Leviticus 14:9

“En op den zevenden7637 dag3117 zal het geschieden, dat hij al zijn haar8181 zal afscheren,1548 8762 zijn hoofd,7218 en zijn baard,2206 en de wenkbrauwen1354 zijner ogen;5869 ja, al zijn haar8181 zal hij afscheren,1548 8762 en al zijn klederen899 wassen,3526 8765 en zijn vlees1320 met water4325 baden,7364 8804 zo zal hij rein zijn.2891 8804”

Leviticus 14:9 — Statenvertaling (1637)

Verse 9 of 57 in Leviticus chapter 14 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Leviticus 14 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Daarna sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Dit zal de wet8451 des melaatsen6879 8794 zijn, ten dage3117 zijner reiniging:2893 dat hij tot den priester3548 zal gebracht worden.935 8717 En de priester3548 zal buiten2351 het leger4264 gaan;3318 8804 als de priester3548 merken zal,7200 8804 dat, ziet, die plaag5061 der melaatsheid6883 van den melaatse6879 8803 genezen is;7495 8738 Zo zal de priester3548 gebieden,6680 8765 dat men voor hem, die te reinigen zal zijn,2891 8693 twee8147 levende2416 reine2889 vogelen6833 neme,3947 8804 mitsgaders cederenhout,730 6086 en scharlaken,8144 8438 en hysop.231 De priester3548 zal ook gebieden,6680 8765 dat men den ene259 vogel6833 slachte,7819 8804 in een aarden2789 vat,3627 over levend2416 water.4325 Dien levenden2416 vogel6833 zal hij nemen,3947 8799 en het cederhout,730 6086 en het scharlaken,8144 8438 en den hysop;231 en zal die, en den levenden2416 vogel6833 dopen2881 8804 in het bloed1818 des vogels,6833 die boven het levende2416 water4325 geslacht is.7819 8803 En hij zal over hem, die van de melaatsheid6883 te reinigen is,2891 8693 zevenmaal7651 6471 sprengen;5137 8689 daarna zal hij hem rein verklaren,2891 8765 en den levenden2416 vogel6833 in het open6440 veld7704 vliegen laten.7971 8765 Die nu te reinigen is,2891 8693 zal zijn klederen899 wassen,3526 8765 en al zijn haar8181 afscheren,1548 8765 en zich in het water4325 afwassen,7364 8804 zo zal hij rein zijn;2891 8804 daarna310 zal hij in het leger4264 komen,935 8799 maar zal buiten2351 zijn tent168 zeven7651 dagen3117 blijven.3427 8804 En op den zevenden7637 dag3117 zal het geschieden, dat hij al zijn haar8181 zal afscheren,1548 8762 zijn hoofd,7218 en zijn baard,2206 en de wenkbrauwen1354 zijner ogen;5869 ja, al zijn haar8181 zal hij afscheren,1548 8762 en al zijn klederen899 wassen,3526 8765 en zijn vlees1320 met water4325 baden,7364 8804 zo zal hij rein zijn.2891 8804 En op den achtsten8066 dag3117 zal hij twee8147 volkomen8549 lammeren,3532 en een259 eenjarig1323 8141 volkomen8549 schaap3535 nemen,3947 8799 mitsgaders drie7969 tienden6241 meelbloem5560 ten spijsoffer,4503 met olie8081 gemengd,1101 8803 en een259 log3849 olie.8081 De priester3548 nu, die de reiniging doet,2891 8764 zal den man,376 die te reinigen is,2891 8693 en die dingen, stellen5975 8689 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 aan de deur6607 van de tent168 der samenkomst.4150 En de priester3548 zal dat ene259 lam3532 nemen,3947 8804 en hetzelve offeren7126 8689 tot een schuldoffer817 met den log3849 olie;8081 en zal die ten beweegoffer8573 voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 bewegen.5130 8689 Daarna zal hij dat lam3532 slachten7819 8804 in de plaats,4725 waar men het zondoffer2403 en het brandoffer5930 slacht,7819 8799 in de heilige6944 plaats;4725 want het schuldoffer,2403 gelijk het zondoffer,817 is voor den priester;3548 het is een heiligheid6944 der heiligheden.6944 En de priester3548 zal van het bloed1818 des schuldoffers817 nemen,3947 8804 hetwelk de priester3548 doen zal5414 8804 op het lapje8571 van het rechteroor3233 241 desgenen, die te reinigen is,2891 8693 en op den duim931 zijner rechterhand,3233 3027 en op den groten teen931 zijns rechtervoets.3233 7272 De priester3548 zal ook uit den log3849 der olie8081 nemen,3947 8804 en zal ze op des priesters3548 linkerhand3709 8042 gieten.3332 8804 zal de priester3548 zijn rechtervinger3233 676 indopen,2881 8804 [nemende] van die olie,8081 die in zijn linkerhand8042 3709 is, en zal met zijn vinger676 van die olie8081 zevenmaal7651 6471 sprengen,5137 8689 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 En van het overige3499 