Leviticus 13:19
“En in de plaats4725 van die zweer7822 een wit3836 gezwel,7613 of een witte3836 roodachtige125 blaar934 worden zal, zo zal het aan den priester3548 vertoond worden.7200 8738”
Leviticus 13:19 — Statenvertaling (1637)
Verse 19 of 59 in Leviticus chapter 13 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Leviticus 13 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Verder sprak1696 8762 de HEERE3068 tot Mozes4872 en tot ,175 zeggende:559 8800 Een mens,120 als in het vel5785 zijns vleses1320 een gezwel,7613 of gezweer,5597 of witte blaar934 zal zijn, welke in het vel5785 zijns vleses1320 tot een plaag5061 der melaatsheid6883 zou worden, hij zal tot den priester3548 ,175 of tot een259 uit zijn zonen,1121 de priesteren,3548 gebracht worden.935 8717 En de priester3548 zal de plaag5061 in het vel5785 des vleses1320 bezien;7200 8804 zo het haar8181 in die plaag5061 [in] wit3836 veranderd is,2015 8804 en het aanzien4758 der plaag5061 dieper6013 is het vel5785 zijns vleses,1320 het is de plaag5061 der melaatsheid;6883 als de priester3548 hem bezien zal hebben,7200 8804 zal hij hem onrein verklaren.2930 8765 Maar zo de blaar934 in het vel5785 zijn vleses1320 wit3836 is, en haar aanzien4758 niet dieper6013 is het vel,5785 en het haar8181 niet [in] wit3836 veranderd is,2015 8804 zo zal de priester3548 hem, die de plaag5061 heeft, zeven7651 dagen3117 opsluiten.5462 8689 Daarna zal de priester3548 op den zevenden7637 dag3117 hem bezien;7200 8804 indien, ziet, de plaag,5061 naar dat hij zien kan,5869 is staande gebleven,5975 8804 [en] de plaag5061 in het vel5785 niet uitgespreid is,6581 8804 zo zal de priester3548 hem zeven7651 andere8145 dagen3117 opsluiten.5462 8689 En de priester3548 zal hem andermaal8145 op den zevenden7637 dag3117 bezien;7200 8804 indien, ziet, de plaag5061 ingetrokken,3544 en de plaag5061 in het vel5785 niet uitgespreid is,6581 8804 zo zal de priester3548 hem rein verklaren;2891 8765 het was een verzwering;4556 en hij zal zijn klederen899 wassen,3526 8765 zo is hij rein.2891 8804 Maar zo de verzwering4556 in het vel5785 ganselijk6581 8800 uitgespreid is,6581 8799 nadat310 hij aan den priester3548 tot zijn reiniging2893 zal vertoond zijn,7200 8736 zo zal hij andermaal8145 aan den priester3548 vertoond worden.7200 8738 Indien de priester3548 merken zal,7200 8804 dat, ziet, de verzwering4556 in het vel5785 uitgespreid is,6581 8804 zo zal de priester3548 hem onrein verklaren;2930 8765 het is melaatsheid.6883 Wanneer de plaag5061 der melaatsheid6883 in een mens120 zal zijn, zo zal hij tot den priester3548 gebracht worden.935 8717 Indien de priester3548 merken zal,7200 8804 dat, ziet, een wit3836 gezwel7613 in het vel5785 is, hetwelk het haar8181 in wit3836 veranderd heeft,2015 8804 en gezondheid4241 van levend2416 vlees1320 in dat gezwel7613 is; Dat is een verouderde3462 8737 melaatsheid6883 in het vel5785 zijns vleses;1320 daarom zal hem de priester3548 onrein verklaren;2930 8765 hij zal hem niet doen opsluiten,5462 8686 want hij is onrein.2931 En zo de melaatsheid6883 in het vel5785 ganselijk6524 8800 uitbot,6524 8799 en de melaatsheid6883 het gehele vel5785 desgenen, die de plaag5061 heeft, van zijn hoofd7218 tot zijn voeten,7272 bedekt heeft,3680 8765 naar al het gezicht4758 van de ogen5869 des priesters;3548 En de priester3548 merken zal,7200 