Leviticus 8:23

“En men slachtte7819 8799 [hem]; en Mozes4872 nam3947 8799 van zijn bloed,1818 en deed5414 8799 het op het lapje8571 van Aarons175 rechteroor,3233 241 en op den duim931 zijner rechterhand,3233 3027 en op den groten teen931 van zijn rechtervoet.3233 7272”

Leviticus 8:23 — Statenvertaling (1637)

Verse 23 of 36 in Leviticus chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Leviticus 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Verder sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Neem3947 8798 175 en zijn zonen1121 met hem, en de klederen,899 en de zalfolie,4888 8081 daartoe den var6499 des zondoffers,2403 en de twee8147 rammen,352 en den korf5536 van de ongezuurde4682 [broden]; En verzamel6950 8685 de ganse vergadering5712 aan de deur6607 van de tent168 der samenkomst.4150 Mozes4872 nu deed,6213 8799 gelijk als de HEERE3068 hem geboden had;6680 8765 en de vergadering5712 werd verzameld6950 8735 aan de deur6607 van de tent168 der samenkomst.4150 Toen zeide559 8799 Mozes4872 tot de vergadering:5712 is de zaak,1697 die de HEERE3068 geboden heeft6680 8765 te doen.6213 8800 En Mozes4872 deed7126 175 en zijn zonen1121 naderen,7126 8686 en wies7364 8799 hen met dat water.4325 Daar deed hij5414 hem den rok3801 aan,5414 8799 en gordde2296 8799 hem met den gordel,73 en trok3847 hem den mantel4598 aan;3847 8686 en deed hij5414 hem den efod646 aan,5414 8799 en gordde2296 8799 dien met den kunstelijken riem2805 des efods,646 en ombond640 8799 hem daarmede. Voorts deed hij7760 hem den borstlap2833 aan,7760 8799 en voegde5414 8799 aan den borstlap2833 de Urim224 en de .8550 En hij zette7760 8799 den hoed4701 op zijn hoofd;7218 en aan den hoed4701 boven4136 zijn aangezicht6440 zette hij7760 8799 de gouden2091 plaat,6731 de kroon5145 der heiligheid,6944 gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden had.6680 8765 Toen nam3947 8799 Mozes4872 de zalfolie,4888 8081 en zalfde4886 8799 den tabernakel,4908 en al wat daarin was, en heiligde6942 8762 ze. En hij sprengde5137 8686 daarvan op het altaar4196 zevenmaal;7651 6471 en hij zalfde4886 8799 het altaar,4196 en al zijn gereedschap,3627 mitsgaders het wasvat3595 en zijn voet,3653 om die te heiligen.6942 8763 Daarna goot hij3332 8799 van de zalfolie4888 8081 op het hoofd7218 van ,175 en hij zalfde4886 8799 hem, om hem te heiligen.6942 8763 Ook deed7126 Mozes4872 de zonen1121 van 175 naderen,7126 8686 en trok3847 hun rokken3801 aan,3847 8686 en gordde2296 8799 hen met een gordel,73 en bond2280 hun mutsen4021 op,2280 8799 gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden had.6680 8765 Toen deed hij den var6499 des zondoffers2403 bijeenkomen;5066 8686 en 175 en zijn zonen1121 leiden5564 8799 hun handen3027 op het hoofd7218 van den var6499 des zondoffers;2403 En men slachtte7819 8799 [hem]; en Mozes4872 nam3947 8799 het bloed,1818 en deed5414 8799 het met zijn vinger676 rondom5439 op de hoornen7161 des altaars,4196 en ontzondigde2398 8762 het altaar;4196 daarna goot hij3332 8804 het bloed1818 uit aan den bodem3247 des altaars,4196 en heiligde6942 8762 het, om voor hetzelve verzoening te doen.3722 8763 Voorts nam hij3947 8799 al het vet,2459 dat aan het ingewand7130 is, en het 3508 der lever,3516 en de twee8147 nieren3629 en haar vet;2459 en Mozes4872 stak het aan6999 8686 op het altaar.4196 Maar den var6499 met zijn huid,5785 en zijn vlees,1320 en zijn mest,6569 heeft hij buiten2351 het leger4264 met vuur784 verbrand,8313 8804 gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden had.6680 8765 Daarna deed hij den 352 des brandoffers5930 bijbrengen;7126 8686 en 175 en zijn zonen1121 leiden5564 8799 hun handen3027 op het hoofd7218 van den .352 En men slachtte7819 8799 [hem]; en Mozes4872 sprengde2236 8799 het bloed1818 op het altaar4196 rondom.5439 Hij deelde5408 8765 ook den 352 in zijn delen;5409 en Mozes4872 stak6999 het hoofd7218 aan,6999 8686 en