Luke 6:38
“Geeft,1325 5720 en2532 u5213 zal gegeven worden;1325 5701 een goede,2570 neergedrukte,4085 5772 en2532 geschudde4531 5772 en2532 overlopende5240 5746 maat3358 zal men in1519 uw5216 schoot2859 geven;1325 5692 want1063 met dezelfde846 maat,3358 waarmede3739 gijlieden meet,3354 5719 zal ulieden5213 wedergemeten worden.488 5701”
Luke 6:38 — Statenvertaling (1637)
Verse 38 of 49 in Luke chapter 6 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Luke 6 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En1161 het geschiedde1096 5633 op1722 den tweeden eersten1207 sabbat,4521 dat Hij846 door1223 het gezaaide4702 ging;1279 5738 en2532 Zijn846 discipelen3101 plukten5089 5707 aren,4719 en2532 aten2068 5707 ze, [die] wrijvende5597 5723 met de handen.5495 En1161 sommigen5100 der Farizeen5330 zeiden2036 5627 tot hen:846 Waarom5101 doet gij,4160 5719 wat3739 niet3756 geoorloofd is1832 5748 te doen4160 5721 op1722 de sabbatten?4521 En2532 ,2424 hun4314 846 antwoordende,611 5679 zeide: 2036 5627 gij ook dat5124 niet3761 gelezen,314 5627 hetwelk3739 1138 deed,4160 5656 wanneer3698 hem846 hongerde,3983 5656 en2532 dengenen, die3588 met3326 hem846 waren?5607 5752 Hoe5613 hij ingegaan is1525 5627 in1519 het huis3624 ,2316 en2532 de toonbroden740 4286 genomen2983 5627 en2532 gegeten heeft,5315 5627 en2532 ook2532 gegeven1325 5656 dengenen, die met3326 hem846 waren, welke3739 niet3756 zijn geoorloofd1832 5748 te eten,5315 5629 1508 alleen3441 den priesteren.2409 En2532 zeide3004 5707 tot hen:846 3754 De Zoon5207 des mensen444 is2076 5748 een Heere2962 ook2532 van den sabbat.4521 En1161 het geschiedde1096 5633 ook2532 op1722 een anderen2087 sabbat,4521 dat Hij846 in1519 de synagoge4864 ging,1525 5629 en2532 leerde.1321 5721 En2532 daar1563 was2258 5713 een mens,444 en2532 zijn846 rechterhand1188 5495 was2258 5713 dor.3584 En1161 de Schriftgeleerden1122 en2532 de Farizeen5330 namen3906 Hem846 waar,3906 5707 of1487 op1722 den sabbat4521 genezen zou;2323 5692 opdat2443 zij [enige] beschuldiging2724 tegen Hem846 mochten vinden.2147 5627 Doch1161 kende1492 5715 hun846 gedachten,1261 en2532 zeide2036 5627 tot den mens,444 die3588 de dorre3584 hand5495 had:2192 5723 op,1453 5669 en2532 sta2476 5628 in1519 het midden.3319 En1161 hij opgestaan zijnde,450 5631 stond2476 5627 [over] [einde]. Zo zeide2036 5627 3767 Jezus2424 tot4314 hen: 846 Ik zal u5209 vragen:1905 5692 Wat5101 is geoorloofd1832 5748 op de sabbatten,4521 goed te doen,15 5658 of2228 kwaad te doen,2554 5658 een mens5590 te behouden,4982 5658 of2228 te verderven?622 5658 En2532 hen846 allen3956 rondom aangezien hebbende,4017 5671 zeide Hij2036 5627 tot den mens:444 Strek1614 uw4675 hand5495 uit.1614 5657 En1161 hij deed4160 5656 alzo;3779 en2532 zijn846 hand5495 werd hersteld,600 5681 gezond5199 gelijk5613 de andere.243 En1161 zij werden vervuld4130 5681 met uitzinnigheid,454 en2532 spraken samen1255 5707 met4314 elkander,240 wat5101 302 zij Jezus2424 doen zouden.4160 5659 En1161 het geschiedde1096 5633 in1722 die5025 dagen,2250 dat uitging1831 5627 naar1519 den berg,3735 om te bidden,4336 5664 en2532 bleef den nacht over1273 5723 2258 5713 in1722 het gebed4335 tot God.2316 En2532 als3753 het dag2250 was geworden,1096 5633 riep Hij4377 Zijn846 discipelen3101 tot ,4377 5656 en2532 verkoos1586 5671 er twaalf1427 uit575 hen,846 die3739 ook2532 apostelen652 noemde:3687 5656 [] ,4613 welken3739 ook2532 Petrus4074 noemde;3687 5656 en2532 Andreas406 zijn846 broeder,80 Jakobus2385 en2532 ,2491 Filippus5376 en2532 ;918 Mattheus3156 en2532 ,2381 ,2385 den3588 [zoon] van ,256 en2532 Simon4613 genaamd2564 5746 ;2208 Judas2455 ,2385 en2532 