Leviticus 9:10

“Maar het vet,2459 en de nieren,3629 en het net3508 van4480 de lever3516 van het zondoffer2403 heeft hij op het altaar4196 aangestoken,6999 8689 gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden had.6680 8765”

Leviticus 9:10 — Statenvertaling (1637)

Verse 10 of 24 in Leviticus chapter 9 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Leviticus 9 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En het geschiedde op den achtsten8066 dag,3117 dat Mozes4872 riep7121 8804 175 en zijn zonen,1121 en de oudsten2205 van ;3478 En hij zeide559 8799 tot :175 Neem3947 8798 u een kalf,5695 een jong1241 rund,1121 ten zondoffer,2403 en een 352 ten brandoffer,5930 [die] volkomen8549 zijn; en breng7126 8685 ze voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 Daarna spreek1696 8762 tot de kinderen1121 ,3478 zeggende:559 8800 Neemt3947 8798 een geitenbok8163 5795 ten zondoffer,2403 en een kalf,5695 en een lam,3532 eenjarig,1121 8141 volkomen,8549 ten brandoffer;5930 Ook een os7794 en 352 ten dankoffer,8002 om voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 te offeren;2076 8800 en spijsoffer4503 met olie8081 gemengd;1101 8803 want heden3117 zal de HEERE3068 u verschijnen.7200 8738 Toen namen zij3947 8799 hetgeen Mozes4872 geboden had,6680 8765 [brengende] [dat] tot voor6440 aan de tent168 der samenkomst;4150 en de gehele vergadering5712 naderde,7126 8799 en stond5975 8799 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 En Mozes4872 zeide:559 8799 zaak,1697 die de HEERE3068 geboden heeft,6680 8765 zult gij doen;6213 8799 en de heerlijkheid3519 des HEEREN3068 zal u verschijnen.7200 8735 En Mozes4872 zeide559 8799 tot :175 Nader7126 8798 tot het altaar,4196 en maak6213 8798 uw zondoffer,2403 en uw brandoffer5930 toe; en doe verzoening3722 8761 voor u en voor het volk;5971 maak6213 8798 daarna de offerande7133 des volks5971 toe, en doe de verzoening3722 8761 voor hen, gelijk als de HEERE3068 geboden heeft.6680 8765 Toen naderde7126 8799 175 tot het altaar,4196 en slachtte7819 8799 het kalf5695 des zondoffers,2403 dat voor hem was. En de zonen1121 van 175 brachten7126 8686 het bloed1818 tot hem, en hij doopte2881 8799 zijn vinger676 in dat bloed,1818 en deed5414 8799 het op de hoornen7161 des altaars;4196 daarna goot hij3332 8804 het bloed1818 uit aan den bodem3247 des altaars.4196 Maar het vet,2459 en de nieren,3629 en het 3508 van4480 de lever3516 van het zondoffer2403 heeft hij op het altaar4196 aangestoken,6999 8689 gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden had.6680 8765 Doch het vlees,1320 en de huid5785 verbrandde hij8313 8804 met vuur784 buiten2351 het leger.4264 Daarna slachtte hij7819 8799 het brandoffer;5930 en de zonen1121 van 175 leverden4672 8686 aan hem het bloed;1818 en hij sprengde2236 8799 dat rondom5439 op het altaar.4196 Ook leverden zij4672 8689 aan hem het brandoffer5930 in zijn stukken,5409 met het hoofd;7218 en hij stak het aan6999 8686 op het altaar.4196 En hij wies7364 8799 het ingewand7130 en de schenkelen;3767 en hij stak6999 8686 ze aan op het brandoffer,5930 op het altaar.4196 Daarna deed hij de offerande7133 des volks5971 toebrengen;7126 8686 en nam3947 8799 den bok8163 des zondoffers,2403 die voor het volk5971 was, en slachtte7819 8799 hem, en bereidde hem ten zondoffer,2398 8762 gelijk het eerste.7223 Verder deed hij het brandoffer5930 toebrengen,7126 8686 en maakte6213 8799 dat toe naar het recht.4941 En hij deed het spijsoffer4503 toebrengen,7126 8686 en vulde4390 8762 daarvan zijn hand,3709 en stak het aan6999 8686 op het altaar,4196 behalve905 het morgenbrandoffer.5930 1242 Daarna slachtte hij7819 8799 den os,7794 en den 352 ten dankoffer,2077 8002 dat voor het volk5971 was; en de zonen1121 van 175 leverden4672 8686 het bloed1818 aan hem, hetwelk hij rondom5439 op het altaar4196 sprengde;2236 8799 En het vet2459 van den os,7794 en van den ,352 den staart,451 en wat het [ingewand] bedekt,4374 en de nieren,3629 en het 3508 der lever;3516 En zij leiden7760 8799 het vet2459 op de borsten;2373 en hij stak6999 dat vet2459 aan6999 8686 op het altaar.4196 Maar de borsten2373 en den rechterschouder3225 7785 bewoog5130 8689 175 ten beweegoffer8573 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 gelijk als Mozes4872 geboden had.6680 8765 Daarna hief5375 8799 175 zijn handen3027 op tot het volk,5971 en zegende1288 8762 hen; en hij kwam af,3381 8799 nadat hij het zondoffer,2403 en brandoffer,5930 en dankoffer8002 gedaan had.6213 8800 Toen ging935 8799 Mozes4872 met 175 in de tent168 der samenkomst;4150 daarna kwamen zij uit,3318 8799 en zegenden1288 8762 het volk;5971 en de heerlijkheid3519 des HEEREN3068 verscheen7200 8735 al het volk.5971 Want een vuur784 ging uit3318 8799 van het aangezicht6440 des HEEREN,3068 en verteerde398 8799 op het altaar4196 het brandoffer,5930 en het vet.2459 het ganse volk5971 dit zag,7200 8799 zo juichten zij,7442 8799 en vielen5307 8799 op hun aangezichten.6440

Every verse in Leviticus 9

Chapter navigation

0:000:00