8804 dat, ziet, de melaatsheid6883 zijn gehele vlees1320 bedekt heeft,3680 8765 zo zal hij hem, die de plaag5061 heeft, rein verklaren;2891 8765 zij is geheel in wit3836 veranderd;2015 8804 hij is rein.2889 Maar ten welken dage3117 levend2416 vlees1320 daarin gezien zal worden,7200 8736 zal hij onrein zijn.2930 8799 Als de priester3548 dat levende2416 vlees1320 gezien zal hebben,7200 8804 zal hij hem onrein verklaren;2930 8765 dat levende2416 vlees1320 is onrein;2931 het is melaatsheid.6883 Of als dat levende2416 vlees1320 verkeert,7725 8799 en in wit3836 veranderd zal worden,2015 8738 zo zal hij tot den priester3548 komen.935 8804 Als de priester3548 hem bezien zal hebben,7200 8804 dat, ziet, de plaag5061 in wit3836 veranderd is,2015 8738 zo zal de priester3548 hem, die de plaag5061 heeft, rein verklaren;2891 8765 hij is rein.2889 Het vlees1320 ook, als3588 in deszelfs vel5785 een zweer7822 zal geweest zijn, zo het genezen is;7495 8738 En in de plaats4725 van die zweer7822 een wit3836 gezwel,7613 of een witte3836 roodachtige125 blaar934 worden zal, zo zal het aan den priester3548 vertoond worden.7200 8738 Indien de priester3548 merken zal,7200 8804 dat, ziet, haar aanzien4758 lager8217 is het vel,5785 en derzelver haar8181 in wit3836 veranderd is,2015 8804 zo zal de priester3548 hem onrein verklaren;2930 8765 het is de plaag5061 der melaatsheid,6883 zij is door de zweer7822 uitgebot.6524 8804 Wanneer nu de priester3548 die bezien zal hebben,7200 8799 dat, ziet, geen wit3836 haar8181 daaraan is, en die niet lager8217 het vel,5785 maar ingetrokken3544 is, zo zal de priester3548 hem zeven7651 dagen3117 opsluiten.5462 8689 Zo zij daarna gans6581 8800 in het vel5785 uitgespreid zal zijn,6581 8799 zo zal de priester3548 hem onrein verklaren;2930 8765 het is de plaag.5061 Maar indien de blaar934 in haar plaats zal staande blijven,5975 8799 niet uitgespreid zijnde,6581 8804 het is de roof6867 van die zweer,7822 zo zal de priester3548 hem rein verklaren;2891 8765 Of wanneer in het vel5785 des vleses1320 een vurige784 brand4348 zal geweest zijn, en het gezonde4241 van dien brand4348 een witte3836 roodachtige125 of witte3836 blaar934 is; En de priester3548 die gezien zal hebben,7200 8804 dat, ziet, het haar8181 op de blaar934 in wit3836 veranderd is,2015 8738 en haar aanzien4758 dieper6013 is het vel;5785 het is melaatsheid,6883 door den brand4348 is zij uitgebot;6524 8804 daarom zal hem de priester3548 onrein verklaren;2930 8765 het is de plaag5061 der melaatsheid.6883 Maar indien de priester3548 die merken zal,7200 8799 dat, ziet, op de blaar934 geen wit3836 haar8181 is, en zij niet lager8217 het vel,5785 maar ingetrokken3544 is, zo zal de priester3548 hem zeven7651 dagen3117 opsluiten.5462 8689 Daarna zal de priester3548 hem op den zevenden7637 dag3117 bezien;7200 8804 indien zij gans6581 8800 uitgespreid is6581 8799 in het vel,5785 zo zal de priester3548 hem onrein verklaren;2930 8765 het is de plaag5061 der melaatsheid.6883 Maar indien de blaar934 in haar plaats staande zal blijven,5975 8799 noch in het vel5785 uitgespreid,6581 8804 maar ingetrokken zal zijn,3544 het is een gezwel7613 van den brand;4348 daarom zal de priester3548 hem rein verklaren,2891 8765 want het is de roof6867 van den brand.4348 Verder, als in een man376 of vrouw802 een plaag5061 zal zijn in het