Luke 20:26
“En2532 zij konden2480 5656 Hem846 in [Zijn] woord4487 niet3756 vatten1949 5635 voor1726 het volk;2992 en2532 zich verwonderende2296 5660 over1909 Zijn846 antwoord,612 zwegen zij stil.4601 5656”
Luke 20:26 — Statenvertaling (1637)
Verse 26 of 47 in Luke chapter 20 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Luke 20 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En2532 het geschiedde1096 5633 in1722 een3391 van die1565 dagen,2250 als in1722 den tempel2411 het volk2992 leerde,1321 5723 en2532 het verkondigde,2097 5734 dat de overpriesters,749 en2532 ,1122 met4862 de ouderlingen4245 daarover kwamen,2186 5627 En2532 spraken2036 5627 tot4314 Hem846 zeggende:3004 5723 Zeg2036 5628 ons,2254 door1722 wat4169 macht1849 deze dingen5023 doet;4160 5719 of2228 wie5101 is,2076 5748 U4671 deze5026 macht1849 heeft gegeven?1325 5631 En1161 , antwoordende,611 5679 zeide2036 5627 tot4314 hen: 846 Ik zal u5209 ook2504 een1520 woord3056 vragen,2065 5692 en2532 zegt2036 5628 :3427 De doop908 van ,2491 was die2258 5713 uit1537 den ,3772 of2228 uit1537 de mensen?444 En1161 zij overleiden4817 5662 onder4314 zich,1438 zeggende:3004 5723 3754 Indien1437 wij zeggen:2036 5632 Uit1537 den ;3772 zo zal zeggen:2046 5692 Waarom1302 hebt gij 3767 hem846 niet3756 geloofd?4100 5656 En1161 indien1437 wij zeggen:2036 5632 Uit1537 de mensen;444 zo zal ons2248 al3956 het volk2992 stenigen;2642 5692 want1063 zij houden2076 5748 voor zeker,3982 5772 dat Johannes2491 een profeet4396 was.1511 5750 En2532 zij antwoordden,611 5662 dat zij niet3361 wisten,1492 5760 vanwaar4159 [die] [was]. En2532 Jezus2424 zeide2036 5627 tot hen:846 Zo zeg3004 5719 Ik1473 u5213 ook niet,3761 door1722 wat4169 macht1849 Ik deze dingen5023 doe.4160 5719 En1161 begon756 5662 tot4314 het volk2992 deze5026 gelijkenis3850 te zeggen:3004 5721 zeker5100 mens444 plantte5452 5656 een wijngaard,290 en2532 hij verhuurde1554 5639 dien846 aan landlieden,1092 en2532 trok589 een langen2425 tijd5550 buiten 's lands.589 5656 En2532 als1722 het de tijd2540 was, zond hij649 5656 tot4314 de landlieden1092 een dienstknecht,1401 opdat2443 zij hem846 van575 de vrucht2590 des wijngaards290 geven zouden;1325 5632 maar1161 de landlieden1092 sloegen1194 5660 denzelven,846 en zonden1821 [hem] ledig2756 heen.1821 5656 En2532 wederom4369 5639 zond hij3992 5658 nog een anderen2087 dienstknecht;1401 maar1161 ook2548 dien geslagen1194 5660 en2532 smadelijk behandeld hebbende,818 5660 zonden zij1821 [hem] ledig2756 heen.1821 5656 En2532 wederom4369 5639 zond hij3992 5658 nog een derden;5154 maar1161 zij verwondden5135 5660 ook2532 dezen,5126 en wierpen [hem] uit.1544 5627 En1161 de heer2962 des wijngaards290 zeide:2036 5627 Wat5101 zal ik doen?4160 5661 Ik zal mijn3450 geliefden27 zoon5207 zenden;3992 5692 mogelijk2481 dezen5126 ziende,1492 5631 zullen zij [hem] ontzien.1788 5691 Maar1161 als de landlieden1092 hem846 zagen,1492 5631 overleiden zij1260 5711 onder4314 elkander,1438 