Leviticus 5:6

“En tot zijn schuldoffer817 den HEERE3068 voor zijn zonde,2403 die hij gezondigd heeft,2398 8804 brengen zal935 8689 een wijfje5347 van klein vee,6629 een lam3776 of een jonge8166 geit,5795 voor de zonde;2403 zo zal de priester3548 voor hem vanwege zijn zonde2403 verzoening doen.3722 8765”

Leviticus 5:6 — Statenvertaling (1637)

Verse 6 of 19 in Leviticus chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Leviticus 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Als nu een mens5315 zal gezondigd hebben,2398 8799 dat hij gehoord heeft8085 8804 een stem6963 des vloeks,423 waarvan hij getuige5707 is, hetzij176 dat hij het gezien7200 8804 of geweten heeft;3045 8804 indien hij het niet te kennen geeft,5046 8686 zo zal hij zijn ongerechtigheid5771 dragen.5375 8804 Of wanneer een mens5315 enig onrein2931 ding1697 zal aangeroerd hebben,5060 8799 hetzij het dode aas5038 van een wild onrein2931 gedierte,2416 of het dode aas5038 van onrein2931 vee,929 of het dode aas5038 van onrein2931 kruipend gedierte;8318 al is het voor hem verborgen geweest,5956 8738 nochtans is hij onrein2931 en schuldig.816 8804 Of als hij zal aangeroerd hebben5060 8799 de onreinigheid2932 van een mens,120 naar al zijn onreinigheid,2932 waarmede hij onrein wordt;2930 8799 en het is voor hem verborgen geweest,5956 8738 en hij is het gewaar geworden,3045 8804 zo is hij schuldig.816 8804 Of als een mens5315 zal gezworen hebben,7650 8735 onbedacht981 met zijn lippen8193 uitsprekende,981 8763 om kwaad te doen,7489 8687 of om goed te doen;3190 8687 naar al wat de mens120 in den eed7621 onbedacht uitspreekt,981 8762 en het is voor hem verborgen geweest,5956 8738 en hij is het gewaar geworden,3045 8804 zo is hij aan een259 van die schuldig.816 8804 Het zal geschieden, als hij aan een259 van die schuldig is,816 8799 dat hij belijden zal,3034 8694 waarin hij gezondigd heeft;2398 8804 En tot zijn schuldoffer817 den HEERE3068 voor zijn zonde,2403 die hij gezondigd heeft,2398 8804 brengen zal935 8689 een wijfje5347 van klein vee,6629 een lam3776 of een jonge8166 geit,5795 voor de zonde;2403 zo zal de priester3548 voor hem vanwege zijn zonde2403 verzoening doen.3722 8765 Maar indien zijn hand3027 zoveel niet bereiken kan,5060 8686 als genoeg1767 is tot een [stuk] klein vee,7716 zo zal hij [tot] zijn offer voor854 de schuld,817 die hij gezondigd heeft,2398 8804 den HEERE3068 brengen935 8689 twee8147 tortelduiven,8449 of twee8147 jonge1121 duiven,3123 een259 ten zondoffer,2403 en een259 ten brandoffer.5930 En hij zal die tot den priester3548 brengen,935 8689 welke eerst7223 die zal offeren,7126 8689 die tot het zondoffer2403 is; en zal haar hoofd7218 met zijn nagel nevens4136 haar nek6203 splijten,4454 8804 maar niet afscheiden.914 8686 En van het bloed1818 des zondoffers2403 zal hij aan den wand7023 van het altaar4196 sprengen;5137 8689 maar het overgeblevene7604 8737 van dat bloed1818 zal uitgeduwd worden4680 8735 aan den bodem3247 van het altaar;4196 het is een zondoffer.2403 En de andere8145 zal hij ten brandoffer5930 maken,6213 8799 naar de wijze;4941 zo zal de priester3548 voor hem, vanwege zijn zonde,2403 die hij gezondigd heeft,2398 8804 verzoening doen,3722 8765 en het zal hem vergeven worden.5545 8738 Maar indien zijn hand3027 niet bereiken kan5381 8686 aan twee8147 tortelduiven8449 of twee8147 jonge1121 duiven,3123 zo zal hij, die gezondigd heeft,2398 8804 tot zijn offerande7133 brengen935 8689 het tiende6224 deel van een efa374 meelbloem5560 ten zondoffer;2403 hij zal geen olie8081 daarover doen,7760 8799 noch wierook3828 daarop leggen;5414 8799 want het is een zondoffer.2403 En hij zal dat tot den priester3548 brengen,935 8689 en de priester3548 zal daarvan zijn hand7062 vol,4393 der gedachtenis234 deszelven, grijpen,7061 8804 en dat aansteken6999 8689 op het altaar,4196 op de vuurofferen801 des HEEREN;3068 het is een zondoffer.2403 Zo zal de priester3548 voor hem verzoening doen3722 8765 over zijn zonde,2403 die hij gezondigd heeft2398 8804 in enige259 van die [stukken], en het zal hem vergeven worden;5545 8738 en het zal des priesters3548 zijn, gelijk het spijsoffer.4503 Wijders sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Als een mens5315 door overtreding4604 overtreden,4603 8799 en door afdwaling7684 gezondigd zal hebben,2398 8804 [wat] [onwetende] van de heilige dingen6944 des HEEREN,3068 zo zal hij tot zijn schuldoffer817 den HEERE3068 brengen935 8689 een volkomen8549 352 uit de kudde,6629 met uw schatting6187 aan zilveren3701 sikkelen,8255 naar den sikkel8255 des heiligdoms,6944 ten schuldoffer.817 Zo zal hij, dat hij zondigende2398 8804 [heeft] [onwetend] van de heilige6944 dingen, wedergeven,7999 8762 en zal deszelfs vijfde deel2549 daarenboven toedoen,3254 8686 dat hij den priester3548 geven zal;5414 8804 alzo zal de priester3548 met den 352 des schuldoffers817 voor hem verzoening doen,3722 8762 en het zal hem vergeven worden.5545 8738 En indien een mens5315 zal gezondigd hebben,2398 8799 en gedaan6213 8804 [tegen] een259 van alle geboden4687 des HEEREN,3068 hetwelk niet zou gedaan worden,6213 8735 al is het dat hij het niet geweten heeft,3045 8804 nochtans is hij schuldig,816 8804 en zal zijn ongerechtigheid5771 dragen.5375 8804 En hij zal een volkomen8549 352 uit de kudde6629 tot den priester3548 brengen,935 8689 met uw schatting,6187 ten schuldoffer;817 en de priester3548 zal voor hem verzoening doen3722 8765 over zijn afdwaling,7684 door welke hij afgedwaald is,7683 8804 die hij niet geweten had;3045 8804 zo zal het hem vergeven worden.5545 8738 Het is een schuldoffer;817 hij heeft zich voorzeker816 8800 schuldig gemaakt816 8804 aan den HEERE.3068

Every verse in Leviticus 5

Chapter navigation

0:000:00