Judas2455 ,2469 die3739 ook2532 de verrader4273 geworden is.1096 5633 En2532 met3326 hen846 afgekomen zijnde,2597 5631 stond Hij2476 5627 op1909 een vlakke3977 plaats,5117 en2532 [met] [] de schare3793 Zijner846 discipelen,3101 en2532 een grote4183 menigte4128 des volks2992 van575 geheel3956 2449 en2532 ,2419 en2532 van den zeekant3882 van Tyrus5184 en2532 ;4605 Die3739 gekomen waren,2064 5627 om Hem846 te horen,191 5658 en2532 om van575 hun846 ziekten3554 genezen te worden,2390 5683 en2532 die van5259 onreine169 geesten4151 gekweld waren;3791 5746 en2532 zij werden genezen.2323 5712 En2532 al3956 de schare3793 zocht2212 5707 Hem846 aan te raken;680 5733 want3754 er ging1831 5711 kracht1411 van3844 Hem846 uit, en2532 genas2390 5711 ze allen.3956 En2532 ,846 Zijn846 ogen3788 opslaande1869 5660 over1519 Zijn846 discipelen,3101 zeide:3004 5707 Zalig3107 zijt gij, armen,4434 want3754 uwer5212 is2076 5748 het Koninkrijk932 .2316 Zalig3107 zijt gij, die nu3568 hongert;3983 5723 want3754 gij zult verzadigd worden.5526 5701 Zalig3107 zijt gij, die nu3568 weent;2799 5723 want3754 gij zult lachen.1070 5692 Zalig3107 zijt gij,2075 5748 wanneer3752 u5209 de mensen444 haten,3404 5661 en2532 wanneer3752 zij u5209 afscheiden,873 5661 en2532 smaden,3679 5661 en2532 uw5216 naam3686 als5613 kwaad4190 verwerpen,1544 5632 om1752 des Zoons5207 des mensen444 wil. Verblijdt u5463 5720 in1722 dien1565 dag,2250 en2532 zijt vrolijk;4640 5657 want,1063 ziet,2400 5628 uw5216 loon3408 is groot4183 in1722 den hemel;3772 want1063 hun846 vaders3962 deden4160 5707 desgelijks2596 5024 den profeten.4396 Maar4133 wee3759 u,5213 gij rijken,4145 want3754 gij hebt568 uw5216 troost3874 weg.568 5719 Wee3759 u,5213 die verzadigd zijt,1705 5772 want3754 gij zult hongeren.3983 5692 Wee3759 u,5213 die nu3568 lacht,1070 5723 want3754 gij zult treuren3996 5692 en2532 wenen.2799 5692 Wee3759 u,5213 wanneer3752 al3956 de mensen444 wel2573 van u5209 spreken,2036 5632 want1063 hun846 vaders3962 deden4160 5707 desgelijks5024 2596 den valsen profeten.5578 Maar235 Ik zeg3004 5719 ulieden,5213 die3588 [dit] hoort:191 5723 Hebt25 uw5216 vijanden2190 lief;25 5720 doet4160 5720 wel2573 dengenen, die3588 u5209 haten.3404 5723 Zegent2127 5720 degenen, die u5213 vervloeken,2672 5740 en2532 bidt4336 5737 voor5228 degenen, die u5209 geweld doen.1908 5723 Dengene, die u4571 aan1909 de wang4600 slaat,5180 5723 biedt3930 5720 ook2532 de andere;243 en2532 dengene,575 die u4675 den mantel2440 neemt,142 5723 verhindert2967 5661 ook2532 den rok5509 niet3361 [te] [nemen]. Maar1161 geeft1325 5720 een iegelijk,3956 die van u4571 begeert;154 5723 en2532 van575 dengene, die het uwe4674 neemt,142 5723 eist523 niet3361 weder.523 5720 En2532 gelijk2531 gij wilt,2309 5719 dat2443 u5213 de mensen444 doen zullen,4160 5725 doet4160 5720 gij5210 hun846 ook2532 desgelijks.3668 En2532 indien1487 gij liefhebt,25 5719 die u5209 liefhebben,25 5723 wat4169 dank5485 hebt2076 5748 gij?5213 Want1063 ook2532 de zondaars268 hebben lief25 5723 degenen, die hen846 liefhebben.25 5719 En2532 indien1437 gij goed doet15 5725 dengenen, die u5209 goed doen,15 5723 wat4169 dank5485 hebt2076 5748 gij?5213 Want1063 ook2532 de zondaars268 doen4160 5719 hetzelfde.846 En2532 indien1437 gij leent1155 5725 dengenen,3844 van welke3739 gij hoopt1679 5719 5625 1679 5725 weder te ontvangen,618 5629 wat4169 dank5485 hebt2076 5748 gij?5213 Want1063 ook2532 de zondaars268 lenen1155 5719 den zondaren,268 opdat2443 zij evengelijk2470 weder mogen ontvangen.618 5632 Maar4133 hebt25 uw5216 vijanden2190 lief,25 5720 en2532 doet goed,15 5720 en2532 leent,1155 5720 zonder iets3367 weder te hopen;560 5723 