en zeiden:3004 5723 Deze3778 is2076 5748 de erfgenaam;2818 komt,1205 5773 laat ons615 hem846 doden,615 5725 opdat2443 de erfenis2817 onze2257 worde.1096 5638 En2532 als zij hem846 buiten1854 den wijngaard290 uitgeworpen hadden,1544 5631 doodden zij615 5656 [hem]. Wat5101 zal 3767 de heer2962 des wijngaards290 hun846 doen?4160 5692 Hij zal komen2064 5695 en2532 deze5128 landlieden1092 verderven,622 5692 en2532 zal den wijngaard290 aan anderen243 geven.1325 5692 En1161 als zij [dat] hoorden,191 5660 zeiden zij:2036 5627 zij verre!3361 1096 5636 Maar1161 zag1689 hen846 aan,1689 5660 en zeide:2036 5627 Wat5101 is2076 5748 3767 dit,5124 hetwelk geschreven staat:1125 5772 De steen,3037 dien3739 de bouwlieden3618 5723 verworpen hebben,593 5656 deze3778 is tot een hoofd2776 des1519 hoeks1137 geworden?1096 5675 Een iegelijk,3956 die op1909 dien1565 steen3037 valt,4098 5631 zal verpletterd worden,4917 5701 en1161 op1909 wien3739 302 hij valt,4098 5632 dien846 zal hij vermorzelen.3039 5692 En2532 de overpriesteren749 en2532 de Schriftgeleerden1122 zochten2212 5656 te1722 dierzelver846 ure5610 de handen5495 aan1909 Hem846 te slaan;1911 5629 maar2532 zij vreesden5399 5675 het volk;2992 want1063 zij verstonden,1097 5627 dat3754 deze5026 gelijkenis3850 tegen4314 hen846 gesproken had.2036 5627 En2532 zij namen [] waar,3906 5660 en zonden649 5656 verspieders1455 uit, die zichzelven1438 veinsden5271 5740 rechtvaardig1342 te zijn;1511 5750 opdat2443 zij Hem846 in [] rede3056 vangen mochten,1949 5638 om1519 Hem846 aan de heerschappij746 en2532 de macht1849 des stadhouders2232 over te leveren.3860 5629 En2532 zij vraagden1905 5656 ,846 zeggende:3004 5723 ,1320 wij weten,1492 5758 dat3754 recht3723 spreekt3004 5719 en2532 leert,1321 5719 en2532 den persoon4383 niet3756 aanneemt,2983 5719 maar235 den weg3598 Gods2316 leert1321 5719 in1909 der waarheid.225 Is het1832 ons2254 geoorloofd1832 5748 den keizer2541 schatting5411 te geven,1325 5629 of2228 niet?3756 En1161 , hun846 arglistigheid3834 bemerkende,2657 5660 zeide2036 5627 tot4314 hen:846 Wat5101 verzoekt gij3985 5719 ?3165 Toont1925 5657 Mij3427 een penning;1220 wiens5101 beeld1504 en2532 opschrift1923 heeft hij?2192 5719 En1161 zij, antwoordende,611 5679 zeiden:2036 5627 keizers.2541 En1161 zeide2036 5627 tot hen: 846 Geeft591 5628 5106 den keizer,2541 dat3588 des keizers2541 is, en2532 ,2316 dat3588 Gods2316 [is]. En2532 zij konden2480 5656 Hem846 in [] woord4487 niet3756 vatten1949 5635 voor1726 het volk;2992 en2532 zich verwonderende2296 5660 over1909 Zijn846 antwoord,612 zwegen zij stil.4601 5656 En1161 tot kwamen4334 5631 sommigen5100 der ,4523 welke3588 tegensprekende483 5723 [zeggen], dat er geen3361 opstanding386 is,1511 5750 en vraagden1905 5656 ,846 Zeggende:3004 5723 !1320 Mozes3475 heeft ons2254 geschreven:1125 5656 Zo1437 iemands5100 broeder80 sterft,599 5632 die een vrouw1135 heeft,2192 5723 en2532 hij3778 sterft599 5632 zonder kinderen,815 dat2443 zijn846 