die delen,5409 en het smeer;6309 Doch het ingewand7130 en de schenkelen3767 wies hij7364 8804 met water;4325 en Mozes4872 stak6999 dien gehelen 352 aan6999 8686 op het altaar;4196 het was een brandoffer5930 tot een liefelijken5207 reuk,7381 een vuuroffer801 was het den HEERE,3068 gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden had.6680 8765 Daarna deed hij den anderen8145 ,352 den 352 des vuloffers,4394 bijbrengen;7126 8686 en 175 met zijn zonen1121 leiden5564 8799 hun handen3027 op het hoofd7218 van den .352 En men slachtte7819 8799 [hem]; en Mozes4872 nam3947 8799 van zijn bloed,1818 en deed5414 8799 het op het lapje8571 van Aarons175 rechteroor,3233 241 en op den duim931 zijner rechterhand,3233 3027 en op den groten teen931 van zijn rechtervoet.3233 7272 Hij deed7126 ook de zonen1121 van 175 naderen;7126 8686 en Mozes4872 deed5414 8799 van dat bloed1818 op het lapje8571 van hun rechteroor,3233 241 en op den duim931 van hun rechterhand,3233 3027 en op den groten teen931 van hun rechtervoet;3233 7272 daarna sprengde2236 8799 Mozes4872 dat bloed1818 rondom5439 op het altaar.4196 En hij nam3947 8799 het vet,2459 en den staart,451 en al het vet,2459 dat aan het ingewand7130 is, en het 3508 der lever,3516 en de beide8147 nieren,3629 en haar vet,2459 daartoe den rechterschouder.3225 7785 Ook nam hij3947 8804 uit den korf5536 van de ongezuurde4682 [broden], die voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 was, een259 ongezuurde4682 koek,2471 en een geolieden8081 broodkoek,2471 3899 en een259 vlade;7550 en hij leide7760 8799 ze op dat vet,2459 en op den rechterschouder.3225 7785 En hij gaf5414 8799 dat alles in de handen3709 van ,175 en in de handen3709 zijner zonen;1121 en bewoog5130 8686 die ten beweegoffer,8573 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 Daarna nam3947 8799 Mozes4872 ze uit hun handen,3709 en stak ze aan6999 8686 op het altaar,4196 op het brandoffer;5930 zij waren vulofferen4394 tot een liefelijken5207 reuk;7381 het was een vuuroffer801 den HEERE.3068 Voorts nam3947 8799 Mozes4872 de borst,2373 en bewoog5130 8686 ze ten beweegoffer8573 voor het aangezicht6440 des HEEREN;3068 zij werd Mozes4872 ten dele4490 van den 352 des vuloffers,4394 gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden had.6680 8765 Mozes4872 nam3947 8799 ook van de zalfolie,4888 8081 en van het bloed,1818 hetwelk op het altaar4196 was, en sprengde5137 8686 het op ,175 op zijn klederen,899 en op zijn zonen,1121 en op de klederen899 zijner zonen1121 met hem; en hij heiligde6942 8762 ,175 zijn klederen,899 en zijn zonen,1121 en de klederen899 zijner zonen1121 met hem. En Mozes4872 zeide559 8799 tot 175 en tot zijn zonen:1121 Ziedt1310 8761 dat vlees1320 voor de deur6607 van de tent168 der samenkomst,4150 en eet398 8799 hetzelve daar, mitsgaders het brood,3899 dat in den korf5536 des vuloffers4394 is; gelijk als ik geboden heb,6680 8765 zeggende:559 8800 175 en zijn zonen1121 zullen dat eten.398 8799 Maar het overige3498 8737 van het vlees1320 en van het brood3899 zult gij met vuur784 verbranden.8313 8799 Ook zult gij uit de deur6607 van de tent168 der samenkomst,4150 zeven7651 dagen,3117 niet uitgaan,3318 8799 tot aan den dag, dat vervuld worden4390 8800 de dagen3117 uws vuloffers;4394 want zeven7651 dagen3117 zal men uw handen3027 vullen.4390 8762 Gelijk men gedaan heeft6213 8804 op dezen dag,3117 heeft de HEERE3068 te doen6213 8800 geboden,6680 8765 om voor u verzoening te doen.3722 8763 Gij zult aan de deur6607 van de tent168 der samenkomst4150 blijven,3427 8799 dag3119 en nacht,3915 zeven7651 dagen,3117 en zult de wacht4931 des HEEREN3068 waarnemen,8104 8804 opdat gij niet sterft;4191 8799 want alzo is het mij geboden.6680 8795 175 nu en zijn zonen1121 deden6213 8799 al de dingen,1697 die de HEERE3068 door den dienst3027 van Mozes4872 geboden had.6680 8765

Every verse in Leviticus 8

Chapter navigation

0:000:00