van die olie,8081 die in zijn hand3709 zal zijn, zal de priester3548 doen5414 8799 op het lapje8571 van het rechteroor3233 241 desgenen, die te reinigen is,2891 8693 en op den duim931 zijner rechterhand,3233 3027 en op den groten teen931 zijns rechtervoets,3233 7272 boven op het bloed1818 des schuldoffers.817 Dat nog overgebleven zal zijn3498 8737 van die olie,8081 die in de hand3709 des priesters3548 geweest is, zal hij doen5414 8799 op het hoofd7218 desgenen, die te reinigen is;2891 8693 zo zal de priester3548 over hem verzoening doen3722 8765 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 De priester3548 zal ook het zondoffer2403 bereiden,6213 8804 en voor hem, die van zijn onreinigheid2932 te reinigen is,2891 8693 verzoening doen;3722 8765 en daarna310 zal hij het brandoffer5930 slachten.7819 8799 En de priester3548 zal dat brandoffer5930 en dat spijsoffer4503 op het altaar4196 offeren;5927 8689 zo zal de priester3548 de verzoening voor hem doen,3722 8765 en hij zal rein zijn.2891 8804 Maar indien hij arm1800 is, en zijn hand3027 [dat] niet bereikt,5381 8688 zo zal hij een259 lam3532 ten schuldoffer,817 ter beweging8573 nemen,3947 8804 om voor hem verzoening te doen;3722 8763 daartoe een259 tiende6241 meelbloem,5560 met olie8081 gemengd,1101 8803 ten spijsoffer,4503 en een log3849 olie;8081 Mitsgaders twee8147 tortelduiven,8449 of twee8147 jonge1121 duiven,3123 die zijn hand3027 bereiken zal,5381 8686 welker ene259 ten zondoffer,2403 en een259 ten brandoffer5930 zijn zal. En hij zal die, op den achtsten8066 dag3117 zijner reiniging,2893 tot den priester3548 brengen,935 8689 aan de deur6607 van de tent168 der samenkomst,4150 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 En de priester3548 zal het lam3532 des schuldoffers,817 en den log3849 der olie8081 nemen;3947 8804 en de priester3548 zal die ten beweegoffer8573 voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 bewegen.5130 8689 Daarna zal hij het lam3532 des schuldoffers817 slachten,7819 8804 en de priester3548 zal van het bloed1818 des schuldoffers817 nemen,3947 8804 en doen5414 8804 op het rechteroorlapje8571 3233 241 desgenen, die te reinigen is,2891 8693 en op den duim931 zijner rechterhand,3233 3027 en op den groten teen931 zijns rechtervoets.3233 7272 Ook zal de priester3548 van die olie8081 op des priesters3548 linkerhand3709 8042 gieten.3332 8799 Daarna zal de priester3548 met zijn rechtervinger3233 676 van die olie,8081 die op zijn linkerhand8042 3709 is, sprengen,5137 8689 zevenmaal,7651 6471 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 En de priester3548 zal van de olie,8081 die op zijn hand3709 is, doen5414 8804 aan het lapje8571 van het rechteroor3233 241 desgenen, die te reinigen is,2891 8693 en aan den duim931 zijner rechterhand,3233 3027 en aan den groten teen931 zijns rechtervoets,3233 7272 op de plaats4725 van het bloed1818 des schuldoffers.817 En het overgeblevene3498 8737 van de olie,8081 die in de hand3709 des priesters3548 is, zal hij doen5414 8799 op het hoofd7218 desgenen, die te reinigen is,2891 8693 om de verzoening voor hem te doen,3722 8763 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 Daarna zal hij de ene259 van de tortelduiven,8449 of van de jonge1121 duiven3123 bereiden,6213 8804 van hetgeen834 zijn hand3027 bereikt zal hebben.5381 8686 Van hetgeen zijn hand3027 bereikt zal hebben,5381 8686 zal het een259 ten zondoffer,2403 en het een259 ten brandoffer5930 zijn, boven het spijsoffer;4503 zo zal de priester3548 voor hem, die te reinigen is,2891 8693 verzoening doen3722 8765 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 Dit is de wet8451 [desgenen], in wien de plaag5061 der melaatsheid6883 zal zijn, wiens hand3027 in zijn reiniging2893 [dat] niet bereikt zal hebben.5381 8686 Verder sprak1696 8762 de HEERE3068 tot Mozes4872 en tot ,175 zeggende:559 8800 Als gij zult gekomen zijn935 8799 in het land776 van ,3667 hetwelk Ik u tot bezitting272 geven zal,5414 8802 en Ik de plaag5061 der melaatsheid6883 aan een huis1004 van dat land776 uwer bezitting272 zal gegeven hebben;5414 8804 Zo zal hij, van wien dat huis1004 is, komen,935 8804 en den priester3548 te kennen geven,5046 8689 zeggende:559 8800 schijnt7200 8738 mij, alsof er