hoofd,7218 of in den baard;2206 En de priester3548 de plaag5061 zal bezien hebben,7200 8804 dat, ziet, haar aanzien4758 dieper6013 is het vel,5785 en geelachtig6669 dun1851 haar8181 daarop is, zo zal de priester3548 hem onrein verklaren;2930 8765 het is schurftheid,5424 het is melaatsheid6883 van het hoofd7218 of van den baard.2206 Maar als de priester3548 de plaag5061 der schurftheid5424 zal bezien hebben,7200 8799 dat, ziet, haar aanzien4758 niet dieper6013 is het vel,5785 en geen zwart7838 haar8181 daarop is, zo zal de priester3548 hem, die de plaag5061 der schurftheid5424 heeft, zeven7651 dagen3117 doen opsluiten.5462 8689 Daarna zal de priester3548 die plaag5061 op den zevenden7637 dag3117 bezien;7200 8804 indien, ziet, de schurftheid5424 niet uitgespreid,6581 8804 en daarop geen geelachtig6669 haar8181 is, noch het aanzien4758 der schurftheid5424 dieper6013 het vel5785 is; Zo zal hij zich scheren laten;1548 8694 maar de schurftheid5424 zal hij niet scheren;1548 8762 en de priester3548 zal hem, die de schurftheid5424 heeft, andermaal8145 zeven7651 dagen3117 doen opsluiten.5462 8689 Daarna zal de priester3548 die schurftheid5424 op den zevenden7637 dag3117 bezien;7200 8804 indien, ziet, de schurftheid5424 in het vel5785 niet uitgespreid is,6581 8804 en haar aanzien4758 niet dieper6013 is het vel,5785 zo zal de priester3548 hem rein verklaren;2891 8765 en hij zal zijn klederen899 wassen,3526 8765 en rein zijn.2891 8804 Maar indien de schurftheid5424 in het vel5785 gans6581 8800 uitgespreid is,6581 8799 na310 zijn reiniging;2893 En de priester3548 hem zal bezien hebben,7200 8804 dat, ziet, de schurftheid5424 in het vel5785 uitgespreid is,6581 8804 de priester3548 zal naar het geelachtig6669 haar8181 niet zoeken;1239 8762 hij is onrein.2931 Maar indien die schurftheid,5424 naar dat hij zien kan,5869 is staande gebleven,5975 8804 en zwart7838 haar8181 daarop gewassen is,6779 8804 die schurftheid5424 is genezen,7495 8738 hij is rein;2889 daarom zal de priester3548 hem rein verklaren.2891 8765 Verder als een man,376 of vrouw,802 aan het vel5785 van hun vlees1320 blaren934 zullen hebben, witte3836 blaren;934 En de priester3548 zal gemerkt hebben,7200 8804 dat, ziet, ingetrokken3544 witte3836 blaren934 in het vel5785 van hun vlees1320 zijn; het is een witte puist933 in het vel5785 uitgebot,6524 8804 hij is rein.2889 En als3588 een man376 zijn hoofdhaar7218 zal uitgevallen zijn,4803 8735 hij is kaal,7142 hij is rein.2889 En zo van de zijde6285 zijns aangezichts6440 het haar4803 van zijn hoofd7218 zal uitgevallen zijn,4803 8735 hij is bles,1371 hij is rein.2889 Maar zo in de kaalheid,7146 of in de blesse,1372 een witte3836 roodachtige125 plaag5061 is, dat is melaatsheid,6883 uitbottende6524 8802 in zijn kaalheid,7146 of in zijn blesse.1372 Als de priester3548 hem zal bezien hebben,7200 8804 dat, ziet, het gezwel7613 van die plaag5061 in zijn kaalheid,7146 of blesse,1372 wit3836 roodachtig125 is, gelijk het aanzien4758 der melaatsheid6883 van het vel5785 des vleses;1320 Die man376 is melaats,6879 8803 hij is onrein;2931 de priester3548 zal hem ganselijk2930 8763 onrein verklaren,2930 8762 zijn plaag5061 is op zijn hoofd.7218 Voorts zullen de klederen899 des melaatsen,6879 8803 in wien die plaag5061 is, gescheurd zijn,6533 8803 en zijn hoofd7218 zal ontbloot zijn,6544 8803 en hij zal