Lamentations 5:11

“Zij hebben de vrouwen802 te Sion6726 verkracht,6031 8765 [en] de jonge dochters1330 in de steden5892 van Juda.3063”

Lamentations 5:11 — Statenvertaling (1637)

Verse 11 of 22 in Lamentations chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Lamentations 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Gedenk,2142 8798 HEERE,3068 wat ons geschied is, aanschouw5027 8685 het, en zie7200 8798 onzen smaad2781 aan. Ons erfdeel5159 is tot de vreemdelingen2114 8801 gewend,2015 8738 onze huizen1004 tot de uitlanders.5237 Wij zijn wezen3490 zonder369 vader,1 onze moeders517 zijn als de weduwen.490 Ons water4325 moeten wij voor geld3701 drinken;8354 8804 ons hout6086 komt935 [ons] op prijs4242 te staan.935 8799 Wij lijden vervolging7291 8738 op onze halzen;6677 zijn wij moede,3021 8804 men laat ons geen rust.5117 8717 Wij hebben den Egyptenaar4714 de hand3027 gegeven,5414 8804 [en] den ,804 om [met] brood3899 verzadigd te worden.7646 8800 Onze vaders1 hebben gezondigd,2398 8804 en zijn niet369 [meer], en wij dragen5445 8804 hun ongerechtigheden.5771 Knechten5650 heersen4910 8804 over ons; er is niemand, die [ons] uit hun hand3027 rukke.6561 8802 Wij moeten ons brood3899 met gevaar onzes levens5315 halen,935 8686 vanwege6440 het zwaard2719 der woestijn.4057 Onze huid5785 is zwart geworden3648 8738 gelijk een oven,8574 vanwege6440 den geweldigen storm2152 des hongers.7458 Zij hebben de vrouwen802 te Sion6726 verkracht,6031 8765 [en] de jonge dochters1330 in de steden5892 van .3063 De vorsten8269 zijn door hunlieder hand3027 opgehangen;8518 8738 de aangezichten6440 der ouden2205 zijn niet geeerd geweest.1921 8738 Zij hebben de jongelingen970 weggenomen,5375 8804 [om] te malen,2911 en de jongens5288 struikelen3782 8804 onder het hout.6086 De ouden2205 houden op7673 8804 van de poort,8179 de jongelingen970 van hun snarenspel.5058 De vreugde4885 onzes harten3820 houdt op,7673 8804 onze rei4234 is in treurigheid60 veranderd.2015 8738 De kroon5850 onzes hoofds7218 is afgevallen;5307 8804 o wee188 nu onzer, dat wij [zo] gezondigd hebben!2398 8804 Daarom is ons hart3820 mat,1739 om deze dingen zijn onze ogen5869 duister geworden.2821 8804 Om des bergs2022 Sions6726 wil, die verwoest is,8074 8804 waar de vossen7776 op lopen.1980 8765 Gij, o HEERE,3068 zit3427 8799 in eeuwigheid,5769 Uw troon3678 is van geslacht1755 tot geslacht.1755 Waarom zoudt ons steeds5331 vergeten?7911 8799 [] zoudt ons [zo] langen753 tijd3117 verlaten?5800 8799 HEERE,3068 bekeer7725 8685 ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn;7725 8799 vernieuw2318 8761 onze dagen3117 als van ouds.6924 Want zoudt ons ganselijk3988 8800 verwerpen?3988 8804 zozeer3966 tegen ons verbolgen zijn?7107 8804

Every verse in Lamentations 5

Chapter navigation

0:000:00