broeder80 de vrouw1135 nemen zal,2983 5632 en2532 zijn846 broeder80 zaad4690 verwekken.1817 5661 Er waren2258 5713 nu3767 zeven2033 broeders;80 en2532 de eerste4413 nam2983 5631 een vrouw,1135 en hij stierf599 5627 zonder kinderen.815 En2532 de tweede1208 nam2983 5627 die vrouw,1135 en2532 [ook] deze3778 stierf599 5627 zonder kinderen.815 En2532 de derde5154 nam2983 5627 dezelve846 [vrouw]; en1161 desgelijks5615 ook2532 de zeven,2033 en hebben geen3756 kinderen5043 nagelaten,2641 5627 en2532 zijn gestorven.599 5627 En1161 ten laatste5305 na allen3956 stierf599 5627 ook2532 de vrouw.1135 In1722 de opstanding386 ,3767 wiens5101 vrouw1135 van dezen846 zal zij zijn?1096 5736 Want1063 die zeven2033 hebben dezelve846 tot een vrouw1135 gehad.2192 5627 En2532 ,2424 antwoordende,611 5679 zeide2036 5627 tot hen:846 De kinderen5207 dezer5127 eeuw165 trouwen,1060 5719 en2532 worden ten huwelijk uitgegeven;1548 5743 Maar1161 die waardig zullen geacht zijn2661 5685 die1565 eeuw165 te verwerven5177 5629 en2532 de opstanding386 uit1537 de doden,3498 zullen noch3777 trouwen,1060 5719 noch3777 ten huwelijk uitgegeven worden;1548 5743 Want1063 zij kunnen1410 5736 niet3777 meer2089 sterven,599 5629 want1063 zij zijn1526 5748 den engelen gelijk;2465 en2532 zij zijn1526 5748 kinderen5207 ,2316 dewijl zij kinderen5207 der opstanding386 zijn.5607 5752 En1161 dat3754 de doden3498 opgewekt zullen worden,1453 5743 heeft ook2532 Mozes3475 aangewezen3377 5656 bij1909 het doornenbos,942 als5613 hij den Heere2962 noemt3004 5719 den God2316 ,11 en2532 den God2316 ,2464 en2532 den God2316 .2384 [God] nu1161 is2076 5748 niet3756 een God2316 der doden,3498 maar235 der levenden;2198 5723 want1063 zij leven2198 5719 Hem846 allen.3956 En1161 sommigen5100 der ,1122 antwoordende,611 5679 zeiden:2036 5627 !1320 hebt wel2573 gezegd.2036 5627 En1161 zij durfden5111 5707 Hem846 niet3765 meer2089 iets3762 vragen.1905 5721 En1161 zeide2036 5627 tot4314 hen:846 Hoe4459 zeggen zij,3004 5719 dat de Christus5547 Davids1138 Zoon5207 is?1511 5750 En2532 1138 zelf846 zegt3004 5719 in1722 het boek976 der psalmen:5568 De Heere2962 heeft gezegd2036 5627 tot mijn3450 :2962 Zit2521 5737 aan1537 Mijn3450 rechter1188 [hand], Totdat2193 302 Ik Uw4675 vijanden2190 zal gezet hebben5087 5632 tot een voetbank5286 Uwer4675 voeten.4228 1138 3767 noemt2564 5719 Hem846 [zijn] ;2962 en2532 hoe4459 is Hij2076 5748 zijn846 ?5207 En1161 daar al3956 het volk2992 [het] hoorde,191 5723 zeide Hij2036 5627 tot Zijn846 discipelen:3101 Wacht u4337 5720 van575 de ,1122 die3588 daar willen2309 5723 wandelen4043 5721 in1722 lange klederen,4749 en2532 beminnen5368 5723 de groetingen783 op1722 de markten,58 en2532 de voorgestoelten4410 in1722 de synagogen,4864 en2532 de vooraanzittingen4411 in1722 de maaltijden;1173 Die3739 der weduwen5503 huizen3614 opeten,2719 5719 en2532 onder een schijn4392 lange3117 gebeden doen;4336 5736 dezen3778 zullen zwaarder4055 oordeel2917 ontvangen.2983 5695