de bovenste lip8222 bewimpelen;5844 8799 daartoe zal hij roepen:7121 8799 ,2931 onrein!2931 Al de dagen,3117 in welke deze plaag5061 aan hem zal zijn, zal hij onrein zijn;2930 8799 onrein2931 is hij, hij zal alleen910 wonen;3427 8799 buiten2351 het leger4264 zal zijn woning4186 wezen. Verder als aan een kleed899 de plaag5061 der melaatsheid6883 zal zijn, aan een wollen6785 kleed,899 of aan een linnen6593 kleed,899 Of aan den scheerdraad,8359 of aan den inslag6154 van linnen,6593 of van wol,6785 of aan vel,5785 of aan enig vellenwerk;4399 5785 En die plaag5061 aan het kleed,899 of aan het vel,5785 of176 aan den scheerdraad,8359 of aan den inslag,6154 of aan enig vellentuig,3627 5785 groenachtig3422 of roodachtig125 is; het is de plaag5061 der melaatsheid;6883 daarom zal zij den priester3548 vertoond worden.7200 8717 En de priester3548 zal de plaag5061 bezien;7200 8804 en hij zal hetgeen de plaag5061 heeft, zeven7651 dagen3117 doen opsluiten.5462 8689 Daarna zal hij op den zevenden7637 dag3117 de plaag5061 bezien;7200 8804 zo de plaag5061 uitgespreid is6581 8804 aan het kleed,899 of aan den scheerdraad,8359 of aan den inslag,6154 of aan het vel,5785 tot wat werk4399 dat vel5785 zou mogen gemaakt zijn,6213 8735 die plaag5061 is een knagende3992 8688 melaatsheid,6883 het is onrein.2931 Daarom zal hij dat kleed,899 of die werpte,8359 of dien inslag6154 van wol,6785 of van linnen,6593 of alle vellentuig,3627 5785 waarin die plaag5061 zal zijn, verbranden;8313 8804 want het is een knagende3992 8688 melaatsheid;6883 het zal met vuur784 verbrand worden.8313 8735 Doch indien de priester3548 zal zien,7200 8799 dat, ziet, de plaag5061 aan het kleed,899 of176 aan den scheerdraad,8359 of176 aan den inslag,6154 of176 aan enig vellentuig3627 5785 niet uitgespreid is;6581 8804 Zo zal de priester3548 gebieden,6680 8765 dat men hetgeen, waaraan die plaag5061 is, wasse,3526 8765 en hij zal dat andermaal8145 zeven7651 dagen3117 doen opsluiten.5462 8689 Als de priester,3548 nadat310 het gewassen is,3526 8718 de plaag5061 zal bezien hebben,7200 8804 dat, ziet, de plaag5061 haar gedaante5869 niet veranderd heeft,2015 8804 en de plaag5061 niet uitgespreid is,6581 8804 het is onrein,2931 gij zult het met vuur784 verbranden;8313 8799 het is een ingraving6356 aan zijn achterste7146 of aan zijn voorste1372 zijde. Indien nu de priester3548 merken zal,7200 8804 dat, ziet, die plaag,5061 nadat310 zij zal gewassen zijn,3526 8718 ingetrokken is;3544 zal hij ze van het kleed,899 of van het vel,5785 of van den scheerdraad,8359 of van den inslag6154 afscheuren.7167 8804 Maar zo zij nog5750 aan het kleed,899 of aan den scheerdraad,8359 of aan den inslag,6154 of aan enig vellentuig,3627 5785 gezien wordt,7200 8735 het is uitbottende6524 8802 [melaatsheid]; gij zult hetgeen, waaraan de plaag5061 is, met vuur784 verbranden.8313 8799 Maar het kleed,899 of de werpte,8359 of de inslag,6154 of alle vellentuig,3627 5785 dat gij gewassen zult hebben,3526 8762 als de plaag5061 daarvan geweken zal zijn,5493 8804 dat zal andermaal8145 gewassen worden,3526 8795 en het zal rein zijn.2891 8804 Dit is de wet8451 van de plaag5061 der melaatsheid,6883 van een wollen6785 of linnen6593 kleed,899 of een werpte,8359 of een inslag,6154 of alle vellentuig,3627 5785 om dat rein te verklaren,2891 8763 of onrein te verklaren.2930 8763