Hij daarentegen zeide559 8799 tot413 hen: Wat4100 heb ik nu6258 gedaan,6213 8804 gelijk3602 gijlieden; zijn niet3808 de nalezingen5955 van Efraim669 beter2896 4480 de wijnoogst1210 van -ezer?44 God430 heeft de vorsten8269 der ,4080 Oreb6159 en ,2062 in uw hand3027 gegeven;5414 8804 wat4100 heb ik kunnen3201 8804 doen,6213 8800 gelijk3602 gijlieden? Toen227 liet hun toorn7307 van4480 5921 hem af,7503 8804 als hij dit2088 woord1697 sprak.1696 8763 Als nu 1439 gekomen was935 8799 aan de ,3383 ging5674 hij1931 over,5674 8802 met de driehonderd7969 3967 mannen,376 die834 bij854 hem waren, zijnde moede,5889 nochtans vervolgende.7291 8802 En hij zeide559 8799 tot de lieden582 van :5523 Geeft5414 8798 toch4994 enige bollen3603 broods3899 aan het volk,5971 dat834 mijn voetstappen volgt,7272 want3588 zij1992 zijn moede;5889 en ik595 jaag7291 8802 Zebah2078 en ,6759 de koningen4428 der ,4080 achterna.310 Maar de oversten8269 van Sukkoth5523 zeiden:559 8799 Is de handpalm3709 van Zebah2078 en Tsalmuna6759 alrede6258 in uw hand,3027 dat3588 wij aan uw heir6635 brood3899 zouden geven?5414 8799 Toen zeide559 8799 :1439 , als de HEERE3068 Zebah2078 en Tsalmuna6759 in mijn hand3027 geeft,5414 8800 zo zal ik uw vlees1320 dorsen1758 8804 met doornen6975 der woestijn,4057 en met distelen.1303 En hij toog5927 van4480 daar8033 op5927 8799 naar ,6439 en sprak1696 8762 tot413 hen desgelijks.2063 En de lieden582 van Pnuel6439 antwoordden6030 8799 hem, gelijk als834 de lieden582 van Sukkoth5523 geantwoord hadden.6030 8804 Daarom sprak hij559 8799 ook1571 tot de lieden582 van ,6439 zeggende:559 8800 ik met vrede7965 wederkome,7725 8800 zal ik deze2088 toren4026 afwerpen.5422 8799 Zebah2078 nu en Tsalmuna6759 waren te ,7174 en hun legers4264 met5973 hen, omtrent vijftien2568 6240 duizend,505 al de overgeblevenen3498 8737 van4480 het ganse3605 leger4264 der kinderen1121 van het oosten;6924 en de gevallenen5307 8802 waren honderd3967 en twintig6242 duizend505 mannen,376 die het zwaard2719 uittrokken.8025 8802 En 1439 toog opwaarts,5927 8799 den weg1870 dergenen, die in tenten168 wonen,7931 8803 tegen4480 het oosten6924 van Nobah5025 en ;3011 en hij sloeg5221 8686 dat leger,4264 want3588 het leger4264 was1961 8804 zorgeloos.983 En Zebah2078 en Tsalmuna6759 vloden;5127 8799 doch hij jaagde7291 8799 hen na;310 en hij ving3920 8799 de beide8147 koningen4428 der ,4080 Zebah2078 en ,6759 en verschrikte2729 8689 het ganse3605 leger.4264 Toen nu ,1439 de zoon1121 van ,3101 van4480 den strijd4421 wederkwam,7725 8799 voor4480 den opgang4608 der zon,2775 Zo ving hij3920 8799 een jongen5288 van4480 de lieden582 te ,5523 en ondervraagde7592 8799 hem; die schreef hem413 op3789 8799 de oversten8269 van ,5523 en hun oudsten,2205 zeven7651 en zeventig7657 mannen.376 Toen kwam hij935 8799 tot413 de lieden582 van ,5523 en zeide:559 8799 Ziet2009 daar Zebah2078 en ,6759 van dewelke834 gij mij853 smadelijk verweten hebt,2778 8765 zeggende:559 8800 Is de handpalm3709 van Zebah2078 en Tsalmuna6759 alrede6258 in uw hand,3027 dat3588 wij aan uw mannen,582 die moede3287 zijn, brood3899 zouden geven?5414 8799 En hij nam3947 8799 de oudsten2205 dier stad,5892 en doornen6975 der woestijn,4057 en distelen,1303 en deed het den lieden582 van Sukkoth5523 door dezelve verstaan.3045 8686 En den toren4026 van Pnuel6439 wierp hij af,5422 8804 en doodde2026 8799 de lieden582 der stad.5892 Daarna zeide hij559 8799 tot413 Zebah2078 en413 :6759 Wat375 waren het voor mannen,582 die834 gij te Thabor8396 doodsloegt?2026 8804 En zij zeiden:559 8799 Gelijk3644 gij, alzo3644 waren zij, enerlei,259 van gedaante8389 als