en2532 uw5216 loon3408 zal groot4183 zijn,2071 5704 en2532 gij zult kinderen5207 des Allerhoogsten5310 zijn;2071 5704 want3754 Hij846 is2076 5748 goedertieren5543 over1909 de ondankbaren884 en2532 bozen.4190 Weest1096 5737 3767 barmhartig,3629 gelijk2531 ook2532 uw5216 Vader3962 barmhartig3629 is.2076 5748 En2532 oordeelt2919 5720 niet,3361 en2532 gij zult niet3364 geoordeeld worden;2919 5686 verdoemt2613 5720 niet,3361 en2532 gij zult niet3364 verdoemd worden;2613 5686 laat los,630 5720 en2532 gij zult losgelaten worden.630 5701 Geeft,1325 5720 en2532 u5213 zal gegeven worden;1325 5701 een goede,2570 neergedrukte,4085 5772 en2532 geschudde4531 5772 en2532 overlopende5240 5746 maat3358 zal men in1519 uw5216 schoot2859 geven;1325 5692 want1063 met dezelfde846 maat,3358 waarmede3739 gijlieden meet,3354 5719 zal ulieden5213 wedergemeten worden.488 5701 En1161 zeide2036 5627 tot hen846 een gelijkenis:3850 Kan1410 5736 ook wel3385 een blinde5185 een blinde5185 op den weg leiden?3594 5721 zij niet3780 beiden297 in1519 de gracht999 vallen?4098 5699 De discipel3101 is2076 5748 niet3756 boven5228 zijn846 meester;1320 maar1161 een iegelijk3956 volmaakt2675 5772 [discipel] zal zijn2071 5704 gelijk5613 zijn846 meester.1320 En1161 wat5101 ziet gij991 5719 den splinter,2595 die in1722 uws4675 broeders80 oog3788 is, en1161 den balk,1385 die in1722 uw eigen2398 oog3788 is, merkt gij2657 5719 niet?3756 Of2228 hoe4459 kunt gij1410 5736 tot uw4675 broeder80 zeggen:3004 5721 ,80 laat toe,863 5628 dat ik1544 den splinter,2595 die in1722 uw4675 oog3788 is, uitdoe;1544 5632 daar gij zelf846 den balk,1385 die in1722 uw4675 oog3788 is, niet3756 ziet?991 5723 geveinsde!5273 doe1544 5628 eerst4412 den balk1385 uit1537 uw4675 oog,3788 en2532 5119 zult gij bezien,1227 5692 om den splinter2595 uit te doen,1544 5629 die in1722 uws4675 broeders80 oog3788 is. Want1063 het is2076 5748 geen3756 goede2570 boom,1186 die kwade4550 vrucht2590 voortbrengt,4160 5723 en geen3761 kwade4550 boom,1186 die goede2570 vrucht2590 voortbrengt;4160 5723 Want1063 ieder1538 boom1186 wordt uit1537 zijn eigen2398 vrucht2590 gekend;1097 5743 want1063 men leest4816 5719 geen3756 vijgen4810 van1537 doornen,173 en3761 men snijdt5166 5719 geen3761 druif4718 van1537 bramen.942 De goede18 mens444 brengt4393 het goede18 voort4393 5719 uit1537 den goeden18 schat2344 zijns846 harten;2588 en2532 de kwade4190 mens444 brengt4393 het kwade4190 voort4393 5719 uit1537 den kwaden4190 schat2344 zijns846 harten;2588 want1063 uit1537 den overvloed4051 des harten2588 spreekt2980 5719 zijn846 mond.4750 En1161 wat5101 noemt gij2564 5719 ,3165 ,2962 !2962 en2532 doet4160 5719 niet3756 hetgeen3739 Ik zeg?3004 5719 Een iegelijk,3956 die tot4314 Mij3165 komt,2064 5740 en2532 Mijn3450 woorden3056 hoort,191 5723 en2532 dezelve846 doet,4160 5723 Ik zal u5213 tonen,5263 5692 wien5101 hij gelijk3664 is.2076 5748 Hij is2076 5748 gelijk3664 een mens,444 die3739 een huis3614 bouwde,3618 5723 en2532 groef,4626 5656 en verdiepte,900 5656 en2532 leide5087 5656 het fondament2310 op1909 een steenrots;4073 als nu1161 de hoge vloed4132 kwam,1096 5637 zo sloeg4366 5656 de waterstroom4215 tegen dat1565 huis3614 aan, en2532 kon2480 5656 het846 niet3756 bewegen;4531 5658 want1063 het was op1909 de steenrots4073 gegrond.2311 5718 Maar1161 die ze gehoord,191 5660 en2532 niet3361 gedaan zal hebben,4160 5660 is2076 5748 gelijk3664 een mens,444 die een huis3614 bouwde3618 5660 op1909 de aarde1093 zonder5565 fondament;2310 tegen4366 hetwelk3739 de waterstroom4215 aansloeg,4366 5656 en2532 het viel4098 5627 terstond,2112 en2532 de val4485 van datzelve1565 huis3614 was1096 5633 groot.3173