Leviticus 7:34
“Want de beweegborst8573 2373 en den hefschouder8641 7785 heb Ik van de kinderen1121 Israels3478 uit hun dankofferen2077 8002 genomen,3947 8804 en heb dezelve aan Aaron,175 den priester,3548 en aan zijn zonen,1121 tot een eeuwige5769 inzetting2706 gegeven,5414 8799 van de kinderen1121 Israels.3478”
Leviticus 7:34 — Statenvertaling (1637)
Verse 34 of 38 in Leviticus chapter 7 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Leviticus 7 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Dit is nu de wet8451 des schuldoffers;817 het is een heiligheid6944 der heiligheden.6944 In de plaats,4725 waar zij het brandoffer5930 slachten,7819 8799 zullen zij het schuldoffer817 slachten;7819 8799 en men zal deszelfs bloed1818 rondom5439 op het altaar4196 sprengen.2236 8799 En daarvan zal men al zijn vet2459 offeren,7126 8686 den staart,451 en het vet,2459 dat het ingewand7130 bedekt;3680 8764 Ook de beide8147 nieren,3629 en het vet,2459 dat daaraan is, dat op de weekdarmen3689 is; en het 3508 over de lever,3516 met de nieren,3629 zal men afnemen.5493 8686 En de priester3548 zal die aansteken6999 8689 op het altaar,4196 ten vuuroffer801 den HEERE;3068 het is een schuldoffer.817 Al wat mannelijk2145 is onder de priesteren3548 zal dat eten;398 8799 in de heilige6918 plaats4725 zal het gegeten worden;398 8735 het is een heiligheid6944 der heiligheden.6944 Gelijk het zondoffer,2403 alzo zal ook het schuldoffer817 zijn; enerlei259 wet8451 zal voor dezelve zijn; het zal des priesters3548 zijn, die daarmede verzoening gedaan zal hebben.3722 8762 Ook de priester,3548 die iemands376 brandoffer5930 offert,7126 8688 die priester3548 zal de huid5785 des brandoffers5930 hebben, dat hij geofferd heeft.7126 8689 Daartoe al het spijsoffer,4503 dat in den oven8574 gebakken wordt,644 8735 met al wat in den ketel4802 en in den pan4227 bereid wordt,6213 8738 zal des priesters3548 zijn, die dat offert.7126 8688 Ook alle spijsoffer4503 met olie8081 gemengd,1101 8803 of droog,2720 zal voor alle zonen1121 van 175 zijn, voor den enen376 als voor den anderen.251 Dit is nu de wet8451 des dankoffers,2077 8002 dat men den HEERE3068 offeren zal.7126 8686 Indien hij dat tot een lof8426 [offer] offert,7126 8686 zo zal hij, nevens het lofoffer,2077 8426 ongezuurde4682 koeken2471 met olie8081 gemengd,1101 8803 en ongezuurde4682 vladen7550 met olie8081 bestreken,4886 8803 offeren;7126 8689 en zullen die koeken2471 met olie8081 gemengd1101 8803 van geroost7246 8716 meelbloem5560 zijn. Benevens de koeken2471 zal hij tot zijn offerande7133 gedesemd2557 brood3899 offeren,7126 8686 met het lofoffer2077 8426 zijns dankoffers.8002 En een259 daarvan uit de ganse offerande7133 zal hij den HEERE3068 ten hefoffer8641 offeren;7126 8689 het zal voor den priester3548 zijn, die het bloed1818 des dankoffers8002 sprengt.2236 8802 Maar het vlees1320 van het lofoffer2077 8002 zijns dankoffers8426 zal op den dag3117 van deszelfs offerande7133 gegeten worden;398 8735 daarvan zal men niet tot den morgen1242 overlaten.3240 8686 En zo het slachtoffer2077 zijner offerande7133 een gelofte,5088 of vrijwillig offer5071 is, dat zal ten dage3117 als hij zijn offer2077 offeren zal,7126 8687 gegeten worden,398 8735 en het overgeblevene3498 8737 daarvan zal ook des anderen daags4283 gegeten worden.398 8735 Wat nog van het vlees1320 des slachtoffers2077 overgebleven is,3498 8737 zal op den derden7992 dag3117 met vuur784 verbrand worden;8313 8735 Want zo enigszins398 8736 van dat vlees1320 zijns dankoffers2077 8002 op den derden7992 dag3117 gegeten wordt,398 8735 die dat geofferd heeft,7126 8688 zal niet aangenaam zijn;7521 8735 het zal hem niet toegerekend worden,2803 8735 het zal een afgrijselijk ding6292 zijn; en de ziel,5315 