een plaag5061 in het huis1004 ware. En de priester3548 zal gebieden,6680 8765 dat zij dat huis1004 ruimen,6437 8765 aleer de priester3548 komt,935 8799 om die plaag5061 te bezien,7200 8800 opdat niet al wat in dat huis1004 is, onrein worde;2930 8799 en daarna310 zal de priester3548 komen,935 8799 om dat huis1004 te bezien.7200 8800 Als hij die plaag5061 bezien zal,7200 8804 dat, ziet, die plaag5061 aan de wanden7023 van dat huis1004 zijn groenachtige3422 of roodachtige125 kuiltjes,8258 en hun aanzien4758 lager8217 is 4480 die wand;7023 De priester3548 zal uit dat huis1004 uitgaan,3318 8804 aan de deur6607 van het huis,1004 en hij zal dat huis1004 zeven7651 dagen3117 doen toesluiten.5462 8689 Daarna zal de priester3548 op den zevenden7637 dag3117 wederkeren;7725 8804 indien hij merken zal,7200 8804 dat, ziet, die plaag5061 aan de wanden7023 van dat huis1004 uitgespreid is;6581 8804 Zo zal de priester3548 gebieden,6680 8765 dat zij de stenen,68 in welke2004 die plaag5061 is, uitbreken,2502 8765 en dezelve853 tot buiten2351 de stad5892 werpen,7993 8689 aan een onreine2931 plaats;4725 En dat huis1004 zal hij rondom5439 van binnen1004 doen schrabben,7106 8686 en zij zullen het stof,6083 dat zij afgeschrabd hebben,7096 8689 tot buiten2351 de stad5892 aan een onreine2931 plaats4725 uitstorten.8210 8804 Daarna zullen zij andere312 stenen68 nemen,3947 8804 en in de plaats8478 van gene stenen68 brengen;935 8689 en men zal ander312 leem6083 nemen,3947 8799 en dat huis1004 bestrijken.2902 8804 Maar indien die plaag5061 wederkeert,7725 8799 en in dat huis1004 uitbot,6524 8804 nadat310 men de stenen68 uitgebroken heeft,2502 8765 en na310 het afschrabben7096 8687 van het huis,1004 en nadat310 het zal bestreken zijn;2902 8736 Zo zal de priester3548 komen;935 8804 als hij nu zal merken,7200 8804 dat, ziet, die plaag5061 aan dat huis1004 uitgespreid is,6581 8804 het is een knagende3992 8688 melaatsheid6883 in dat huis,1004 het is onrein.2931 Daarom zal men dat huis,1004 zijn stenen,68 en zijn hout6086 even afbreken,5422 8804 mitsgaders al het leem6083 van het huis,1004 en men zal het tot buiten2351 de stad5892 uitvoeren,3318 8689 aan een onreine2931 plaats.4725 En die in dat huis1004 gaat935 8802 te enigen dage,3117 als men hetzelve zal toegesloten hebben,5462 8689 zal onrein zijn2930 8799 tot aan den avond.6153 Die ook in dat huis1004 te slapen ligt,7901 8802 zal zijn klederen899 wassen;3526 8762 insgelijks, die in dat huis1004 eet,398 8802 zal zijn klederen899 wassen.3526 8762 Maar als de priester3548 zal weder935 8800 ingegaan zijn,935 8799 en zal merken,7200 8804 dat, ziet, die plaag5061 aan dat huis1004 niet uitgespreid is,6581 8804 nadat310 het huis1004 zal bestreken zijn;2902 8736 zo zal de priester3548 dat huis1004 rein verklaren,2891 8765 dewijl die plaag5061 genezen is.7495 8738 Daarna zal hij, om dat huis1004 te ontzondigen,2398 8763 twee8147 vogeltjes6833 nemen,3947 8804 mitsgaders cederenhout,730 6086 en scharlaken,8144 8438 en hysop.231 En hij zal den enen259 vogel6833 slachten7819 8804 in een aarden2789 vat,3627 over levend2416 water.4325 zal hij dat cederenhout,730 6086 en dien hysop,231 en het scharlaken,8144 8438 en den levenden2416 vogel6833 nemen,3947 8804 en zal die in het bloed1818 des geslachten7819 8803 vogels6833 en in het levende2416 water4325 dopen;2881 8804 en hij zal dat huis1004 zevenmaal7651 6471 besprengen.5137 8689 Zo zal hij dat huis1004 ontzondigen2398 8765 met het bloed1818 des vogels,6833 en met dat levend2416 water,4325 en met den levenden2416 vogel,6833 en met dat cederenhout,730 6086 en met den hysop,231 en met het scharlaken.8144 8438 Den levenden2416 vogel6833 nu zal hij tot buiten2351 de stad,5892 in het open6440 veld,7704 laten vliegen;7971 8765 zo zal hij over het huis1004 verzoening doen,3722 8765 en het zal rein zijn.2891 8804 Dit is de wet8451 voor alle plage5061 der melaatsheid,6883 en voor schurftheid;5424 En voor melaatsheid6883 der klederen,899 en der huizen;1004 Mitsgaders voor gezwel,7613 en voor gezweer,5597 en voor blaren;934 Om te leren,3384 8687 op welken dag3117 iets onrein,2931 en op welken dag3117 iets rein2889 is. Dit is de wet8451 der melaatsheid.6883

Every verse in Leviticus 14

Chapter navigation

0:000:00