koningszonen.1121 4428 Toen zeide hij:559 8799 Het1992 waren mijn broeders,251 zonen1121 mijner moeder;517 [zo] [waarlijk] [als] de HEERE3068 leeft,2416 zo3863 gij hen853 hadt laten leven,2421 8689 ik zou ulieden853 niet3808 doden!2026 8804 En hij zeide559 8799 tot ,3500 zijn eerstgeborene:1060 op,6965 8798 dood2026 8798 hen;853 maar de jongeling5288 trok8025 8804 zijn zwaard2719 niet3808 uit, want3588 hij vreesde,3372 8804 dewijl3588 hij nog5750 een jongeling5288 was. Toen zeiden559 8799 Zebah2078 en :6759 gij859 op,6965 8798 en val op ons aan,6293 8798 want3588 naar dat de man376 is, zo is zijn macht.1369 Zo stond6965 1439 op,6965 8799 en doodde2026 8799 Zebah2078 en ,6759 en nam3947 8799 de maantjes,7720 die834 aan de halzen6677 hunner kemelen1581 waren. Toen zeiden559 8799 de mannen376 van 3478 tot413 :1439 Heers4910 8798 over ons, zo1571 gij859 als1571 uw zoon1121 en1571 uws zoons1121 zoon,1121 dewijl3588 gij ons van der Midianieten4080 hand3027 verlost hebt.3467 8689 Maar 1439 zeide559 8799 tot413 hen: Ik589 zal over u niet3808 heersen;4910 8799 ook zal mijn zoon1121 over u niet3808 heersen;4910 8799 de HEERE3068 zal over u heersen.4910 8799 Voorts zeide559 8799 1439 tot413 hen: Een begeerte7596 zal ik van4480 u begeren:7592 8799 geeft5414 8798 mij maar een iegelijk376 een voorhoofdsiersel5141 van zijn roof;7998 want3588 zij hadden gouden2091 voorhoofdsierselen5141 gehad, dewijl3588 zij1992 Ismaelieten3459 waren. En zij zeiden:559 8799 zullen ze gaarne5414 8800 geven;5414 8799 en zij spreidden6566 8799 een kleed8071 uit, en wierpen7993 8686 daarop8033 een iegelijk376 een voorhoofdsiersel5141 van zijn roof.7998 En het gewicht4948 der gouden2091 voorhoofdsierselen,5141 die834 hij begeerd had,7592 8804 was1961 8799 duizend505 en zevenhonderd7651 3967 [sikkelen] gouds,2091 zonder909 4480 de maantjes,7720 en ketenen,5188 en purperen713 klederen,899 die5921 de koningen4428 der Midianieten4080 aangehad hadden, en zonder909 4480 de halsbanden,6060 die834 aan de halzen6677 hunner kemelen1581 geweest waren. En 1439 maakte6213 8799 daarvan853 een efod,646 en stelde3322 8686 die853 in zijn stad,5892 te ;6084 en gans3605 3478 hoereerde2181 8799 aldaar8033 denzelven na;310 en het werd1961 8799 1439 en zijn huis1004 tot een valstrik.4170 Alzo werden de Midianieten4080 te ondergebracht3665 8735 voor het aangezicht6440 der kinderen1121 ,3478 en hieven5375 hun hoofd7218 niet3808 meer3254 8804 op.5375 8800 En het land776 was stil8252 8799 veertig705 jaren,8141 in de dagen3117 van .1439 En ,3378 de zoon1121 van ,3101 ging henen3212 8799 en woonde3427 8799 in zijn huis.1004 1439 nu had1961 8804 zeventig7657 zonen,1121 die uit zijn heupe3409 voortgekomen waren;3318 8802 want3588 hij had1961 8804 vele7227 vrouwen.802 En zijn bijwijf,6370 hetwelk834 te Sichem7927 was, baarde3205 8804 hem ook1571 1931 een zoon;1121 en hij noemde7760 8799 zijn naam8034 .40 En ,1439 de zoon1121 van ,3101 stierf4191 8799 in goeden2896 ouderdom;7872 en hij werd begraven6912 8735 in het graf6913 van zijn vader1 ,3101 te ,6084 des -ezriets.33 En het geschiedde,1961 8799 als 1439 gestorven was,4191 8804 dat de kinderen1121 Israels3478 zich omkeerden,7725 8799 en de Baals1168 nahoereerden;2181 8799 310 en zij stelden7760 8799 zich -berith1170 tot een God.430 En de kinderen1121 Israels3478 dachten2142 8804 niet3808 aan den HEERE,3068 hun God,430 hen853 gered had5337 8688 van de hand3027 van al3605 hun vijanden341 8802 van4480 rondom.5439 En zij deden6213 8804 geen3808 weldadigheid2617 bij5973 het huis1004 van ,3378 [dat] [is] ,1439 naar al3605 het goede,2896 dat834 hij bij5973 3478 gedaan had.6213 8804