die daarvan eet,398 8802 zal haar ongerechtigheid5771 dragen.5375 8799 En het vlees,1320 dat iets onreins2931 aangeroerd zal hebben,5060 8799 zal niet gegeten worden;398 8735 met vuur784 zal het verbrand worden;8313 8735 maar aangaande het [andere] vlees,1320 dat vlees zal een ieder, die rein2889 is, mogen eten.398 8799 Doch als een ziel5315 het vlees1320 van het dankoffer,2077 8002 hetwelk des HEEREN3068 is, gegeten zal hebben,398 8799 en haar onreinigheid2932 aan haar is, zo zal die ziel5315 uit haar volken5971 uitgeroeid worden.3772 8738 En wanneer een ziel5315 iets onreins2932 zal aangeroerd hebben,5060 8799 [als] de onreinigheid2932 des mensen,120 of het onreine2931 vee,929 of enig onrein2931 verfoeisel,8263 en zal van het vlees1320 des dankoffers,2077 8002 hetwelk des HEEREN3068 is, gegeten hebben,398 8804 zo zal die ziel5315 uit haar volken5971 uitgeroeid worden.3772 8738 Daarna sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Spreek1696 8761 tot de kinderen1121 ,3478 zeggende:559 8800 vet2459 van een os,7794 of schaap,3775 of geit,5795 zult gij eten.398 8799 Maar het vet2459 van een dood aas,5038 en het vet2459 van het verscheurde,2966 mag tot alle werk4399 gebezigd worden;6213 8735 doch gij zult het ganselijk398 8800 niet eten.398 8799 Want al wie het vet2459 van vee929 eten zal,398 8802 van hetwelk men den HEERE3068 een vuuroffer801 zal geofferd hebben,7126 8686 die ziel,5315 die het gegeten zal hebben,398 8802 zal uit haar volken5971 uitgeroeid worden.3772 8738 Ook zult gij in uw woningen4186 geen bloed1818 eten,398 8799 hetzij van het gevogelte,5775 of van het vee.929 Alle ziel,5315 die enig3605 bloed1818 eten zal,398 8799 die ziel5315 zal uit haar volken5971 uitgeroeid worden.3772 8738 Voorts sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Spreek1696 8761 tot de kinderen1121 ,3478 zeggende:559 8800 zijn dankoffer2077 8002 den HEERE3068 offert,7126 8688 zal zijn offerande7133 van zijn dankoffer2077 8002 den HEERE3068 toebrengen.935 8686 Zijn handen3027 zullen de vuurofferen801 des HEEREN3068 brengen;935 8686 het vet2459 aan de borst2373 zal hij met die borst2373 brengen,935 8686 om die tot een beweegoffer8573 voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 te bewegen.5130 8687 En de priester3548 zal dat vet2459 op het altaar4196 aansteken;6999 8689 doch de borst2373 zal voor 175 en zijn zonen1121 zijn. Gij zult ook den rechterschouder3225 7785 tot een hefoffer8641 den priester3548 geven,5414 8799 uit uw dankofferen.2077 8002 Wie uit de zonen1121 van 175 het bloed1818 des dankoffers8002 en het vet2459 offert,7126 8688 dien zal de rechterschouder3225 7785 ten dele4490 zijn. Want de beweegborst8573 2373 en den hefschouder8641 7785 heb Ik van de kinderen1121 Israels3478 uit hun dankofferen2077 8002 genomen,3947 8804 en heb dezelve aan ,175 den priester,3548 en aan zijn zonen,1121 tot een eeuwige5769 inzetting2706 gegeven,5414 8799 van de kinderen1121 .3478 Dit is de zalving4888 van 175 en de zalving4888 van zijn zonen,1121 van de vuurofferen801 des HEEREN;3068 ten dage3117 als hen deed naderen,7126 8689 om het priesterdom3547 den HEERE3068 te bedienen;3547 8763 Hetwelk de HEERE3068 hun van de kinderen1121 Israels3478 te geven5414 8800 geboden heeft,6680 8765 ten dage3117 als hen zalfde;4886 8800 het zij een eeuwige5769 inzetting2708 voor hun geslachten.1755 Dit is de wet8451 des brandoffers,5930 des spijsoffers,4503 des zondoffers,2403 des schuldoffers,817 des vuloffers4394 en des dankoffers;2077 8002 Die de HEERE3068 Mozes4872 op den berg2022 Sinai5514 geboden heeft,6680 8765 ten dage3117 als den kinderen1121 Israels3478 gebood,6680 8763 dat zij hun offeranden7133 den HEERE,3068 in de woestijn4057 van ,5514 zouden offeren.7126 8687