Leviticus 17:13
“Een ieder376 ook van de kinderen1121 Israels3478 en van de vreemdelingen,1616 die als vreemdelingen1481 in het midden8432 van hen verkeren,1481 8802 die enig wild gedierte,2416 of gevogelte,5775 dat gegeten wordt,398 8735 in de jacht6718 gevangen zal hebben;6679 8799 die zal deszelfs bloed1818 vergieten,8210 8804 en zal dat met stof6083 bedekken.3680 8765”
Leviticus 17:13 — Statenvertaling (1637)
Verse 13 of 16 in Leviticus chapter 17 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Leviticus 17 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Verder sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Spreek1696 8761 tot ,175 en tot zijn zonen,1121 en tot al de kinderen1121 ,3478 en zeg559 8804 tot hen: Dit is het woord,1697 hetwelk de HEERE3068 geboden heeft,6680 8765 zeggende:559 8800 Een376 ieder376 van het huis1004 ,3478 die een os,7794 of lam,3775 of geit5795 in het leger4264 slachten zal,7819 8799 of die [ze] slachten zal7819 8799 buiten2351 het leger;4264 En dezelve aan de deur6607 van de tent168 der samenkomst4150 niet brengen zal,935 8689 om een offerande7133 den HEERE3068 voor6440 den tabernakel4908 des HEEREN3068 te offeren;7126 8687 het bloed1818 zal dienzelven man376 toegerekend worden,2803 8735 hij heeft bloed1818 vergoten;8210 8804 daarom zal dezelve man376 uit het midden7130 zijns volks5971 uitgeroeid worden;3772 8738 Opdat, wanneer de kinderen1121 Israels3478 hun slachtofferen2077 brengen,935 8686 welke zij op6440 het veld7704 slachten,2076 8802 dat zij die den HEERE3068 toebrengen,935 8689 aan de deur6607 van de tent168 der samenkomst4150 tot den priester,3548 en dezelve tot dankofferen8002 2077 den HEERE3068 slachten.2076 8804 En de priester3548 zal het bloed1818 op het altaar4196 des HEEREN,3068 aan de deur6607 van de tent168 der samenkomst,4150 sprengen;2236 8804 en hij zal het vet2459 aansteken,6999 8689 tot een liefelijken5207 reuk7381 den HEERE.3068 En zij zullen ook niet meer hun slachtofferen2077 den duivelen,8163 welke zij nahoereren,310 2181 8802 offeren;2076 8799 dat zal hun een eeuwige5769 inzetting2708 zijn voor hun geslachten.1755 Zeg559 8799 tot hen: Een ieder376 van het huis1004 ,3478 en van de vreemdelingen,1616 die in het midden8432 van hen als vreemdelingen verkeren,1481 8799 die een brandoffer5930 of slachtoffer2077 zal offeren,5927 8686 En dat tot de deur6607 van de tent168 der samenkomst4150 niet zal brengen,935 8686 om hetzelve den HEERE3068 te bereiden;6213 8800 diezelve man376 zal uit zijn volken5971 uitgeroeid worden.3772 8738 En een ieder376 uit het huis1004 ,3478 en uit de vreemdelingen,1616 die in het midden8432 van hen als vreemdelingen verkeren,1481 8802 die enig bloed1818 zal gegeten hebben,398 8799 tegen diens ziel,5315 die dat bloed1818 zal gegeten hebben,398 8802 zal Ik aangezicht6440 zetten,5414 8804 en zal die uit het midden7130 haars volks5971 uitroeien.3772 8689 Want de ziel5315 van het vlees1320 is in het bloed;1818 daarom heb Ik het u op het altaar4196 gegeven,5414 8804 om over uw zielen5315 verzoening te doen;3722 8763 want het is het bloed,1818 dat voor de ziel5315 verzoening zal doen.3722 8762 Daarom heb Ik tot de kinderen1121 Israels3478 gezegd:559 8804 ziel5315 van u zal bloed1818 eten;398 8799 noch de vreemdeling,1616 die als vreemdeling1481 in het midden8432 van u verkeert,1481 8802 zal bloed1818 eten.398 8799 Een ieder376 ook van de kinderen1121 Israels3478 en van de vreemdelingen,1616 die als vreemdelingen1481 in het midden8432 van hen verkeren,1481 8802 die enig wild gedierte,2416 of gevogelte,5775 dat gegeten wordt,398 8735 in de jacht6718 gevangen zal hebben;6679 8799 die zal deszelfs bloed1818 vergieten,8210 8804 en zal dat met stof6083 bedekken.3680 8765 Want het is de ziel5315 van alle vlees;1320 zijn bloed1818 is voor zijn ziel;5315 daarom heb Ik tot de kinderen1121 Israels3478 gezegd:559 8799 zult geens vleses1320 bloed1818 eten;398 8799 want de ziel5315 van alle vlees,1320 dat is zijn bloed;1818 zo wie dat eet,398 8802 zal uitgeroeid worden.3772 8735 En alle ziel5315 onder de inboorlingen249 of onder de vreemdelingen,1616 die een dood aas5038 of het verscheurde2966 zal gegeten hebben,398 8799 die zal zijn klederen899 wassen,3526 8765 en zich met water4325 baden,7364 8804 en onrein zijn2930 8804 tot aan den avond;6153 daarna zal hij rein zijn.2891 8804 Maar indien hij [die] niet wast,3526 8762 en zijn vlees1320 niet baadt,7364 8799 zo zal hij zijn ongerechtigheid5771 dragen.5375 8804